Geen voorkeurspositie voor stad van vrede

De internationale gemeenschap in Den Haag moppert over de stroperige regelgeving en de inflexibele opstelling van Nederlandse ambtenaren. ,,Op de ministeries denken ze: `Die mensen verdienen al genoeg'.''

Het is maar dat we het weten. Nederland lijdt zo nu en dan aan een ,,notoir calvinistische zuinigheid'', zegt de secretaris-generaal van het Internationaal Hof van Arbitrage. ,,Nederland is gauw geneigd te zeggen dat iets niet kan'' bevestigt een functionaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ,,In het buitenland is er ruimte, in Nederland is het njet'', vult de burgemeester van Den Haag aan.

Wanneer een deftige instelling, een voornaam ministerie en een actieve burgemeester klagen als één stem, dan is er wat aan de hand. De inzet blijkt de internationale positie van Nederland, plaats van handeling is Den Haag, het onderwerp van eensluidende bezorgdheid: het voortbestaan van die stad als juridische hoofdstad van de wereld.

Den Haag is na New York, Genève en Wenen vierde VN-stad ter wereld, gastheer voor ten minste zeventig internationale organisaties, meer dan tachtig ambassades en consulaten, tien internationale scholen en tal van hoofdvestigingen van grote multinationals. Een gemeenschap die volgens officiële schattingen ten minste 26.000 mensen telt. Resultaat van vaak maanden- of jarenlang lobbywerk om die organisaties naar Nederland te halen. Maar de laatste jaren wordt binnen de internationale gemeenschap in Den Haag steeds meer gemord over het gastland. Een greep uit de klachten: families die geen huisarts kunnen krijgen, kinderen die niet in aanmerking komen voor opvang, rijbewijzen die niet geldig zijn afgegeven, bijna-uitwijzingen, een arbeidsverbod voor echtelieden en geen volledige vrijstelling van inkomstenbelastingen.

De onvrede kwam vorige maand naar buiten toen Tjaco van der Hout, secretaris-generaal van het Internationale Hof van Arbitrage, in een radio-interview zich beklaagde over de tegenwerking die organisaties als de zijne ondervinden vanuit verschillende ministeries. Daags erop liet het Europees Octrooibureau (EOB) weten dat de problemen met Nederlandse regelgeving inmiddels zo hoog zijn opgelopen dat men minister Bot van Buitenlandse Zaken heeft ingeschakeld om tot een oplossing te komen.

Het Octrooibureau, dat met 2.700 man de grootste internationale instelling is in Nederland, worstelt vooral met de nieuwe identificatieplicht, waardoor familieleden van het buitenlandse personeel in hun bewegingsvrijheid zouden worden gehinderd. Sommige werknemers voelen zich ,,ronduit gediscrimineerd'', zegt Rainer Osterwalder, woordvoerder van het EOB vanuit de vestiging in München. ,,Niet iedereen die bij het EOB werkt, is afkomstig uit de Europese Unie. In Nederland worden die mensen niet gelijkwaardig behandeld. Dat kan niet. Hier in Duitsland wordt daar veel flexibeler mee omgegaan'', aldus Osterwalder.

Ook de Europese justitieorganisatie Eurojust laat vandaag in deze krant weten dat er een conflict is met de Nederlandse autoriteiten. De organisatie is gefrustreerd over het feit dat men er niet op korte termijn in slaagt om Eurojust binnen Den Haag in de buurt van `zusterorganisatie' Europol te huisvesten.

Vooral de opstelling van de ministeries van Sociale Zaken, Justitie en Financiën zijn de internationale gemeenschap een doorn in het oog. Het vermoeden is dat er op de departementen nogal eens het gevoel leeft dat deze groep buitenlandse werknemers het al heel goed heeft. De salarissen liggen vaak hoog, de werknemers hoeven geen inkomstenbelasting te betalen en ze rijden in een belastingvrije auto. De werknemers danken die bevoorrechte positie aan specifieke verdragsregels, die boven de nationale wetgeving staan. Nog meer uitzonderingen zijn niet nodig, zo is het gevoel bij sommige ambtenaren.

Burgemeester Deetman van Den Haag kent de klachten van de internationale gemeenschap. Hij onderschrijft het door hen gesignaleerde gebrek aan flexibiliteit van de zijde van de autoriteiten. ,,Binnen de politiek en op de ministeries bestaat een houding van: `Het is wel mooi geweest, die mensen verdienen al genoeg'.'' Dat kan wel zo zijn, zegt de burgemeester, ,,maar we hebben een geweldige concurrentie. Je moet het wél regelen.''

Kapers op de kust zijn er genoeg. Andere steden, zoals Wenen, Rome, Brussel, Parijs en Genève timmeren ook hard aan de weg om internationale organisaties binnen te halen. ,,De concurrentie is heviger geworden'', schrijft de gemeente Den Haag in een onlangs aangenomen nota `Den Haag, residentie van recht en vrede'. Met name door het voornemen van de Verenigde Naties om te bezuinigen en te herstructureren, dreigt Den Haag instellingen en daarmee werkgelegenheid, te verliezen. ,,We moeten alert blijven'', aldus de nota.

Wat belangrijk is, zegt Deetman, is dat praktische zaken goed geregeld zijn. Daarom beschikt Den Haag onder andere over een Bureau Internationale Zaken, dat nauw contact houdt met alle instellingen, is er een zogeheten Hospitality Center `for international media and visitors', een International Corner en tal van andere initiatieven die buitenlandse medewerkers van internationale organisaties en bedrijven wegwijs moeten maken. Van de hiermee gekweekte goodwill blijft echter weinig over als de nationale regelgeving te veel belemmeringen opwerpt.

De gemeente Den Haag speelt vaak een bemiddelende rol tussen de organisaties en de betrokken departementen. ,,Laatst hebben we een sessie gehad met een aantal grote internationale bedrijven en de overheid over tewerkstellingsvergunningen. Veel van die bedrijven zeiden: `We komen er niet uit'. Door dit soort van overleg wordt veel duidelijk'', zegt de Haagse wethouder Pieter van Woensel (Economie). Maar, zegt hij ook, ,,het vestigingsklimaat is gediend bij goede nationale wetgeving. [] Het rijk moet beseffen hoe belangrijk het is voor Den Haag om dat klimaat te verbeteren.''

Dat besef is er te weinig, zegt Frans Nelissen, directeur van het T.M.C. Asser Instituut in Den Haag, een onderzoekscentrum dat is gespecialiseerd in internationaal recht en net een boek heeft uitgegeven over de belangrijkste juridische instellingen in Den Haag. De stad is volgens Nelissen ,,uniek'' in de wereld als het gaat om de concentratie van kennis op het gebied van internationaal recht. ,,Zestig tot zeventig procent van de wereldtop die iets van doen heeft op dit gebied, woont en werkt hier! Niet voor niets stuurden de Verenigde Staten een vliegtuig vol juristen naar Den Haag om advies in te winnen over de te vormen machtsstructuur in Irak'', zegt Nelissen.

Burgemeester Deetman is het er volmondig mee eens: ,,Rotterdam heeft haar haven, Amsterdam Schiphol, Den Haag is de stad van vrede en recht. Dat is niet hetzelfde als een groot schip of een groot vliegtuig, maar het heeft wel grote betekenis voor Nederland.''