Jongensbladen

Het Belgische `Menzo' en het Nederlandse `Must' zijn verwante tijdschriften: jongensbladen voor robuuste mannen.

Voor bewuste mannen die elkaar als `jongens' aanduiden bestaat een genre tijdschrift waarin tv, sport, seks, geld en het kwaad de hoofdrol spelen. Zo'n blad is het Belgische Menzo. In het maart-nummer wordt Gerrit Komrij geïnterviewd, wat één lange litanie tegen zijn vaderland oplevert. Nederlanders zijn hysterisch, conformistisch en hebben een kuddementaliteit, begint de voormalige Dichter des Vaderlands. Dat laatste instituut is volgens hem een façade, een circus en gaat behalve over de vraag of een dichter moet rijmen nergens over: ,,Over kwaliteit of invulling mag nooit worden gesproken.''

Nederlandse politici handelen slechts uit opportunisme en in het belang van hun eigen carrière. ,,Oorlogen, concentratiekampen, censuur, ellende en hongersnoden'', vervolgt Komrij, zijn louter het gevolg van ,,machinaties van politici''. Balkenende is een ,,doodgoeie student die ver boven zijn macht en vermogen is beland''. Zijn naïeve geestverwanten staan buiten het leven, weten niet wat zich op straat en in een bordeel of gokhal afspeelt. En met zijn ,,brave, trage, linkse taal'' schaart Wouter Bos zich moeiteloos te midden van de ,,kruideniers in ideetjes'' die de Nederlandse politiek bepalen.

De staatssecretaris van cultuur heeft over cultuur niets te melden en kan, aldus Komrij, beter ,,met een stofdoek wat beelden in het museum'' poetsen. Populisme en tv-democratie zijn debet aan de algehele verloedering van de politiek. De zwijgende meerderheid van weleer voert nu tot ongenoegen van Komrij de boventoon. ,,Domme mensen moeten te allen tijde hun mond houden'', meent hij: ,,Ik ben voorstander van een zo elitair mogelijke democratie.''

De Nederlandse tegenhanger van Menzo heet Must en is lichtvoetiger. De glimlach die Ronald Jan Heijn om de lippen van prinses Irene bespeurde bij de begrafenis van haar vader leidt tot een bespiegeling over de dood – die volgens de spiritueel bevlogen ondernemer niet bestaat. Anders dan Irene ontberen de meeste mensen ,,de innerlijke wijsheid dat we al duizenden levens hebben geleefd'': als ,,moordenaar, slachtoffer, moslim, christen, man, vrouw''. Wie dat inzicht eenmaal heeft verworven kan ,,ervaren dat we pas klaar zijn als we allen klaar zijn''.

Peter R. de Vries krijgt de gelegenheid tekeer te gaan tegen wijlen prins Bernhard. Diens affaire met de 37 jaar jongere en destijds 19-jarige Hélène Grinda ,,grenst moreel gezien aan pedofilie en neigt naar seksueel misbruik'', aldus de misdaadverslaggever. Wordt zijn dochter van 18 aanhoudend het hof gemaakt door een dergelijke `viespeuk' van `dik in de vijftig', verzekert De Vries, dan ,,blaast die de aftocht in een ambulance''.

Het doet Must-columnist Harry Mens desondanks `pijn' dat de prins bij leven zoveel aanzien genoot, terwijl hij na zijn dood ,,door vriend en vijand wordt weggehoond''. Mens gedenkt de prins als een vader, die op de golfbaan kameraadschappelijk een arm over zijn schouder sloeg en zei: `Hoe is het jongen?'

Zoals de taal in deze jongensbladen zijn vermoedelijk hun lezers: robuust.

Menzo, verschijnt maandelijks, €4,50

Must, verschijnt tweemaandelijks, €4,95