Hypocrisie en misleiding over rechterlijke fouten

In het artikel `Roep rechters niet apart ter verantwoording' (Opiniepagina, 8 februari) stelt mr. A.H. van Delden, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, terecht dat rechterlijke beslissingen altijd `juist' moeten zijn. Maar hij is misleidend, als hij rechterlijke fouten toewijst aan te hoge werkdruk. Het is bovendien onjuist dat de wet de rechters zou beschermen tegen inmenging van buitenaf. Dat geldt ook voor Van Deldens suggestie dat die bescherming zou dienen om de `onafhankelijkheid' van rechters te waarborgen. De wet eist strikte onafhankelijkheid en onpartijdigheid om als rechter te mogen functioneren, maar daarmee maakt deze eis de rechters nog niet onafhankelijk en onpartijdig.

Onafhankelijkheid wordt uitsluitend bepaald door houding en gedrag van de rechter zelf en door de mate waarin deze zich laat beïnvloeden door andere (eigen)belangen. Deze onafhankelijkheid wordt niet geschaad als blunderende of corrupte rechters zich moeten verantwoorden; verantwoording, controle en correctie zijn juist een zegen voor de rechtsstaat.

Ook zijn pleidooi om rechters niet individueel, maar de rechtelijke macht als collectief op fouten aan te spreken, is hypocriet. Immers, de kwaliteit van de rechterlijke macht wordt bepaald door de kwaliteit van de individuele rechters tezamen en deze collectieve kwaliteit wordt bepaald door de zwakste schakels.

Vals is Van Deldens lofzang op de `cultuur van openheid' die rechters zouden nastreven. Er is immers geen openheid als rechters onderling de besluitvorming evalueren, integendeel. Dan keuren de slagers zelf hun eigen worst. Openbaar maken van de keuring maakt deze heimelijkheid niet anders.