Advocaten eisen einde afluisteren

Minister Donner (Justitie, CDA) moet het afluisteren van telefoongesprekken tussen advocaten en cliënten stoppen. Dat eiste de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten vanmorgen in kort geding.

Volgens voorzitter A. Röttgering van de vereniging van strafrechtadvocaten (NVSA) komt het afluisteren door politie en justitie op grote schaal voor. ,,Vooral in grote strafzaken,'' aldus Röttgering. Volgens de strafpleiters is het tappen van hun gesprekken met cliënten een inbreuk op hun verschoningsrecht.

De geheimhoudingsplicht van de advocaat wordt erdoor geschonden, menen ze. Hoewel het verboden is, wordt getapte informatie volgens de NVSA door justitie en politie gebruikt voor onderzoek en opsporing.

De NVSA, waarbij zo'n driehonderd strafpleiters zich hebben verenigd, wil dat het afluisteren van vertrouwelijke gesprekken van haar leden technisch onmogelijk wordt gemaakt. Röttgering pleitte vanmorgen, tijdens het kort geding in Den Haag, voor het gebruik van nummerherkenning. ,,Als de cliënt het nummer van de advocaat belt, moet het tappen automatisch worden gestaakt'', aldus Röttgering. Mocht dit technisch niet mogelijk zijn, zou een rechter of een rechercheur die niet betrokken is bij het strafonderzoek de gesprekken tussen de advocaat en de verdachte moeten vernietigen.

Volgens landsadvocaat C. Bitter valt het telefoneren met de advocaat niet onder het verschoningsrecht. Wel de mededelingen die worden gedaan, maar het is volgens haar dan aan de officier van justitie om dat te bepalen.

Bitter wees het gebruik van de nummerherkenning af om te voorkomen dat er zo ,,vrijplaatsen'' ontstaan voor criminelen. Volgens haar kunnen criminelen via het internet toegang krijgen tot de telefooncentrale van een advocatenbureau om zo ongestoord hun zaken te regelen.

In 2003 concludeerde het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) dat politie en justitie zijn doorgeschoten bij het afluisteren en registreren van gesprekken van burgers met hun advocaten. Het stelselmatig opnemen, registreren, uitwerken en kennisnemen van vertrouwelijke gesprekken is, aldus het CBP, ,,strijdig met de bij wet en verdrag erkende bijzondere positie van beroepsgeheimhouders''.

De Haagse rechtbank sprak vorig jaar twee verdachten van een gasontploffing vrij, omdat tijdens dit onderzoek de gesprekken tussen verdachte en advocaat werden afgeluisterd en opgenomen. De verslagen daarvan zaten veel langer dan toegestaan in het onderzoeksdossier. Daardoor kon het onderzoek volgens de rechter zijn beïnvloed. Volgens het openbaar ministerie was er sprake van een vergissing.

Uitspraak is over twee weken.