Pro-Syrisch kabinet Libanon valt

Onder druk van straatprotest heeft de Libanese premier Omar Karami gisteren het ontslag van zijn pro-Syrische regering aangeboden. Het aftreden van de pro-Syrische regering kwam twee weken na de moord op ex-premier Rafiq Hariri, die door veel Libanezen aan Syrië is toegeschreven en tot aanhoudende protesten heeft geleid.

Syrië, dat 14.000 man troepen in Libanon heeft, oefent een doorslaggevende invloed op het regeringsbeleid uit. Karami zei in het parlement dat zijn regering ,,geen obstakel voor het welzijn van het land'' wil worden. Hij blijft de zaken waarnemen tot een opvolger is gevonden.

De duizenden Libanezen die zich gisteren ondanks een demonstratieverbod op het Plein van de Martelaren in het hart van Beiroet hadden verzameld, reageerden verheugd op het nieuws van Karami's vertrek. Druzenleider Walid Jumblatt, die een leidende rol in de oppositie op zich heeft genomen, zei dat ,,het volk heeft gewonnen'' en riep op tot kalmte. De oppositie, een bonte groep van druzen, christenen en sunnieten, zou later vandaag bijeenkomen om over verdere actie te praten.

Vanochtend was het rustig in Beiroet. Een paar activisten brachten de nacht in tenten op het plein door en werden vanochtend versterkt door enkele honderden betogers. Maar ook de Libanese regeringsmilitairen die gisteren massaal aanwezig waren, ontbraken vanochtend. In het hele land gingen winkels, bedrijven en banken weer open na een eendaagse staking die door de oppositie was uitgeroepen om nog eens te protesteren tegen de moord op Hariri.

Een Syrische regeringsbron noemde het aftreden van het kabinet-Karami gisteren ,,een interne zaak''. De Syrische door de staat gecontroleerde media meldden Karami's opstappen, maar maakten geen melding van het straatprotest in Beiroet. De staatstelevisie toonde ook geen beelden uit Beiroet. Elders in de Arabische wereld werden de gebeurtenissen in Beiroet live op televisie uitgezonden, meldt CNN.

De Amerikaanse regering, die actie voert voor Syrische ontruiming van Libanon, meende dat het aftreden ,,een gelegenheid'' biedt voor de verkiezing van een nieuwe regering die Libanons diversiteit weerspiegelt. In Libanon zijn in mei algemene verkiezingen gepland. Onder-minister van Buitenlandse Zaken Paula Dobriansky zei dat zich in Libanon een `ceder-revolutie' zou kunnen voltrekken, naar analogie van de `oranje revolutie' in Oekraïne, en de `rozen revolutie' in Georgië. Het Witte Huis herhaalde dat er een eind moet komen aan de Syrische aanwezigheid in overeenstemming met resolutie 1559 van de VN-Veiligheidsraad.

ACHTERGROND: pagina 5

HOOFDARTIKEL: pagina 7