`De politie gaf ons geen bescherming'

De verslagenheid is groot in Hilla, de Iraakse stad waar 120 mensen omkwamen toen een man met een auto vol explosieven inreed op een rij mensen.

,,Hoe kan iemand dit mensen aandoen?'' vraagt een man terwijl hij kijkt naar de verwoesting. Nog laat in de avond worden in de Iraakse stad Hilla, ten zuiden van Bagdad, waar gisterochtend bij een zelfmoordaanslag zeker 120 mensen omkwamen, lijken en delen van lichamen geborgen. Bebloede, soms zwartgeblakerde lichamen worden op gammele houten karren weggereden, andere worden in een achterbak van een politietruck geladen.

Politieagenten staan volgens een journalist van persbureau Reuters apathisch naar de chaos te kijken. Soms schieten ze schijnbaar doelloos met hun kalasjnikov in de lucht. Bij de omstanders overheerst het verdriet. En de woede, die zich zowel richt op de daders, als op de politie.

Winkelier Mohammed Kazem, die bezig is de glasscherven van de gesprongen ruiten van zijn stoffenwinkel op te ruimen, geeft de politie de schuld: ,,Het is het gevolg van een gebrek aan waakzaamheid van de politie, die een auto zo ver heeft laten komen'', zegt hij tegen persbureau AFP. Een collega van Kazem, handelaar in elektronica Mohammed Maamouri, verbaast zich erover dat de betonblokken die het gebied gewoonlijk beschermen tegen autoverkeer uitgerekend op deze maandag zijn weggehaald.

Ook voor veel van de meer dan honderd gewonden in het overvolle ziekenhuis is de politie de boosdoener. ,,We geven de politie van Hilla de schuld van deze aanslag, omdat die niet de noodzakelijke maatregelen heeft genomen om onschuldige mensen te beschermen'', zegt Hussein Hassoun in het ziekenhuis tegen persbureau AP. Hij verloor twee neven, die net als de meeste andere slachtoffers in de rij stonden voor een medische keuring om werk te krijgen bij de overheid, veelal als politieman.

,,Ik had geluk'', zegt de 29-jarige Mushin Nadi, die alleen een been brak. ,,Ik stond op het moment van de explosie achterin de rij. Er brak ineens paniek uit. Ik werd door angstige mensen onder de voet gelopen en raakte buiten bewustzijn. Het volgende wat ik weet is dat ik wakker werd in het ziekenhuis.''

Veel mensen zijn nog op zoek naar familieleden. Ze staan voor het ziekenhuis en vragen om opheldering. Ze roepen `Allah Akbar' (God is groot) en scanderen leuzen tegen de `wahabieten', de extreme tak van de islam die ze verantwoordelijk houden voor de aanslag. Ze gaan er van uit dat de aanslag, die niet is opgeëist, het werk is van sunnieten die zich verzetten tegen de door shi'ieten gedomineerde Assemblee.

,,We hebben veel bloed geofferd'', zei Jalal Eddin al-Sagheer, een hoge shi'itische geestelijke gisteren. ,,We moeten geduldig zijn en ons niet laten verleiden tot een burgeroorlog, zoals ayatollah al-Sistani heeft gezegd.'' Groot-ayatollah Sistani is de meest invloedrijke shi'itische geestelijke in Irak.