De bewindsdemonstrant

Staatssecretaris Rutte (VVD) van Onderwijs dacht zich populair te maken bij de studenten door hen op televisie op te roepen tot bezettingen en protesten tegen de universiteiten die slecht onderwijs zouden geven. Demonstreren als officieel beleid. Dit is in lijn met een kabinet dat in veel gevallen de eigen verantwoordelijkheid afwimpelt op de uitvoerders in het veld. Tegen de verwachting van de bewindsdemonstrant op Onderwijs was de bezetting van het Amsterdamse Maagdenhuis van afgelopen maandag niet gericht tegen de universiteit, maar tegen hemzelf. Dat was niet de bedoeling en de studenten werden hardhandig uit het universitaire bestuursgebouw geknuppeld. Dat maakt hun protest niet minder terecht.

De universiteiten zijn door Rutte en zijn voorgangers zo ingesnoerd met een korset van regels, visitaties en bezuinigingen, dat ze weinig vrijheid hebben om het onderwijs en onderzoek in te richten. Elk jaar worden ze afgerekend op de aantallen studenten en studierendementen (diploma's drukken). Nu eens moet er snel personeel afvloeien, dan weer moet er worden uitgebreid. Daarbij worden administratieve afdelingen met het oog op de verwerking van nieuwe maatregelen uit Den Haag zoveel mogelijk ontzien.

Het zoveelste opgelegde regelpakket, waartegen de studenten eindelijk eens protesteren, is het systeem van leerrechten. Studenten krijgen een financieel `rugzakje' van in de meeste gevallen maximaal vijfenhalf jaar `leerrechten' mee, en daarna moeten ze meer collegegeld betalen. Het systeem moet zodanig worden ingericht dat de studenten elk jaar kunnen overstappen. Maar er valt niet te kiezen tussen de vele grijstinten van universiteiten die door het rijk strak worden gehouden. Als studenten moeten kunnen overstappen, mogen de universiteiten onderling zelfs niet afwijken.

Rutte kan beter zijn malle studententrui uittrekken en besturen. Als studenten gedwongen worden meer te betalen, moet er ook meer worden geboden. Dan zouden de studentenvakbonden hun verzet tegen hogere studiekosten kunnen opgeven. Alle innovatiebeleid ten spijt heeft Nederland te weinig over voor hoger onderwijs. De uitgaven liggen beneden het gemiddelde van de organisatie voor geïndustrialiseerde landen (Oeso). Economisch succesvolle landen als Finland, Denemarken, Canada en vooral de Verenigde Staten hebben veel meer geld voor hun hoger onderwijs over.

Helaas staat Nederland niet alleen in de verschraling hiervan. De meeste Britse, Duitse, Franse en Italiaanse universiteiten zijn er nog slechter aan toe. Ze zijn gevangen in een publiek keurslijf. Behalve overheidsgeld kunnen ze ook particuliere kapitaalinjecties gebruiken. Van een goede studie heeft een student later wat inkomen en loopbaan betreft veel profijt. Hij mag er dus best meer voor betalen. Goed georganiseerde opleidingen hoeven niet lang te duren, en kunnen in aantal studiejaren worden begrensd. De invoering van het Europese bachelors-masterssysteem stelt universiteiten in staat op Europees niveau te concurreren, maar dan moet er ook iets te kiezen zijn. In plaats van verder te beteugelen moet staatssecretaris Rutte de universiteit juist bevrijden van regels.