`Syrische orde' staat nog overeind in Beiroet

Het anti-Syrische protest in Libanon wordt al de `cederevolutie' gedoopt. Maar een revolutie is het nog lang niet. De concessies zijn nog cosmetisch.

Wil het protest een revolutie worden, dan heeft het een naam nodig, dus heeft de Amerikaanse regering de anti-regerings- en anti-Syrische betogingen in Libanon `cederrevolutie' gedoopt. De ceder, een lokaal veel voorkomende naaldboom, figureert prominent in de Libanese vlaggen waarmee duizenden betogers gisteren weer stonden te zwaaien op het Plein van de Martelaren in het hart van Beiroet. In een moskee op dit plein ligt ex-premier Rafiq Hariri begraven, wiens dood bij een zware bomaanslag twee weken geleden het Libanese protest tegen de pro-Syrische regering en tegen de 28 jaar oude Syrische bezetting van Libanon ontketende.

,,In Libanon zien we een Cederrevolutie aan kracht winnen die de burgers van die natie verenigt achter de zaak van ware democratie en vrijheid van buitenlandse invloed'', zei Paula Dobriansky, onderminister van Buitenlandse Zaken, gisteren bij de presentatie van het jaarlijkse mensenrechtenrapport van haar ministerie. Inderdaad heeft de moord op Hariri de oppositie tegen de Syrische aanwezigheid wind in de zeilen gegeven. In de overtuiging dat de ex-premier door Syrië is vermoord omdat hij zijn aanzienlijke politieke gewicht aan de oppositie had verbonden, en aangemoedigd door de media van de oppositie, zijn immers tienduizenden burgers hun huis uitgekomen om te protesteren. Maar daarmee is de revolutie nog niet ver gevorderd, daarvan is ook de oppositie overtuigd.

De regering van premier Omar Karami staat bekend als de meest pro-Syrische aller tijden en is zeker ook een van de impopulairste. In het defensief door de beschuldigingen na de aanslag die zich ook tot haar uitstrekken, werd zij de afgelopen dagen keer op keer gedwongen concessies te doen die zij eerst had afgewezen. Zo verwierp zij aanvankelijk de eis dat er een internationaal onderzoek naar de moord op Hariri zou komen. Maar uiteindelijk moest zij overstag gaan. Ook werd zij gedwongen in te stemmen met een eerst afgewezen parlementsdebat over de moord op Hariri.

De pressie van de straat, versterkt door de Amerikaanse en internationale oproepen tot beëindiging van de Syrische bezetting en democratisering, leidde gisteren tijdens dat parlementsdebat tot het opstappen van Karami's regering. Dit was overigens een mogelijkheid die door Karami enkele malen was aangeroerd. Het is tijd voor crisismanagement in Beiroet. Karami blijft de regeringszaken waarnemen tot Syrië en zijn zaakwaarnemer in Beiroet, president Emile Lahoud, een breed acceptabele opvolger hebben gevonden.

Het blijven vooralsnog optische concessies, net zoals de Syrische militaire `hergroeperingen', die het systeem niet raken. Een van wijlen Hariri's kranten, Al-Mostaqbal, schreef vandaag: ,,de gemaskerde regering is weggesmolten, maar wanneer is het de beurt aan degene die haar heeft samengesteld?'' ,,De val van de regering is niet het einde van de weg'', aldus Al-Mostaqbal. ,,Het systeem dat dergelijke kabinetten baart en dat het land berooft van zijn recht zichzelf te regeren moet worden afgeschaft.''

Dat was niet alleen een verwijzing naar Syrië, maar ook naar de Libanese groepen die de Syrische orde schragen. Karami vertrekt, maar Lahoud, wiens ambtstermijn vorig jaar op bevel van Damascus met drie jaar werd verlengd en wiens functie geen ceremoniële is, zit er nog. De politieke oppositie is op dit moment op de keper beschouwd een verzameling relatief machteloze groepen: de druzen (5 procent van de bevolking) van Syriës vroegere bondgenoot Walid Jumblatt, verscheidene christelijke partijen en wat sunnieten (in totaal 22 procent). De christenen maken 39 procent van de bevolking uit, maar veel machtige christelijke families hebben grote economische belangen bij de Syrische orde.

De rol van de shi'ieten – 35 procent – is in dit verband van cruciaal belang. De zeer pro-Syrische parlementsvoorzitter Nabih Berri leidt de gematigde beweging Amal; de fundamentalistische shi'ieten zijn verenigd in Syriës werktuig Hezbollah, dat behalve anti-Israëlische guerrillabeweging ook Libanese politieke partij is. Voegen de arme shi'ieten, die de onderkant van de maatschappij vormen, zich bij de duizenden middenklasse-christenen, druzen en sunnieten die nu de basis van het straatprotest vormen? Voegen Hezbollah en Amal zich bij de oppositie? In mei staan parlementsverkiezingen op het programma. Op basis van de huidige politieke indeling blijft de oppositie dan oppositie. Wil het protest een revolutie worden, moeten alle grote groepen eraan deelnemen.