Lang en bitter taalgevecht bij Syndicaat

Ze schelden op elkaar, in gehavende zinnen. `Ik' wordt dikwijls weggelaten, versieringen of nutteloze lidwoorden zijn verdwenen. Het doet zeer, deze taal, misschien dat ze daarom ook zo boos zijn.

Toch gloeit er onder al dat taalgeweld een vonk van liefde en dus blijven de geliefden om elkaar heen cirkelen in de nieuwe voorstelling Angel van jeugdtheatergezelschap Het Syndicaat.

De taal is het meest opvallende onderdeel van de voorstelling. Hij werd gecreëerd door de Nederlandse schrijver Enver Husicic (1974), die drie jaar geleden afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht in de richting dramaschrijven. Vorig seizoen werd het eerste deel van het stuk onder de titel Demento kleinschalig opgevoerd, met succes. Op verzoek schreef Husicic er nog twee delen bij, die naar zijn zeggen ook apart kunnen worden opgevoerd.

Wat de tekst van Husicic verrassend maakt, zijn niet zozeer de geamputeerde zinnen – daar hebben meer moderne dramaschrijvers patent op – maar de manier waarop ze vlijmscherp hun doel raken en leiden tot een nieuwe manier van spreken. ,,Je alst. Je alst weer. Als dit als dat. Denk je zo breekt de hel los.''

Zeker in het begin levert dit veel spanning op. Bij elke uitgesproken zin sluipen vier ongezegde zinnen mee en zo ontstaan steeds diepere lagen, die inzicht geven in de relatie en de nooit uitgekomen verlangens van het paar. Ondanks de lege witte ruimte met hier en daar een zitzak is er meer te zien dan een triest tweetal dat in een of andere badplaats uit een hotelraam staart. Manon Nieuweboer en Niek van der Horst buiten de gelaagdheid goed uit. Dat is ze ook wel toevertrouwd, want ze staan al vijftien jaar met elkaar op het toneel. Ze nemen zinnen van elkaar over, spugen ze terug, snijden elkaar de pas af, als in een kooigevecht van woorden. Het verhaal wordt alsmaar triester. Er is sprake van een foetus op sterk water, er is pijn in de onderbuik, er is achterdocht en onmacht.

Regisseur Daniëlle Wagenaar regisseerde Nieuweboer en Van der Horst ingetogen. De acteurs geven elkaar de ruimte en zo ontstaat een mooi golvend ritme. Alleen bij al te lange scheldpartijen gaat de vaart eruit, alsof de acteurs geen zin hebben in zoveel geschreeuw. De spaarzame tedere momenten zijn daarentegen krachtig: een voorzichtige kin op een schouder, een aai over een been, direct gevolgd door weer een boze afwijzing.

Wat uiteindelijk mist is de onderhuidse passie die het geloofwaardig maakt dat deze twee mensen ondanks al hun woede bij elkaar willen blijven. Die passie had wellicht ook de verste randen van Husicic' taal aannemelijk kunnen maken, randen die nu meer lijken op het overgooien van woorden, een wat wonderlijke stijloefening. Uiteindelijk duurt het geheel te lang, al bezit zelfs de lengte een zoete bitterheid; de relatie had immers ook een stuk eerder moeten eindigen.

Door niet te stoppen met schelden en praten, door de lengte en de onderhuidse pijn wordt het spel van aantrekken en afstoten uiteindelijk zowel door de acteurs, de taal en de toeschouwer meegespeeld.

Voorstelling: Angel door Het Syndicaat. Tekst: Enver Husicic. Regie: Daniëlle Wagenaar. Gezien: 25/2 Rozentheater Amsterdam. Tournee t/m 29/4. Inl.(020) 61678744 of www.hetsyndicaat.com