Schilder van boekomslagen

In zijn woonplaats Petaluma (Californië) is zondag beeldend kunstenaar James Avati op 92-jarige leeftijd overleden. Avati werd in de jaren vijftig bekend werd als illustrator van pocketomslagen, doorgaans goedkope herdrukken van kwaliteitsliteratuur voor een groot publiek. Als geen ander slaagde James Avati erin op zijn omslagschilderijen de essentie van literaire verhalen ('the guts of the story') uit te beelden. Daarmee werden de beelden van Avati een belangrijk bestanddeel van de massacultuur uit die jaren.

De beelden van Avati zijn eerder verhalen dan schilderijen. Avati brengt zijn personages bijeen in intieme situaties. We letten op hun uitdrukkingen, houdingen en gebaren, hoe hun kleren zitten, de rommel op de bank, de etensresten, de achterbuurt die door het raam zichtbaar is; het verhaal zit in al die details. De schilderijen hebben evenveel diepgang als de literaire verhalen waarvoor ze de verpakking vormden. Zijn hoofdpersonen zijn de komische landarbeiders uit het werk van Erskine Caldwell, de verarmde adel van William Faulkner, of de Ierse immigranten in de sloppen van Chicago als beschreven door James Farrell. De omslagen van Avati zijn tevens de eerste massaal gereproduceerde illustraties van het `andere Amerika': zwarten, homoseksualiteit, impotentie, overspel en postcoïtale depressie. Zijn collega, de illustrator Stanley Meltzoff, omschreef hem als ,,een naturalist die ons schildert met de bretels naar beneden.'' Wat dat betreft geldt hij als tegenpool van Norman Rockwell, de schilder van het kalkoenetende, familiezieke Amerika.

Avati werd op 14 december 1912 geboren in Bloomfield, als zoon van een Schotse moeder en Italiaanse vader. In 1940 trouwde hij met Jane Hammell, de dochter van illustratrice Elizabeth Landsdell en ontwerper Will Hammell, en vestigde zich in Red Bank (New Jersey). Na de Tweede Wereldoorlog, die hij als soldaat in Frankrijk en Duitsland doorbracht, probeerde hij als illustrator in zijn onderhoud te voorzien. In 1949 maakte hij zijn eerste omslagen voor paperbacks (Bantam Books en Signet Books). Hij werd al snel een van de succesvolste en best betaalde omslagillustratoren van zijn tijd. Maar anders dan zijn collega's, die dit werk hoogstens enkele jaren deden om geld te verdienen, heeft Avati zijn verdere leven niets anders gedaan. Na zijn `gouden periode' bij de New American Library (1949-1959) bleef hij op pocketomslagillustraties maken; in de jaren zestig vooral voor Bantam Books, in de jaren zeventig vooral voor Avon Books, en daarna voor alle andere grote paperbackuitgeverijen, waaronder Pocket Books, Fawcett en Ballantine.

Het liefste gebruikte Avati onprofessionele, gewone mensen als model. Het waren vaak vrienden en kennissen uit Red Bank. Als die modellen zich ongemakkelijk voelden, kwam dat goed uit, want het was vaak die ongemakkelijkheid die Avati wilde uitbeelden. Ook zijn dochter Zan, de oudste van acht kinderen, poseerde dikwijls voor hem.

In Europa is Avati als kunstenaar altijd hoger gewaardeerd dan in zijn eigen land. Sinds 1981 wordt zijn werk hier tentoongesteld. Veel van zijn schilderijen bevinden zich in Nederlands privé-bezit. De VPRO zond in 2000 een documentaire over hem uit. Het Gemeentemuseum Helmond brengt in oktober een overzichtstentoonstelling van Avati's werk. Dan verschijnt er ook een nieuw boek over Avati.

Piet Schreuders is vormgever en hoofdredacteur van de Poezenkrant