Boze minister beboet

Vuk Drašković, minister van Buitenlandse Zaken van de unie Servië en Montenegro, is gisteren door een Servische rechter beboet wegens zijn weigering een getuigenverklaring af te leggen.

Drašković was als getuige opgeroepen in een proces tegen verdachten van de aanslag die in oktober 1999 op hem werd gepleegd. Hij was toen, ten tijde van het bewind van Slobodan Milošević, een van de leiders van de oppositie. De aanslag werd op een snelweg gepleegd met een vrachtwagen, volgeladen met zand, die van zijn rijbaan raakte en in botsing had moeten komen met de auto van Drašković. De aanslag mislukte: de vrachtwagen raakte de achter Drašković rijdende auto, waarin een zwager van Drašković en drie van zijn medewerkers zaten. Zij kwamen alle vier bij de botsing om het leven.

Drie verdachten – leden van de geheime dienst van Milošević – zijn in januari 2003 veroordeeld tot straffen van zeven tot vijftien jaar. De inzittenden van de vrachtwagen kregen de zwaarste straf; een hoge leider van de geheime dienst van Milošević kreeg zeven jaar wegens het plannen van de aanslag. Maar dat proces werd na afloop vernietigd, waarna opdracht werd gegeven tot een nieuw proces.

Drašković wilde gisteren in dat nieuwe proces geen nieuwe getuigenverklaring afleggen. ,,Wat ik te zeggen heb, heb ik al bij het onderzoek en in het eerste proces gezegd'', aldus de minister. Daarop liep hij woedend weg, waarna de rechter hem een boete van 120 euro – een gemiddeld maandsalaris in Servië – oplegde wegens minachting van de rechtbank.

In 2000 ontsnapte Drašković voor de tweede keer aan de dood bij een aanslag in Montenegro; een kogel schampte toen zijn hoofd.