Ruim 100 doden bij aanslag Irak

Bij een zelfmoordaanslag in de Iraakse stad Hilla, ten zuiden van Bagdad, zijn vanochtend 110 mensen omgekomen en 130 gewonden gevallen. Een bomauto reed in op een rij wachtende mensen en explodeerde.

Gisteren werd bekend dat met de hulp van Syrië een halfbroer van Saddam Hussein gevangen is genomen die een leidende rol speelde in de opstand in Irak. De explosie vanmorgen was de zwaarste afzonderlijke aanslag sinds de oorlog in Irak in maart 2003 begon. De bloedigste dag tot dusverre was 2 maart 2004, toen meer dan 170 doden vielen bij gelijktijdige aanslagen in Bagdad en Kerbala.

Hilla is een overwegend shi'itische stad op 100 kilometer van Bagdad. De dader reed een met explosieven volgeladen auto een menigte in die stond te wachten bij een overheidsgebouw. Daar vielen veel van de doden, evenals op een vlakbij gelegen markt. De menigte stond in de rij voor gezondheidscertificaten die nodig zijn voor werk bij de overheid. Rebellen in Irak kiezen vaak mensen als doelwit die voor de interim-regering of haar Amerikaanse bondgenoten werken of daarvoor in aanmerking willen komen.

Interim-premier Iyad Allawi erkende juist vandaag in The Wall Street Journal dat Iraks politie en leger nog steeds niet in staat zijn zonder de hulp van de Amerikaanse en andere buitenlandse troepen de rebellen het hoofd te bieden.

Wanneer of waar Saddams halfbroer Sabawi Ibrahim al-Hasan al-Tikriti, vroeger chef van een van de Iraakse veiligheidsdiensten, is opgepakt is niet meegedeeld. Een hoge Iraakse regeringsbron wilde alleen zeggen dat Syrië, dat in het defensief is gedrongen door beschuldigingen dat het achter de moordaanslag op de Libanese ex-premier Rafiq Hariri zat, er een rol in had gespeeld. ,,Met zoveel problemen op hun bord op het ogenblik waren de Syriërs willige partners in deze zaak, maar de Amerikanen en wij waren er ook bij betrokken'', zei hij. Volgens een andere bron werd Ibrahim door de Syrische autoriteiten zelf opgepakt in Hasaka, 50 kilometer van de grens met Irak, samen met 29 andere voortvluchtige leden van Saddams regime. Een van de vele zaken die de Amerikaanse regering Syrië verwijt is steun voor Iraakse rebellen.

Ibrahim, die dezelfde moeder als Saddam heeft, stond nummer 36 op de lijst van 55 meestgezochte Iraakse topfunctionarissen die de Amerikaanse autoriteiten in 2003 hebben opgesteld. Nog een stuk of tien van hen zijn op vrije voeten, onder wie Izzat Ibrahim al-Duri, een van Saddams belangrijkste medewerkers.