AOW: een droomregeling

Het is maar één kleine passage in een dik rapport, maar de reactie liegt er niet om. Het Centraal Planbureau publiceerde gisteren een eerste notitie over de toekomstige opzet van de sociale zekerheid en arbeidsmarktinstituties, dit op verzoek van de Tweede Kamer. Later dit jaar zal een uitgebreidere studie volgen. De toekomstige problematiek rond de sociale zekerheid, zo stelt het CPB, is onder te verdelen in herverdeling, verzekering en in sparen dan wel investeren.

Het zinnetje in kwestie luidt: ,,Zo maakt de groeiende welvarendheid van ouderen het steeds minder aantrekkelijk om ouderdom te gebruiken als basis voor herverdeling, omdat een groot deel terechtkomt bij mensen die voldoende draagkrachtig zijn.'' Lees: de AOW als algemene voorziening kan ter discussie worden gesteld. Hoewel het is ingebed in een evenwichtig relaas over de uitdagingen die de sociale zekerheid te wachten staan, raakt de impliciete opmerking over de AOW een zenuw. In een eerste reactie maakten de regeringsfracties CDA en D66 meteen duidelijk dat de AOW als algemene regeling niet ter discussie mag staan.

Nu is de oudedagsvoorziening in heel de westerse wereld een voornaam punt van discussie. Wie het internationale discours beluistert, krijgt een ideaal toekomstbeeld voor de oudedagsvoorziening te horen dat er ongeveer als volgt uitziet: een algemene basisvoorziening via de overheid (die dikwijls al bestaat), met daar bovenop een individuele spaar- of beleggingsregeling. Bij die laatstgenoemde regeling bepalen de eigen prestaties gedurende het werkzame leven voor een belangrijk deel de hoogte van de uiteindelijke uitkering.

In het grootste deel van de westerse wereld wordt druk nagedacht over mogelijkheden om de huidige collectieve oudedagsregelingen, die gebaseerd zijn op een omslagstelsel, meer te individualiseren en deels buiten de staat te plaatsen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Verenigde Staten, waar president Bush een dergelijke hervorming van wat daar de social security wordt genoemd, tot speerpunt heeft gemaakt van zijn tweede termijn.

In het buitenland zal daarom met enige verbazing worden gekeken naar de discussie in Nederland. Wat elders als het ultieme ideaal geldt, is hier namelijk al sinds jaar en dag verwezenlijkt: een bescheiden collectieve AOW-regeling, aangevuld met pensioen waar een levenlang voor is gespaard en belegd en waarvan de hoogte samenhangt met het verdiende salaris – dat wil zeggen: de maatschappelijke prestaties door het leven heen.

Vlekkeloos is het systeem niet, maar dat is geen enkel stelsel. Dat ouderen zelf geen AOW-premie betalen, mag best eens ter discussie worden gesteld. Maar om de AOW nu zelf `op maat' te gaan maken? De regeling is nu een droom: omdat enkel leeftijd geldt als criterium, is er weinig tot geen fraude mogelijk en is de afhandeling soepel. Het ambtenarenapparaat dat nodig zou zijn om een AOW op maat, met alle bijbehorende inkomens- en vermogenstoetsen, uit te voeren, is weinig minder dan een nachtmerrie. Discussies over de oudedagsvoorziening in Nederland zijn gewenst en noodzakelijk, al was het maar omdat er altijd wat te verbeteren valt. Maar laten we de senior niet met het badwater weggooien.