`Jongeren hebben geen zin in rotklusjes op club'

Verenigingen zijn op zoek naar nieuwe strategieën om jongeren aan zich te binden. ,,Ze hebben geen tijd meer om wekelijks in een rokerig zaaltje te vergaderen.''

Kerken, politieke partijen, vakbonden en andere traditionele organisaties hebben moeite om jonge mensen aan zich te binden, schreef het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) twee weken geleden in het rapport Landelijk Verenigd. Maar daarmee is volgens het SCP niet gezegd dat jongeren minder sociaal betrokken zijn. Zij kiezen alleen voor tijdelijker en afstandelijkere verbanden met organisaties, zij zien als `participatieuitzendbureaus'. Om overeind te blijven, is een moderniseringsslag nodig.

Een willekeurige jongere als voorbeeld. Arno Colenbrander (22), student geneeskunde, sport veel en speelt piano. Maar hij piekert er niet over om lid te worden van een sport- of muziekvereniging. ,,Die activiteiten kan ik zelf wel regelen'', zegt hij. ,,Bij een vereniging heb ik er meteen een aantal verplichte vrienden bij, waar ik iedere week mee moet borrelen.'' Hij loopt hard en zwemt met vrienden, een kennis vraagt hem af en toe piano te spelen in de kerk. Verder is hij in gesprek met Artsen zonder Grenzen om af en toe onbezoldigd literatuur voor ze samen te vatten en loopt hij met plannen om een aantal maanden ontwikkelingswerk te gaan doen in Afrika. Behalve zijn donateurschappen bij het Aidsfonds en Greenpeace moet voor hem alles tijdelijk en flexibel zijn. ,,Ik wil kunnen doen wat ik wil.''

Veel organisaties vinden nog maar moeizaam een antwoord op dit vluchtige gedrag, aldus het SCP. Hoewel het aandeel van de bevolking dat zegt politiek geïnteresseerd te zijn sinds het begin van de jaren negentig behoorlijk is gestegen, nemen de ledenaantallen van politieke partijen voortdurend af. Vakbonden, geloofsgenootschappen, omroepverenigingen, maar ook kleinere belangenorganisaties hebben te weinig nieuwe aanwas. Bovendien willen leden zich minder gemakkelijk voor langere tijd actief inzetten.

,,Enige behoudzucht is verenigingen eigen'', zegt Marike Kuperus, werkzaam bij Civiq, een adviesorgaan voor verenigingen. ,,Leden verbinden zich met elkaar op basis van een gemeenschappelijke eigenschap. Maar als belangstellenden met nieuwe wensen zich aandienen, moeten de huidige leden ruimte inleveren en ontstaat er al snel een wij-zij-gevoel.''

Dat leden zakelijkere banden zoeken is niet erg, vindt Kuperus, maar organisaties moeten beter erkennen dat zij jonge mensen alleen kunnen binden als zij een goede ruil met hen maken: leden lijken steeds meer op klanten, en die komen voor een dienst. ,,Een vereniging moet duidelijk maken wat ze te bieden heeft voor wat ze vraagt.” Kuperus is auteur van het maandag te verschijnen boek De vereniging op survival, waarin zij hedendaagse verenigingen ,,overlevingsstrategieën” aanreikt. ,,Verenigingen vragen vaak een complete toewijding, en die geven jongeren niet meer. Wie wil er nog secretaris worden? Die moet altijd de rotklusjes doen.'' Volgens haar is het beter om die functie op te knippen in losse taken.

Volgens Henk Vinken, cultuursocioloog aan de Universiteit van Tilburg, zal dat de verenigingen niet redden. ,,Lidmaatschap is achterhaald'', vindt hij. Volgens hem is een beroep op langdurige praktische inzet in conflict met de agenda van jongeren in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, die er op gericht is dat zij aan alles geproefd hebben. ,,Jongeren hebben geen tijd meer om wekelijks in een rokerig zaaltje te vergaderen over een stapel papier en willen niet meer een jaar hoeven wachten voor ze de voorzitter mogen tutoyeren.'' Bovendien, zegt hij, zijn de laatste jaren beleidsinitiatieven gericht op individualisering. ,,De overheid vindt dat mensen in staat zijn zelf hun leven in te richten met behulp van private instanties. Waarom zou je nog meedoen aan een collectiviteit als je zelf je prepensioen moet regelen?'' Vinken ziet de oplossing in een verdere professionalisering van organisaties en een nog anoniemere band met de buitenwereld. Hij noemt daarbij een voorbeeld van een milieuorganisatie op de Filippijnen die protesteert tegen vervuilende vrachtwagens registreert op basis van meldingen door particulieren op internet. Organisaties zonder leden gaat Kuperus te ver. ,,Je moet wel kleur bekennen, anders kan een organisatie niet voor je belangen opkomen.'' Niet het vanzelfsprekende lidmaatschap met de verzuilde verenigingen uit de vorige eeuw, maar ook niet het incidentele verband, gebaseerd op mediahypes, moeten het maatschappelijk middenveld bepalen. ,,Je moet mensen verenigen op issues'', aldus Kuperus.

Dat besef is ook doorgedrongen tot het CDJA. In lijn met het CDA en de andere politieke partijen daalde het ledenaantal van de CDA-jongeren van 2.700 in 1994 tot ongeveer 1.150 twee jaar geleden. Dat het nu weer rond de 1.350 ligt, is volgens voorzitter Ronald van Bruchem mede te danken aan de nieuwe koers met de titel Party and Politics. Politiek moet leuker en vrijblijvender. ,,Er zijn genoeg mensen die iets aan onderwijs of veiligheid willen doen, maar ze willen niet eerst lid hoeven worden.'' Het CDJA registreert iedereen die zijdelings voor hen actief is geweest in een database en bouwt zo een periferie rond de leden op. Iedereen die ooit informatie heeft aangevraagd ontvangt een uitnodiging voor het congres. Van Bruchem: ,,Wel zonder stemrecht uiteraard.''