Trapliften veranderen levens

In Nederland beweegt een groot deel van de bejaarde bevolking zich gesubsidieerd per elektrische hijsinstallatie door het trappenhuis.

Nederland zit in de lift. Terwijl de gemiddelde leeftijd blijft stijgen wil de overheid graag dat ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. En dus heeft iedereen die de trap niet meer op komt recht op een geheel gesubsidieerde traplift. Nu loopt de financiering vrij complex, via de Welzijnswet, de Wet Voorzieningen Gehandicapten, de AWBZ en de Ziekenfondswet.

In 2006 regel je een traplift via de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning bij één gemeentelijk loket. De subsidieregeling mist haar uitwerking niet. Met een stuk of 50.000 geïnstalleerde trapliften is Nederland vermoedelijk wereldrecordhouder: in geen land beweegt zo'n hoog percentage van de bevolking zich per elektrische hijsinstallatie door het trappenhuis. 10 à 20 procent van de trapliften wordt betaald door de gebruikers zelf: ze kunnen nog wel maar willen niet meer traplopen, of ze hebben geen zin in het subsidietraject.

Geen binnenlandse trapliftenfabrikant weet raad met zulke steile hijstrajecten als ThyssenKrupp Monoliften in Krimpen aan de IJssel. De fabriek die tot 1988 De Reus heette, en die in 1957 Nederlands eerste traplift plaatste, levert elegante klapstoeltjes waarop personen tot 125 kilogram zich over een helling van 70 graden naar een andere woonlaag kunnen laten optakelen. Zeventig graden? Zo steil is toch haast geen enkele trap? ,,Ja, wel in de binnenbochten'', verduidelijkt directeur Jurriën van den Akker. ,,Bij de spil zijn de treden zeer smal en komt zeventig graden vaak voor, terwijl de buitenbocht van diezelfde treden veel flauwer stijgt. En meer dan de helft van onze liften gaat door de binnenbocht.''

Een binnenbochttraplift heeft twee grote voordelen. De traplopende huisgenoten kunnen door de buitenbocht waar de treden het breedst zijn en waar doorgaans de leuning zit. En een binnenbochttraject kan in veel gevallen ononderbroken doorlopen als er meer dan twee verdiepingen moeten worden overbrugd. ,,We hebben doorgaande trapliften van meer dan 25 meter lang geleverd'', zegt technisch specialist Dirk Bakker.

De besturing is simpel. Neem plaats, doe de veiligheidsgordel om, druk een pookje in de gewenste rijrichting, en de zoefstoel trekt beheerst op. Wie flauwvalt of om een andere reden het pookje loslaat staat stil. Bij het naderen van een bocht daalt de snelheid automatisch opdat de passagier niet wordt weggeslingerd door de centrifugale kracht. Op een recht stuk trekt de stoel op naar 0,5 kilometer per uur. En aan het eind daalt de snelheid behoedzaam naar nul. Veiligheidsgordel loskoppelen, en uitstappen. De topsnelheid op de rechte stukken is instelbaar, maar alleen door een monteur. Van den Akker: ,,De traplift is een van de veiligste transportmiddelen. Ongelukken met de lift zelf gebeuren nagenoeg nooit. Maar er gaat wel eens wat fout met lopen over dezelfde trap, door gebrek aan ruimte of omdat mensen aan het mechaniek blijven haken. Vandaar dus onze voorkeur voor de binnenbocht.''

De traplifttechniek mocht de laatste jaren drie grote doorbraken beleven. Het benutten van binnenbochten lukt pas sinds tien jaar dankzij meer hijsvermogen en eenvoudiger geleiding. Behalve ThyssenKrupp worden binnenbochtliften ook gemaakt door Otolift in Bergambacht. Sinds vijf jaar zijn snoeren en kabelhaspels vervangen door accu's, ook bij de derde binnenlandse fabrikant, Freelift in Heerhugowaard. Dus ook geen bejaarden meer die halverwege hun trap een stroomstoring moeten uitzitten. In ruststand staat de stoel bij een laadcontact voor de accu: boven- dan wel onderaan de trap, of halverwege, waar de stoel minder hinder geeft. De derde doorbraak kwam uiteraard van de micro-elektronica. Behalve op een stoel zit je ook op een computer. Bij een liftstoel in aanbouw zijn printplaten vol chips te zien. Bakker wijst op het verrassend kleine elektromotortje dat met 4.500 toeren per minuut en een overbrenging van 1 op 120 het tandrad aandrijft. Boven op de as van de motor zit een klein wiel met spaken die al draaiend een lichtstroom passeren. De lichtonderbrekingen worden geteld, en daardoor weet het besturingssysteem waar de lift is en wat de snelheid moet zijn. Een gyroscoop peilt intussen het zwenkgedrag van de stoel: bij meer dan zes graden uit het lood wordt de rit onderbroken. Sensoren rond de voetsteun registreren losse voorwerpen op de trap: een losse pantoffel of slapende kat en de stoel staat stil. En single point failure is geen optie: alles wat met de beveiliging te maken heeft, wordt dubbel gecontroleerd. Bakker: ,,En daarbij mogen we zelfs geen chips van een zelfde fabrikant gebruiken.'' Omdat techniek altijd feilbaar blijft adviseert Van den Akker trapliftgebruikers, alleenstaanden in het bijzonder, om onderweg altijd een mobiele telefoon mee te nemen.

De eerste Nederlandse traplift werkte alleen op een recht traject. De geleiding bevatte meer staal dan een Daf en de aandrijving ging met een motor bovenaan de trap en een kabel. Nu volstaat één buis van acht centimeter doorsnee die met pootjes van een paar decimeter rust op de treden – nooit aan de wand. Onder aan de buis zit een heugel waar het tandwiel van de stoel zich in vastgrijpt.

In de fabriek van ThyssenKrupp begint de productielijn met een buizenbuigmachine. Elke trap is anders, dus ook de buis. De maten van de trap gaan rechtstreeks naar de machine die op de tiende graad nauwkeurig buigt, waarna de dito gebogen heugel onderaan de buis wordt gelast. Tenslotte worden de maten van de trap geladen in de computer in de stoel, die dan weet welke snelheid bij welke motoromwenteling hoort. En vervolgens is het een kwestie van installeren. In noodgevallen is alles binnen tien werkdagen gemaakt en geleverd. Een rechte trap is nog simpeler: de buis is niet rond maar U-vormig waardoor wat meer loopruimte overblijft. Een gemiddelde lift met bocht voor de subsidiemarkt kost 5.000 en 3.500 euro voor een rechte. De meeste trapliften zijn en blijven bezit van de gemeente die de rekening heeft betaald. ThyssenKrupp heeft voor tientallen gemeenten een paar trapliftstoelen in depot staan. ,,Dat is erg populair aan het worden'', aldus Van den Akker. Hij signaleert wel dat de indicatie voor een traplift wat minder snel wordt gegeven.

Van den Akker: ,,Trafliften zijn een emotioneel onderwerp, weinig mensen willen toegeven dat ze niet meer kunnen traplopen. Een traplift wordt soms gezien als een stigma. De positieve kant – en ook emotioneel – is dat mensen in hun eigen huis kunnen blijven wonen. Trapliften veranderen levens.''