Loutering op een tropisch strand in Thailand

Het paradijs bestaat. Gewoon, hier op aarde. Het is dat stille moment tussen een in- en een uitademing, de tijdspanne tussen keuze en beslissing die zo verwarrend eindeloos kan lijken te duren. In zijn Paradise Girls laat de Chinees-Nederlandse regisseur Fow Pyng Hu drie jonge Aziatische vrouwen, op drie uiteenlopende plekken op de globe worstelen met en ontsnappen aan dat paradijs van onbeweeglijkheid. Wat wij dénken dat het paradijs is, is natuurlijk altijd het verloren paradijs.

Paradise Girls is opgebouwd als een drieluik dat ons achtereenvolgens van Japan naar Amsterdam, via het Brabantse Ekelen naar Hongkong brengt, waar drie leeftijdsgenoten vriendinnetje zijn, dochter of zelf al moeder. De onuitgesproken boodschap is dat meisjes van in de twintig het allemaal zijn: liefje én kind en zelfs als ze zelf geen kinderen hebben, toch op een leeftijd zijn gekomen waarop ze behalve voor zichzelf ook voor anderen verantwoordelijkheid moeten leren dragen.

Ook die leeftijd is achteraf bezien een paradijs. Alle bomen dragen vruchten die je kunt plukken. Het enige verschil is dat deze moderne jonge vrouwen, in tegenstelling tot oermoeder Eva, al vanaf het begin af aan gevoed zijn door de boom van de kennis van goed en kwaad. Dat ze dus vervloekt zijn – of gezegend, da's maar net hoe je het bekijkt – met onderscheidingsvermogen. En dat doet hen lijden.

Het is ook geen toeval dat er geen moeders zijn in deze film. Deze meisjes zijn paradijselijk verweesd en onbeschreven en ze moeten zichzelf van regisseur Hu leren kennen in relatie tot de mannen in hun leven: archetypische mannen, vermomd als labbekakkerige vriendjes, besluiteloze vaders, profiteurs of onschuldige kinderen.

Stiekem is het waarschijnlijk regisseur Hu (Eindhoven, 1970) zelf die in Paradise Girls zijn kijk op die magische, mystieke meisjes-soort wil verhelderen. Het verhaal van de film zit niet zozeer in wat de meisjes meemaken, maar in wat zij teweegbrengen. Doordat zij ieder op een beslissend moment het roer in eigen hand nemen, redden zij niet allen zichzelf, maar ook hun omgeving.

Vijf jaar na zijn overdonderende debuut Jacky, over het inmiddels uitgestorven beroep van railtender bij de Nederlandse Spoorwegen, heeft Fow Pyng Hu met Paradise Girls een in al zijn sereniteit en rust een complexe en humoristische film gemaakt. Hu heeft zich duidelijk, en waarschijnlijk bewust, losgezongen van het imago van de Nederlandse Tsai Ming-liang, waarin hij in dat samen met Rietveld-jaargenoot Brat Ljatifi geregisseerde debuut nog mee speelde. ,,What time is it there'', laat hij zelfbewust zijn Japanse protagoniste in het eerste deel van Paradise Girls aan haar Amsterdamse vriendje vragen, naar de titel van Tsai's voorlaatste film, die een liefde tussen Taipei en Parijs beschrijft.

Net als in die film van Tsai speelt Hu met tegenstellingen en tijdszones. De gevoeligheid voor culturele verschillen die hem als kind van Chinese restauranthouders dat naar de kunstacademie in Amsterdam ging, zit bij hem ingebakken, en die speelt hij op diverse niveaus uit. De episode in Ekelen, waar hoofdpersoon Pei Pei samen met haar vader een oer-Hollandse friettent runt, is daarvan de toegankelijkste. Tegenover de banaliteit van de dronken discogangers staat de voor de toeschouwer mysterieuze schaduwwereld van Chinese restaurants na sluitingstijd waar driftig mahjong wordt gespeeld, gedanst en gekaraoket.

Het slotdeel in Hong Kong, waar fotomodel Shirley geld moet zien te vinden voor een hartoperatie voor haar zoontje, is het meest volmaakt van de film. Dat is dan ook het moment waarna we, door de film gelouterd, belanden in Thailand waar de drie vrouwen op een droomachtig strand wachten tot ze oog in oog zullen staan met ongetwijfeld de volgende zondeval in hun leven.

Maar deze meisjes zullen het wel redden. Dat zie je ook meteen. Want Fow Pyng Hu heeft hun iets meegegeven wat niemand eigenlijk zou mogen verliezen in zijn leven: vederlichte veerkracht.

Zo ziet zijn film er ook uit. Via de terloopse schoonheid van Benito Strangio's camerawerk wordt de pijn van het leven en het loslaten ervan met milde spot en heilige ernst tegelijkertijd voelbaar gemaakt. Het paradijs verschuilt zich ergens tussen die beelden, tussen voelen en doen, voorafgaand aan drama en handeling, net voordat je voeten de grond raken en je vingertoppen de bal, die door de `paradise girls' als een wereldbol wordt rondgespeeld.

Dit is hun wedstrijd.

Vrijdag in het Cultureel Supplement: interview met regisseur Fow Pyng Hu

Paradise Girls. Regie: Fow Pyng Hu. Met: Eveline Wu, Kei Katayama, Jo Koo, Guido Pollemans, A. C. Chang, Yiu Chi Kwan. In: 7 bioscopen.