Libanon als casus

Een debat in het parlement, een politieke staking, volk dat de straat opgaat om te demonstreren tegen het regeringsbeleid, gevolgd door het aftreden van het kabinet. De gebeurtenissen in Libanon zijn opmerkelijk in het Midden-Oosten met zijn dictatoriale en repressieve traditie. In Beiroet traden de militairen niet op tegen de betogers. Premier Omar Karami bezweek voor de vox populi en diende gisteravond zijn ontslag in tijdens een parlementsdebat dat gewijd was aan de moordaanslag op oud-premier Rafiq Hariri.

Met Karami is Syrië onder druk komen te staan, de grote boosdoener in de ogen van de Libanese oppositie. Syrië zou verantwoordelijk zijn voor de moord op de politicus en miljardair Hariri. Het beschouwt Libanon als zijn historisch territorium, tevens buffer tegen Israël. De moord op Hariri, wederopbouwer van een verwoest land, zette Libanon en de regio op scherp. Libanon moet voor de Libanezen zijn, is de weer veelgehoorde leuze. De Syrische militaire aanwezigheid in Libanon is hoe dan ook mikpunt van nationale en internationale protesten. Vorige week was het een belangrijk onderwerp in de ontmoetingen van de Amerikaanse president George W. Bush met de politieke leiders van de Europese Unie en Rusland. Damascus reageerde met de toezegging dat het van plan is militairen terug te trekken naar de Beka'avallei in het oosten van Libanon en dat het met de Verenigde Naties wil samenwerken om VN-resolutie 1559 uit te voeren, die de terugtrekking eist van alle buitenlandse troepen uit het land.

De betogingen in Beiroet doen denken aan dat andere massale volksprotest, enkele maanden geleden in de Oekraïense hoofdstad Kiev. De vasthoudendheid van een bedrogen electoraat leidde daar tot een politieke omwenteling met een nagalm die het land zelf overstijgt. Het is niet gezegd dat de gevolgen in Libanon dezelfde zullen zijn. Massademonstraties in het Midden-Oosten zijn niet uniek en leiden zelden tot grote politieke feiten. Maar in Libanon is wèl een regering opgestapt en ervaren verbaasde demonstranten de macht van hun getal. Zo kan een bloedig incident uitgroeien tot een casus van belang.

De vraag is: hoe nu verder? De volkswoede moet kunnen uitrazen. Of de protesten een revolutie inluiden, zal de tijd leren. Het is te vroeg om te zeggen dat het Libanese volksbewustzijn een democratiseringstrend in het Midden-Oosten in gang zet. Maar dat er iets gebeurt, dat het Oekraïense voorbeeld en Bush' oproep voor meer vrijheid het nodige hebben losgemaakt, is duidelijk. De gebeurtenissen in Beiroet laten in ieder geval zien dat de Syrische rol in Libanon, heel lang een gegeven, onder druk van de omstandigheden ineens geen geopolitieke logica meer is.

Voor een regeling die beklijft, is echter meer nodig. Vrede met Israël bijvoorbeeld. Syrië zal zijn troepen hergroeperen, maar repatriëring is alleen aan de orde als het ,,garanties'' krijgt, zei de Syrische president Assad gisteren in een kranteninterview. Daarmee zijn de stellingen betrokken en kan de wereld zich opmaken voor een diplomatieke zenuwenoorlog. Internationaal dient Syrië onder druk te worden gehouden met meer dan alleen woorden. Het is van belang dat de VS en Europa hierin gelijk optrekken. Nu kunnen de beloftes over inniger samenwerking, vorige week in Brussel gedaan, worden waargemaakt.