Boete voor een bolchrysant op de tafel

De bewoners van recreatiepark Ruighenrode zijn in hevige strijd gewikkeld met de gemeente. Controleurs speuren naar tekenen van permanente bewoning. Wie niet weg gaat, moet tienduizenden euro's betalen.

In de bossen van recreatiepark Ruighenrode staan overal grote huizen te koop. Op de oprit van een vrijstaande villa hangt een groepje rokende mannen rond auto's met Pools kenteken. Bij de buren verbergen gesloten lamellen de lege kamers. Een zwarte auto met geblindeerde ramen kruipt stapvoets over de smalle bospaadjes. Het zijn de controleurs van de gemeente Lochem. Ze zoeken naar tekenen van permanent wonen in de huizen van het zeventig hectare grote recreatiegebied aan de rand van het stadje.

Bestuurlijk Lochem treedt vanaf 1999 streng op tegen het in haar ogen onrechtmatige permanente wonen van Ruighenrode. Daarin is ze succesvol: van de meer dan honderd huiseigenaren is de helft al vertrokken. Sommigen zijn nog niet aangeschreven. Omdat ze er al voor 1997 woonden, mogen zo'n twintig eigenaren blijven. Anderen voeren voor hetzelfde recht een verbeten, en naar eigen zeggen kansloos gevecht.

José Boers is een van hen. Ze is wanhopig: ,,Ze gaan ons huis veilen.'' Zij vertelt dat de gemeente beslag liet leggen op haar woning, als onderpand voor de 35.000 euro boete die ze opgelegd kreeg omdat zij na een waarschuwing haar woning volgens de gemeente nog steeds permanent bleef bewonen. Terwijl ze een zelfstandige woonruimte huurde in Lochem, daar met haar familie naartoe verhuisde, en zich op dat adres ook inschreef, vertelt Boers.

Boers laat een dikke stapel formulieren zien met de observaties waaruit de gemeente de conclusie trok dat zij stiekem nog in Ruighenrode woonde. ,,Doek over konijnenhok tegen de kou.'' (...) ,,Vanaf de voordeur staan er veel voetstappen in de sneeuw.''(...) ,,een Clio op de oprit wordt later voor de croissanterie van mevrouw Boers gesignaleerd.'' (...) ,,Volle vuilniszakken.'' (...) ,,Op de terrastafel staat een bolchrysant.''

Wat zich in Ruighenrode voltrekt, gebeurt in heel Nederland. Gemeenten treden, vaak voor het eerst in jaren, op tegen de permanente bewoning van vakantiehuizen. Een trend die door projectontwikkelaars is aangewakkerd en door veel gemeenten oogluikend werd toegestaan. Nu luidt het devies anders: kwetsbare natuurgebieden moeten beschermd worden, en burgers moeten zich houden aan de regels.

Lochem, zegt parkbewoner Bart Engelen met hoorbare spijt, staat formeel waarschijnlijk in zijn recht. Engelen, gepensioneerd militair en voorzitter van de vereniging van huiseigenaren begrijpt alleen niet waarom de gemeente zo ,,keihard'' is. ,,Zij hebben zich ingegraven, en nu verliest iedereen.'' Engelen heeft vanwege de gebeurtenissen een appartement in Lochem zelf gekocht. Hij vertelt hoe hij overdag in het park leeft en elke avond naar het stadsappartement gaat om te slapen. Hij is niet de enige. Veel huiseigenaren hebben een tweede huis in het stadje gehuurd of gekocht. Engelen: ,,Alsof de woningenschaarste hier nog niet hoog genoeg is!'' Als hij zijn huis kon verkopen, deed Engelen het morgen. ,,Het is niet meer als vroeger. Het is hier een spookpark, huizen worden verhuurd aan Polen en Hongaren.'' Maar de huizen zijn, zeker nu overal in Nederland recreatiewoningen te koop staan, onverkoopbaar, vreest Engelen.

Ruighenrode begon voor de bewoners als een prachtige kans. De exploitant van het recreatiepark stelde vanaf 1993 kavels ter beschikking aan kopers die een huis wilden bouwen in de bossen van het voormalige kampeerterrein. Omdat de exploitant aangaf dat het gebruiksrecht voor het hele jaar bij de bewoners lag, besloten velen er permanent te gaan wonen.

Hoewel het bestemmingsplan aangaf dat de grond voor recreatief gebruik bestemd was, legde de gemeente nieuwe bouwers geen strobreed in de weg. Inschrijving bij de gemeente met het park als woonadres was geen enkel probleem. Elk huis kreeg een bouwvergunning. Terwijl de gemeente zelf ook zag dat het niet om recreatiewoningen ging. Uit een concept-advies voor de bouwvergunning voor het huis van Boers, schrijft de gemeente nog dat het ,,zonder problemen in een woonwijk geplaatst zou kunnen worden.'' De woning kan ,,zonder meer permanent bewoond'' worden, wat ,,absoluut niet de bedoeling is''. Een paar maanden later, in een ander concept-advies, heet het huis ,,een van de Parels van Ruighenrode'' en adviseren de ambtenaren bij de herziening van het bestemmingsplan ,,de planologische mogelijkheden te creëren'' om de aanwezigheid van het huis te dekken.

Misschien zijn we wel naïef geweest, zeggen de bewoners. Toch voelen ze zich door de gemeente misleid. Hein Sterk, ook bewoner, vertelt hoe hij in 1997 het bestemmingsplan inkeek en zag dat er een recreatiebestemming op het gebied lag, maar dat er geen gebruiksbepalingen bijstonden. Sterk: ,,De ambtenaar antwoordde mij dat ik rustig kon kopen en bouwen, omdat ze toch geen beleid hadden.''

De bewoners begrijpen nog steeds niet waarom de harde aanpak nodig is. Zelfs voor Boers, door de gemeenteraad zelf als ,,schrijnend geval'' bestempeld, besloot de raad, uit vrees voor precedentwerking, dat een minnelijke oplossing niet mogelijk was.

Burgemeester Van der Wouden, die benadrukt dat hij zich ,,gehouden ziet de besluiten van het voormalig bestuur uit te voeren'' legt uit: ,,In Nederland zijn voorschriften er niet om terzijde te stellen.'' Het is in individuele gevallen misschien zuur, maar het beleid is helder, en ook door de rechter goedgekeurd, stelt hij.

Het vakantiehuizenbeleid is bedoeld, schrijft de gemeente, om de recreatiesector in Lochem te versterken. Permanent wonen op het terrein van Ruighenrode kan leiden tot het ,,wegblijven van recreanten''. En dat is nadelig voor het gebruik van (overigens niet bestaande) recreatieve faciliteiten in het park en andere horeca in de omgeving. Daarnaast leidt permanent wonen tot een hogere bezettingsgraad van het park, en daarmee tot meer druk op het kwetsbare natuurgebied waarin het park zich bevindt.

Hetty Helder is een andere bewoner die zich door dwangsommen achtervolgd voelt. Zij en haar man vocht het beleid van de gemeente niet aan, omdat zij vonden dat ze zwak stonden. Ze zochten een nieuw huis, en om tijd te winnen tekenden ze een overeenkomst met de gemeente dat ze voorlopig in het park konden blijven wonen, onder voorwaarde dat ze het huis te koop zou zetten voor een door de gemeente te bepalen bedrag. Na vier maanden concludeerde de gemeente dat Helders makelaar de advertentie-eisen uit het contract niet had opgevolgd. Helder kreeg alsnog een dwangsom opgelegd. ,,Je voelt je aan de kant geschoven als een lastig insect.''