Wat Bush bedoelde

Tijdens zijn bezoek aan Europa heeft president Bush een rede in Brussel gehouden waarin hij speciaal aandacht aan Nederland besteedde. In Den Haag leidde dit tot nervositeit en verbazing. Minister Bot van Buitenlandse Zaken stond perplex. ,,Waarom moet dat nu weer?'', vroeg hij zich hardop af. En: ,,ik begrijp niet helemaal wat hij bedoelt''. Premier Balkenende ging de Amerikaanse president erop `aanspreken'. Hij kon slechts gissen naar wat Bush bedoeld mocht hebben.

Dit is het zinnetje waar het om draaide: ,,Wij moeten antisemitisme in iedere vorm verwerpen, en wij moeten geweld zoals we dat in Nederland hebben gezien veroordelen.''

Daar is volgens mij niets onbegrijpelijks en al zeker niets aanstootgevends aan. Toch zei Bot er tegelijk geschrokken en sussend over: ,,Dat had ik er liever niet in gehad, maar ik vind het geen ramp.'' Alom was te lezen dat Bush zich `negatief' over Nederland had uitgelaten en dat valt uiteraard niet in goede aarde bij onze regering. Balkenende deed een krampachtige poging tot exegese. Hij zei te denken dat de verwijzing naar Nederland ,,een uiting van zorg'' was over de moord op Theo van Gogh: ,,Een moord is natuurlijk ongebruikelijk in de Nederlandse verhoudingen; zoiets valt op in het buitenland'', peinsde de premier.

Toch is het niet zo moeilijk te begrijpen wat Bush bedoelde. Het was ook geen kritiek op Nederland, maar een voorbeeld van een ontwikkeling in breder verband, waar men zich in Washington terecht zorgen over maakt.

Bekijk nog eens in welke context de president zijn inderdaad veelbetekenende opmerking precies plaatste. Hij hield een beschouwing over ,,vrijheid in onze landen en de noodzaak om de waarden hoog te houden die vrijheid mogelijk maken'', waarna hij expliciet de omgang met minderheden aan de orde stelde: ,,Wij allen moeten zorgen dat minderheden volwaardig kunnen meedoen in de samenleving, en dat iedere nieuwe generatie de waarde van tolerantie leert.'' Vandaar dat hij in één zin antisemitisme en geweld in Nederland met elkaar verbond. Dat laatste moet dus betrekking hebben op de incidenten tegen moslims die volgden op de moord op Van Gogh. Bush sprak, bij wijze van voorbeeld, over de gelukkig nog spaarzaam gebleven uitingen van haat

tegen onschuldige, willekeurige moslims. Een vorm van haat die hij vergeleek met antisemitisme. Daar stelde de president integratie van minderheden in de hoofdstroom van de samenleving en de waarde van tolerantie tegenover.

Het is alsof je een pamflet van Geert Mak leest!

Matiging, tolerantie, geen geweld, geen paniek: de gevaren van het internationale moslimterrorisme moeten niet worden bestreden door bevolkingsgroepen te verketteren, maar door de terroristen aan te pakken.

En dat is nu het verwonderlijke: Geert Mak, die Bush vermoedelijk rekent tot de `handelaren in angst', kan niet anders dan hartgrondig instemmen met de waarschuwingen van de president tegen intolerantie jegens minderheden.

Bien étonnés de se trouver ensemble? Ik moet erkennen dat ik me vaak enigszins ongemakkelijk voel als ik mezelf betrap op instemming met Bush. Niet voor niets ben ik, net als Geert Mak, van de `Vietnam-generatie'. En per slot van rekening is Bush het uithangbord van een dominant neoconservatisme in de Amerikaanse politiek waar ik onmogelijk sympathie voor kan opbrengen. Dan hoef ik alleen maar te denken aan zulke kwesties als abortus en andere vrouwenrechten, christelijk fundamentalisme, discriminatie van homoseksuelen, extreme bevoordeling van de rijken. Het hoera-patriottisme van de Amerikanen zint niemand in Europa. Denk aan Kyoto, minachting voor de Verenigde Naties, het internationale strafhof, Guantánamo Bay, enfin, het bekende lijstje gerechtvaardigde bezwaren tegen de arrogantie van de supermacht.

Dat neemt allemaal niet weg dat de zogenaamde linkse reflexen wat Bush doet kán niet deugen, wat hij zegt móét verwerpelijk zijn nergens toe bijdragen, of het moet een primitief anti-Amerikanisme zijn. Wie zich daaraan overgeeft, verklaart al dan niet impliciet de bestrijding van het internationale moslimterrorisme tot een exclusief Amerikaanse aangelegenheid. Of erger: die komt in de strijd tegen het terroristische gevaar aan de verkeerde kant te staan.

Neem de Pavlov-reactie van de linkse oppositie op het besluit van de regering-Balkenende over de uitzending van 250 Nederlandse commando's en mariniers naar Afghanistan om deel te nemen aan de operatie Enduring Freedom om de Bin Ladens en mullah Omars van deze wereld uit hun holen te jagen. Het gejeremieer was meteen niet van de lucht. De SP sprak even voorspelbaar als laatdunkend van een `goedmakertje' aan de Amerikanen voor het vertrek uit Irak. GroenLinks en de PvdA zagen voornamelijk zwarigheden en narigheden. De PvdA is bevreesd voor een rol als `onderaannemer' van de VS.

Zeker, de Kamer moet de verzekering hebben dat de uit te zenden militairen onderworpen zijn aan Nederlands recht, inbegrepen de Nederlandse interpretatie van het humanitair oorlogsrecht. Maar de uitzending als zodanig behoort óók door links te worden ondersteund. De volgelingen van Bin Laden en diens soortgenoten maken, als zij hun terreuraanslagen plegen, waarachtig geen onderscheid tussen links en rechts, Amerikaans, Spaans of Nederlands, autochtone of allochtone burgers. Waarom houdt Nederland er speciaal getrainde en bewapende strijdkrachten op na, als zij niet in bondgenootschap met de VS zouden kunnen optreden tegen de broeinesten van het terrorisme? Of moeten zij wachten tot de jihadisten, de ware handelaren in angst, zich naar het Laakkwartier hebben begeven?

De linkse partijen zouden minder reflexmatig moeten denken. Aan de ene kant en dat gebeurt ook stelling nemen tegen de paniekzaaierij en tegen de aantasting van de rechtswaarborgen onder het mom van terrorismebestrijding. Maar dan ook aan de andere kant: zich niet door een instinctmatige afkeer van Bush laten afhouden van steun aan de echte oorlog tegen het terrorisme.

Geert Mak waarschuwt terecht tegen de populistische pogingen om de angst voor het moslimfundamentalisme te exploiteren en een giftig klimaat van haat en onverdraagzaamheid te scheppen. Net als Bush deed in Brussel. Maar het internationale netwerk van fanatici die zelfs dreigen met nucleaire aanslagen is geen fantoom, het is een reëel gevaar. In de strijd daartegen zijn de VS en Europa bondgenoten. Ook dat kwam Bush bevestigen.