Rechter VS: klaag terreurverdachte aan of laat hem vrij

Een federale rechter in de Amerikaanse staat South Carolina heeft de regering-Bush opgedragen terreurverdachte Jose Padilla binnen 45 dagen aan te klagen of vrij te laten. De Amerikaan zit bijna tweeënhalf jaar zonder aanklacht of vorm van proces gevangen op verdenking van het beramen van een aanslag met een radioactieve `vuile bom'.

De 33-jarige Padilla werd in mei 2002 bij terugkeer uit Pakistan gearresteerd op het vliegveld van Chicago. De tot moslim bekeerde Amerikaan, een voormalig bendelid, zou in Pakistan contact hebben gehad met leiders van de terreurbeweging Al-Qaeda en er zijn opgeleid tot terrorist.

Hij werd door de regering-Bush als `vijandelijke strijder' aangemerkt, waardoor hij – net als de gevangenen op de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay – buiten het Amerikaanse of internationale recht valt.

Rechter Henry Floyd stelde gisteren echter: ,,De rechtbank meent dat de president niet de macht heeft, noch onder woorden gebracht noch geïmpliceerd, noch grondwettelijk noch voorgeschreven, om de eiser als een vijandelijke strijder vast te houden''.

Volgens Floyd, in 2003 door president Bush benoemd tot rechter, gaat het om de uitvoering van de grondwet. ,,Als de wet in zijn huidige vorm volgens de president onvoldoende is om het land te beschermen tegen plannen van terroristen, zoals hier wordt beargumenteerd, dan moet de president het Congres overhalen om een oplossing te vinden.''

De rechter verwees naar de zaak van de Amerikaan Yaser Hamdi, die in Afghanistan gevangen werd genomen en vorig jaar werd vrijgelaten. Zijn vrijlating volgde na een uitspraak van het Hooggerechtshof dat oordeelde dat Hamdi recht had op een proces. ,,De oorlogstoestand is geen blanco cheque voor de president als het gaat om de rechten van de staatsburgers'', aldus het hoogste Hof.

Het ministerie van Justitie gaat in hoger beroep.

Burgerrechtenorganisaties hebben verheugd gereageerd. Zij menen dat de regering in haar strijd tegen het terrorisme bij de aanhouding van Padilla veel te ver is gegaan door hem zijn grondwettelijke rechten te ontzeggen.