Kirgiezen en Tadzjieken kiezen parlement

In de Centraal-Aziatische republieken Kirgizië en Tadzjikistan zijn gisteren nieuwe parlementen gekozen. In beide landen heeft de oppositie geprotesteerd tegen ongerelmatigheden.

Volgens de eerste uitslagen is in Kirgizië, waar 75 parlementszetels op het spel stonden, in veertig districten geen overwinnaar uit de bus gekomen; in die districten moet over twee weken een tweede ronde tussen de twee hoogst geëindigde kandidaten de beslissing brengen. Onder de kandidaten waren twee kinderen van president Askar Akajev. Zijn dochter Bermet slaagde er niet in in haar district een absolute meerderheid te krijgen; zijn zoon Aidar slaagde daar in een ander district wel in. Eén prominente oppositieleider, Azimbek Beknazarov, won in zijn district.

De verkiezingen van gisteren waren de eerste voor een éénkamerparlement; tot nu toe had het land een parlement met twee kamers. De opkomst van 59,91 procent was verhoudingsgewijs laag.

De oppositie in Kirgizië klaagde gisteren over onregelmatigheden, met name over ,,het kopen van stemmen voor geld of wodka'', zoals de oppositionele partij Ata-Joert (Vaderland) meldde. Al in de aanloop tot de verkiezingen kwam het tot protestbetogingen van de oppositie. In één district kon gisteren niet worden gestemd, omdat de oppositie wegen had geblokkeerd en de stembiljetten niet op tijd ter plekke konden zijn. De protesten betroffen vooral het schrappen van opposanten van de kandidatenlijst. In veel gevallen gebeurde dat op grond van de bepaling dat kandidaten de laatste vijf jaar in Kirgizië moeten hebben gewoond. De leider van Ata-Joert, Rosa Otoenbajeva, werd geschrapt omdat ze als ambassadeur in Washington niet de volle vijf jaar in eigen land woonde. Zij beschuldigt Akajev ervan potentiële rivalen onschadelijk te maken door hen als diplomaat uit te sturen.

Akajevs bewind heeft de afgelopen weken herhaaldelijk laten blijken bang te zijn voor een `Oekraïens scenario', in de vorm van massale protesten. Gisteren was daarvan niets te merken, en in de namiddag konden de staatsmedia dan ook melden dat ,,nog geen tekenen van oranje of anders gekleurde revoluties te zien waren''.

In buurland Tadzjikistan, waar de oppositie slechts twee van de 63 zetels van het oude parlement bezat, werd gisteren eveneens geklaagd over fraude en onregelmatigheden. De oppositie en waarnemers hebben met name de staatscontrole op de media en het opsluiten van enkele leiders van de oppositie aan de kaak gesteld. Gisteren klaagde de oppositionele Partij van Islamitische Wedergeboorte dat veel van haar waarnemers uit stembureaus zijn gezet. De opkomst was 84,4 procent.

President Imomali Rachmonov (52), leider van de regerende Democratische Volkspartij en president sinds 1992, zei dat de verkiezingen de meest vrije ooit zijn geweest in zijn land. Maar hij gaf toe: ,,Ik beweer niet dat ze verlopen als in de VS of het Westen. Er zijn tekortkomingen. We zijn pas aan het begin van de vorming van een democratische staat.'' Hij voegde daaraan toe dat het ,,gevaarlijk is'' een land als Tadzjikistan ,,de democratie op te dringen''. ,,Men moet rekening houden met de mentaliteit, cultuur, tradities en geschiedenis van elk klein volk'', aldus Rachmonov – die zelf uitdrukkelijk de mogelijkheid openliet in 2006 aan te treden voor een nieuwe termijn als president. ,,Ik verhul niet dat ik nog jong en energiek ben, en in topvorm. Ik ben op dit moment niet van plan de politiek te verlaten. Of schrijft u me al als gepensioneerde af?'', zei hij bij zijn gang naar de stembus.