Sportbonden ontvangen meer geld van Lotto

De sportbonden krijgen van 2006 tot en met 2008 in overgrote meerderheid een hogere jaarlijkse bijdrage aan Lottogelden. Dat is het gevolg van de nieuwe verdeelsleutel, die gisteren tijdens de algemene vergadering van sportkoepel NOC*NSF werd goedgekeurd. Een gevaar is dat de Europese Unie (EU) elk land de exclusiviteit ontneemt en de grenzen opent voor buitenlandse gokspellen.

Voor de periode 2006/08 heeft NOC*NSF jaarlijks 38 miljoen euro te verdelen. Dat is een fractie meer dan de 37,4 miljoen, waar de bonden tot en met vorig jaar recht op hadden. Dat 59 van de 72 bonden desondanks aanzienlijk meer krijgen uitgekeerd, is een gevolg van het verlaagde deel dat NOC*NSF opeist. De sportkoepel heeft dertig banen geschrapt. Daardoor kwam extra geld vrij voor de sportbonden, hetgeen beschouwd kan worden als compensatie voor de verspeelde subsidies van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Naast de contributies zijn de Lottogelden de enige bron van inkomsten voor sportbonden.

De nieuwe verdeelsleutel, voornamelijk gebaseerd op het aantal geregistreerde bondsleden en internationale sportprestaties, pakt voor dertien bonden negatief uit. Van die groep maakte de basketbalbond gisteren bezwaar tegen het verdwijnen van 23.000 euro voor zijn topsportprogramma, en klaagde de ijshockeybond, die ruim 84.000 euro op jaarbasis moet inleveren, over het gebrek aan solidariteit bij de grote, kapitaalkrachtige(re) bonden. Voorzitter Jan de Greef sprak van een ,,dermate onbillijke uitkomst'' voor zijn bond ,,dat er sprake is van extreem lijden''. Zijn bond ontvangt nu nog `slechts' 51.000 euro en verwacht overigens vrijdag een overeenkomst te tekenen met een nieuwe hoofdsponsor.

De christelijke, katholieke en humanistische sportkoepels stemden tegen de nieuwe regeling, omdat zij niet langer meedelen, en dat is volgens hen in strijd met gemaakte afspraken met het NOC*NSF-bestuur.

Van enige solidariteit onder de bonden is sowieso geen sprake. Jeu Sprengers, voorzitter van de voetbalbond (KNVB), die jaarlijks met bijna 3 miljoen euro op veruit de grootste bijdrage kan rekenen, vindt dat hij op elke euro recht heeft. Sprengers: ,,Het Lottogeld gaat voor 100 procent naar het amateurvoetbal, de breedtesport dus. Omgerekend per lid krijgen we zelfs het minst van alle bonden. En we hebben het geld hard nodig. Zo goed gaat het niet met de voetbalclubs; vooral in de grote steden hebben we grote problemen. En ik wil voorkomen dat verlaging van Lottogelden tot contributieverhoging zou leiden. Over mijn lijk.''

NOC*NSF heeft ook een principieel meningsverschil met de KNVB over 113.000 euro licentiegeld voor het beschikbaar stellen van voetbalwedstrijden voor totoformulieren. De KNVB wil in tegenstelling tot NOC*NSF dat bedrag als `extraatje' buiten de reguliere Lottogelden uitgekeerd krijgen.

Er bestaat een kans dat de jaarlijkse 38 miljoen nog wordt verhoogd met zo'n 15 miljoen euro. Dat hangt af van het resultaat dat het bestuur van NOC*NSF boekt in onderhandelingen met de chariratieve instellingen, die op grond van een oude afspraak voor 30 procent meedelen in de Lotto-opbrengsten.

NOC*NSF, die de overige 70 procent krijgt maar 100 procent wil, is met de `goede doelen' in gesprek over een compensatieregeling, die globaal op een bedrag van 15 miljoen euro neerkomt. Gerrit Zalm, minister van Financiën, heeft NOC*NSF daarvoor een lening toegezegd.