Franse verwarring over referendum grondwet

De verwarring over de Europese Grondwet in Frankrijk neemt toe. Ook al hebben de Franse Eerste en Tweede Kamer gisteren met een grote meerderheid ingestemd met een grondwetswijziging die daarvoor ruimte maakt.

De brede overeenstemming verbergt even brede verdeeldheid. Dat is, vreemd genoeg, de algemene conclusie die getrokken wordt uit de uitslag van een stemming, gisteren, over twee herzieningen van de Franse grondwet. Zoals de traditie het vereist inzake grondwetswijzigingen kwamen de 576 leden van de Franse Assemblée en de 331 leden van de Senaat in congres bijeen in het paleis van Versailles. `Zonder verrassing' en `zonder hartstocht', zoals eerder al voorspeld was, keurden ze de voorgelegde teksten goed, met zelfs ruim meer dan de vereiste drievijfde meerderheid van de stemmen. Het gaat om de achttiende en negentiende herziening sinds de in 1958 door oud-president Charles de Gaulle ingestelde grondwet, die het begin van de Vijfde Republiek markeerde.

De ene herziening beoogde om de Franse grondwet in overeenstemming te brengen met die van Europa, waarover in Frankrijk en andere lidstaten nog een referendum zal worden gehouden. Onderdeel is de verplichting voortaan toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie in een referendum aan de bevolking voor te leggen. Dit artikel is niet van toepassing op de toetreding van Roemenië, Bulgarije en Kroatië, maar wel op die van Turkije en toekomstige andere kandidaten. Opname van deze verplichting is een concessie van president Jacques Chirac aan zijn eigen partij UMP, die tegen Turkse toetreding is. De tweede herziening betrof een milieu-handvest dat een gezonde leefomgeving tot een grondrecht maakt.

,,Europa is niet rechts, Europa is niet links, Europa is onze toekomst, onze lotsbestemming'', zei premier Jean-Pierre Raffarin bij de opening van het congres. Niet alleen gaf hij daarmee het startschot van de campagne ten aanzien van het referendum over de Europese Grondwet, hij probeerde ook klaarheid te brengen in een sfeer van algehele verwarring. Want de politiek mag in grote meerderheid voorstander zijn van de grondwet, het `nee' van de bevolking, en vooral van de linkse kiezer, wint terrein. Begin februari werd Bernard Thibault, voorzitter van de grote vakbond CGT en verklaard voorstander van de grondwet, nog ernstig in verlegenheid gebracht door de afkeuring door het nationale comité van zijn bond.

Begin december behaalde François Hollande, leider van de Parti Socialiste, een duidelijke overwinning bij een intern referendum over de grondwet. Nummer twee van zijn partij, oud-premier Laurent Fabius, tegenstander van de in zijn ogen `te liberale' grondwet, haalde smadelijk bakzeil. Maar inmiddels wordt Hollandes boodschap steeds moeilijker te verkopen. Hij zegt immers `ja' tegen een grondwet die vurig gewenst wordt door president Chirac.

En die staat aan het hoofd van een regering, die massale protesten oproept. De werkloosheid bereikte vorige week de magische grens van tien procent van de beroepsbevolking, voor het eerst in vijf jaar. De onderwijshervormingen zorgen al wekenlang voor nationale demonstraties. Als klap op de vuurpijl kwam daar twee weken geleden de affaire rondom het luxueuze en door de Staat gefinancierde dienstappartement van de inmiddels oud-minister Hervé Gaymard bij. Meer dan ooit lijkt het adagium van toepassing, dat Fransen bij een referendum nooit de gestelde vraag beantwoorden.

De argumenten van de voorstanders zijn inmiddels symptomatisch voor de verwarring. Hollande zegt bij voorbeeld: ,,Europa is onze toekomst, zij [Chirac en Raffarin, red.] behoren tot het verleden.'' Een andere voorstander, oud-minister Nicolas Sarkozy en als voorzitter van de UMP Chiracs voornaamste rivaal voor de presidentsverkiezingen van 2007, brengt het weer anders: ,,Door `ja' te zeggen tegen de grondwet, verhoogt men de drempel voor Turkije om toe te treden tot Europa.'' Sarkozy is, net als zijn partij maar anders dan Chirac, tegen toetreding van Turkije. Oud-premier Fabius laat evenmin af en houdt vol tegen de grondwet zijn omdat hij vóór Europa is.

Waar de verwarring het grootst is, bij links of bij rechts, is niet eens meer de vraag, maar Hollande bevindt zich ondanks zijn interne overwinning in het lastigste parket. Dagblad Liberation stelt vanochtend enigszins moedeloos vast: ,,Het ja van Hollande dat een nee tegen Chirac is komt op hetzelfde neer als het nee van Fabius dat een ja tegen Europa is.'' Het probleem van Hollande is dat hij door zich af te zetten tegen Chirac om een ja te bewerkstelligen ook bijdraagt aan de weerstand tegen het staatshoofd en daarmee tegen diens pogingen de kiezer eveneens over te halen tot een ja.

Chirac heeft verklaard zich `persoonlijk' in te gaan zetten voor een voor Europa gunstige uitslag van het referendum. Op de grote Landbouwbeurs, die dit weekeinde openging en traditioneel een belangrijk moment is om politiek te bedrijven, begon hij daar al mee. Een boer die een spandoek ophield tegen de grondwet, beet hij toe: ,,Als u zich in de eigen voet wilt schieten, moet u dat zelf weten, maar klaag niet achteraf. Het is een stommiteit, dat zeg ik u maar alvast.'' Elders op de beurs wees hij erop dat Frankrijk in de laatste vijftig jaar 's werelds tweede landbouwexporteur is geworden, ,,hoofdzakelijk dank zij Europa''.

Deze week raadpleegt Chirac alle partijen voor een datum voor het referendum. Dat zou gehouden moeten worden op een zondag tussen 1 mei en 19 juni.