De Ceder-revolutie in Libanon

Gisteren is de pro-Syrische regering van Libanon plotseling afgetreden onder druk van demonstranten. Het mag niemand verbazen als de Libanese sjiieten overlopen en zich bij de macht van het volk aansluiten, meent Amir Taheri.

Sinds de bevrijding van Irak stellen de voorstanders van meer democratie in het Midden-Oosten de vraag: wie volgt? De laatste twee weken komt het antwoord uit Libanon, waar honderdduizenden mensen uit woede over de moord op oud-premier Rafiq Hariri de straat op zijn gegaan om stelling te nemen tegen een bewind dat is geïnstalleerd en in stand wordt gehouden door een Syrische legermacht.

,,Libanon is klaar voor de democratie'', zegt Marwan Hamade, een oppositielid in de Nationale Assemblee dat afgelopen oktober een Syrische moordaanslag overleefde. ,,Wat we nodig hebben is een onmiddellijke beëindiging van de Syrische bezetting.''

Een maand geleden zou zo'n rechtstreekse verwijzing naar de militaire aanwezigheid van Syrië in Libanon ondenkbaar zijn geweest. Zelfs de moedigste oppositieleider wist dat een openbare aanval op Syrië de dood kon betekenen. De afgelopen twintig jaar hebben Syrische agenten 37 vooraanstaande Libanezen vermoord, onder wie twee presidenten. Het tragische lot van Hariri was de laatste herinnering aan deze sombere werkelijkheid.

,,De angst heeft zich naar het andere kamp verplaatst'', zegt Walid Jumblatt, de Druzenleider die zich opwerpt als leider van het Libanese verzet tegen de Syrische bezetting. ,,Het is nu de beurt van de bezetter om bang te zijn.'' Ter illustratie hiervan deed Jumblatt onlangs iedereen versteld staan door Syrië in het openbaar te beschuldigen van de moord op zijn vader Kamal in 1977. ,,Iedereen kende van meet af aan de waarheid'', zegt hij. ,,Maar het was belangrijk dat het ook in het openbaar werd uitgesproken.''

De Syrische strategie was om Libanon te overheersen door middel van een mengeling van militaire aanwezigheid en maffia-achtige bedrijfsnetwerken. Dit werkte zolang de Libanese politiek zich beperkte tot kleine elites die de verscheidene godsdienstige en etnische gemeenschappen in het land vertegenwoordigen. Damascus kon in elke gemeenschap altijd bondgenoten of klanten vinden voor een verdeel-en-heersbeleid. Maar de moord op Hariri heeft een nieuw element in de Libanese politiek gebracht: de macht van het volk.

Geïnspireerd door de vrije verkiezingen in Afghanistan, Irak en Palestina keerden gewone Libanezen uit alle gemeenschappen zich ook al voor de moord op Hariri tegen de verstikkende aanwezigheid van Syrië. Maar het lijdt geen twijfel of deze moord betekende een wezenlijke omslag, doordat de politieke aristocratie van het land noodgedwongen het nieuwe radicalisme van het volk overnam. En gisteren volgde de eerste grote overwinning in deze ceder-revolutie, toen premier Omar Karami het aftreden van zijn regering aankondigde.De vraag nu is of de Ba'athistische machthebbers in Syrië het teken aan de wand zien en hun bezetting van Libanon zullen beëindigen – zoals geëist door Resolutie 1559 van de Veiligheidsraad.

Hoewel het nog altijd niet eenvoudig is om hoogte te krijgen van Syrië, dat een hermetisch gesloten dictatuur blijft, zijn er signalen dat de Ba'athistische elite in Damascus verdeeld is over deze kwestie. De eerste reactie van president Bashar Assad en zijn gevolg was om `de oude garde' van de moord op Hariri te beschuldigen en vast te houden aan hun mantra over ,,een jonge leider die verandering wil maar deze door het verzet van de conservatieven niet kan verwezenlijken''. Om deze bewering te staven ontsloeg Assad het hoofd van zijn militaire inlichtingendienst, het orgaan dat hoogstwaarschijnlijk de moord op Hariri zal hebben beraamd, en benoemde op die post zijn zwager Assaf Shawkat.

Maar een aantal leden van `de oude garde' bestrijdt het verhaal van Assad en beweert dat de president de afgelopen twee jaar het dossier Libanon persoonlijk onder zich heeft gehad. ,,Het besluit om een amendement op de Libanese grondwet door te drukken kwam van Bashar'', zegt een vriend van vice-president Abdul-Halim Khaddam, die als een leider van de zogeheten oude garde wordt beschouwd. ,,Bashar was ook degene die per se wilde dat de Libanese president Emile Lahoud nog eens drie jaar aan de macht zou blijven'', hoewel dit Hariri geen andere keus liet dan af te treden als premier.

