Zware kritiek op hulp aan arme landen

Minder dan de helft van de mondiale ontwikkelingshulp komt terecht in de armste landen. Veertig procent van alle hulp is `gebonden', wat wil zeggen dat het geld in het gevende land moet worden besteed.

Dat schrijven de internationale hulporganisaties ActionAid en Oxfam in een rapport over wat zij ,,het zelfzuchtige en hypocriete systeem'' van internationale ontwikkelingshulp noemen. Ze presenteerden het rapport gisteren, aan de vooravond van een bijeenkomst van ministers van Ontwikkelingssamenwerking in Parijs. Twee jaar geleden tijdens een vergadering van de OESO, de club van geïndustrialiseerde landen, beloofden die ministers dat ze het hulpsysteem zouden hervormen om het effectiever te maken.

Volgens ActionAid en Oxfam hebben ze sindsdien niks gedaan. Ze spreken van ,,een triest verhaal van geknoei (...), getwijfel en gedraai''. Ze zeggen dat het huidige systeem de meer dan een miljard mensen die in armoe leven ,,laat stikken''.

De hulporganisaties constateren dat ontwikkelingshulp nog te vaak wordt gegeven om politieke en economisch redenen, niet om bij te dragen aan ontwikkeling. Volgens het rapport `Molensteen of Mijlpaal' komt zeventig procent van de hulp die de VS en Italië geven bij het eigen bedrijfsleven terecht. De organisaties noemen dat ,,met de ene hand nemen wat de andere geeft en dan doen of je edelmoedig bent''. Ook zeggen ze dat arme landen vaak worden opgezadeld met ,,byzantijnse procedures en voorwaarden'' die de ontwikkeling ondermijnen.

Ontwikkelingslanden hebben jaarlijks te maken met 35.000 hulptransacties, waarbij het in 85 procent van de gevallen om donaties van minder dan een miljoen dollar gaat. Dat is een geweldige belasting voor de vaak zwakke overheidsapparaten, zeggen de hulporganisaties. Senegal ontving in 2003 alleen al vijftig delegaties van de Wereldbank. Daarbij komt dat donorlanden zich vaak niet aan hun beloften houden. In Afrika gaven ze een kwart minder aan projecthulp dan ze hadden beloofd. Een kwart van alle hulp arriveerde met meer dan een half jaar vertraging.

Volgens het rapport is 2005 een cruciaal jaar voor de ontwikkelingshulp omdat zowel de G7, de club van rijkste industrielanden, als de Verenigde Naties belangrijke initiatieven voor armeodebestrijding voorbereiden. Maar die mooie voornemens ,,eindigen als museumstukken in het Louvre, als de ministers in Parijs geen maatregelen nemen om de hulp effectiever te maken'', zei een woordvoerder van ActionAid.

De organisaties pleiten voor `ongebonden' hulp, minder bureaucratie, minder dirigisme en de instelling van een VN-commissie die op de effectiviteit van de hulp moet toezien. Ook willen ze dat technische hulp in de arme landen zelf wordt ingehuurd en dat goederen zoveel mogelijk lokaal worden gekocht. Alle hulp zou uiteindelijk op armoedebestrijding moeten worden gericht.