KPN wordt bedreigd

De beleggers in telecomaandelen zijn ruw gewekt door de resultaten van KPN. Die laten immers zien hoe reëel de dreiging van breedbandinternet is voor de vroegere telecommonopolisten – en hoe duur het voor deze concerns zal worden om terug te vechten.

KPN waarschuwde dat zijn ebitda (winst vóór rente, belasting en afschrijving) in 2005 zou dalen, misschien wel tot zo'n 350 miljoen euro. Het zei er niet bij hoe dat komt. Maar de divisie voor binnenlandse mobiele telefonie (KPN Mobile) heeft haar verlies aan marktaandeel weten te keren en moet volgend jaar haar ebitda kunnen stabiliseren. Daarnaast heeft KPN gezegd zwaar te moeten investeren om zijn toonaangevende positie op de markt voor breedbandinternet te behouden. De implicatie is dat het concern de bijl in de tarieven zal zetten en het reclamebudget fors zal verhogen.

Bovendien investeert KPN in een nieuw, op internet gebaseerd netwerk, zodat arbeidsplaatsen die verband houden met minder doelmatig functionerende technologieën geschrapt kunnen worden. Binnen vijf jaar moeten er 8.000 banen verdwijnen, waardoor 850 miljoen euro kan worden bezuinigd.

Het is nog te vroeg om te kunnen beoordelen of deze veranderingen de winst van KPN zullen stabiliseren. Het concern moet nog met een schatting komen van de met de sanering gemoeide kosten. En afgezien daarvan lijkt de bezuinigingsdoelstelling aan de ambitieuze kant. Als we ervan uitgaan dat het gemiddelde salaris 50.000 euro per jaar bedraagt, moet ruim de helft van de bezuinigingen op een andere wijze worden verwezenlijkt, bijvoorbeeld door de verkoop van onroerend goed. Verder is het de vraag of KPN's ebitda na 2005 zal ophouden te dalen. Analisten hadden voor dit jaar slechts een kleine daling verwacht, dus het blijft koffiedik kijken. Maar dit verhaal heeft ook een moraal die de hele Europese sector aangaat. Om zijn kostenbasis concurrerend te maken ten opzichte van zijn internet- en kabelconcurrenten, ziet KPN zich gedwongen zijn personeelsbestand met bijna eenderde af te slanken. De Nederlandse markt voor breedbandinternet behoort weliswaar tot de meest concurrerende markten van Europa, maar het verschil is ook weer niet zó groot. De Nederlandse arbeidsmarkt is flexibeler dan die van de meeste andere Europese landen. Als de Fransen of de Duitsers hun personeelsbestand met slechts 15 of 20 procent moeten inkrimpen, zouden ze daar al een hele zware dobber aan hebben.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.