Zegslieden binnen de Syrische regering beweren ook stellig dat Assad degene was die besloot Resolutie 1559 te verwerpen. Een paar dagen nadat die resolutie was aangenomen vloog Assad naar Teheran, de enige hoofdstad in het Midden-Oosten waar voor hem de rode loper nog wordt uitgerold, ter bekrachtiging van zijn `strategische bondgenootschap' met de mullahs. De Syrische president kwam met de mullahs overeen zich te `verzetten' tegen de `Amerikaanse hegemonie' op alle fronten, vooral door de kleinschalige oorlog in Irak zo lang mogelijk gaande te houden.

Nadat hij in Teheran beloften van financiële, militaire en politieke steun had losgekregen, verwierp Assad het voorstel van de oude garde om bij wijze van alternatieve strategie dichter op te schuiven naar Saudi-Arabië en Egypte, dit ter voorbereiding op het herstel van de banden met de VS. Iran, dat een militaire missie van 400 man in Beiroet heeft, beschouwt Libanon als een vooruitgeschoven post om door middel van Hezbollah indirecte militaire druk op Israël uit te oefenen.

Ten teken dat hij de baas is vormde president Assad een informele `nationale-veiligheidscommissie' bestaande uit zijn broer Maher, zijn zwager Shwakat en zijn persoonlijke vriend Bahjat Suleyman. Het duidelijkste teken tot nu toe dat Assad vastbesloten is zich te `verzetten' tegen de `Amerikaanse druk' vormden de uitspraken van zijn onderminister van Buitenlandse Zaken Walid al-Mu'allim, die het Libanese oproer omschreef als een reeks `provocerende daden' die tot `negatieve ontwikkelingen' zouden kunnen leiden waarvoor `Libanon een hoge prijs zou betalen'.

Het handelen van Assad in Libanon berust op de tactiek van bedriegen-en-inbinden die jarenlang is toegepast door Saddam Hussein in Irak en de mullahs in Teheran. Deze bestaat eruit dat minimale concessies worden aangeboden om uit een netelige positie te komen en elke beschikbare ruimte zo vlug mogelijk weer in te nemen.

In dit licht moet de aankondiging worden gezien dat Syrië zijn troepenmacht van 15.000 man `hergroepeert', waarbij de zinloze verplaatsing van het ene deel van Libanon naar het andere als het begin van een terugtrekking wordt voorgesteld. Zo'n verplaatsing zou geen invloed hebben op de 25.000 paramilitairen en veiligheidsagenten die Syrië in heel Libanon heeft. Damascus zou ook de sluiting van zijn inlichtingenhoofdkwartier nabij Beiroet kunnen aankondigen. Maar dat zou weer geen invloed hebben op de vele heimelijke spionagenetwerken en de negen gevangenkampen die Syrië er in Libanon op nahoudt.

Bashar Assad hoopt dat zijn zogenaamde concessies de situatie lang genoeg zullen sussen, zodat zijn medestanders in Libanon dit voorjaar een zorgvuldig geregisseerde algemene verkiezing kunnen organiseren – waaruit dan een parlement zal voortkomen dat met een voortgezette aanwezigheid van Syrië instemt. De internationale gemeenschap dient op deze tactiek van `bedriegen-en-inbinden' bedacht te zijn. Syrië moet worden gedwongen zich eind maart volledig uit Libanon terug te trekken, voordat de Libanese verkiezingscampagne begint. De verkiezing moet worden gehouden onder de bestaande wet – en niet met de knoeierij die Damascus probeert op te leggen. De verkiezing zelf zou moeten worden georganiseerd door een interim-regering wier neutraliteit geen twijfel lijdt, en onder een geloofwaardig internationaal toezicht.

De Syrisch-Iraanse strategie in Libanon gaat uit van één cruciale veronderstelling: de blijvende steun van de Libanese sji'ietische gemeenschap aan de status-quo. Maar zelfs die veronderstelling is inmiddels twijfelachtig.

De Libanese sjiieten hebben voor het eerst hun mede-sjiieten een aandeel in de macht zien krijgen, zowel in Afghanistan als in Irak, dankzij de democratisering die werd beloofd de VS en hun bondgenoten. Maar in het door Syrië bezette Libanon hebben de sjiieten, die de grootste gemeenschap vormen, minder dan de helft van het aantal parlementszetels dat hun demografische sterkte zou rechtvaardigen.

De Hezbollah-leiding kan besluiten onvoorwaardelijk haar lot te koppelen aan Bashar Assad en de mullahs. Maar steeds meer Libanese sjiieten verwerpen een beleid dat de Syrische bezetting van hun land ondersteunt. Het mag niemand verbazen als de Libanese sjiieten overlopen en zich bij de macht van het volk aansluiten.

Amir Taheri is een Iraans politiek commentator die in Parijs verblijft. HIj schreef dit artikel kort voor de val van de Libanese regering. © The Wall Street Journal Europe