Wonen in een blob

Aan ontwerpen van blobs, binary large objects, geen gebrek. Waar het aan schort zijn bijpassende bouwtechnieken. Opblaasbare lichamen en spuitbeton moeten daarin verandering brengen.

HET GEVAARTE van 9 meter lang, 5 meter breed en 4 meter hoog voor het bouwkunde-gebouw van de Technische Universeit in Eindhoven is beslist een blob. Maar het is er wel een van het bijzondere soort. Anders dan de meeste Binary Large OBjects die de laatste jaren in Nederland zijn gebouwd, is het geen reuzenkei, maar een grote caravan die geleidelijk overgaat in welvende, vloeiende vormen. Bijzonder is ook dat de blob, die is ontworpen door de vormgever Jurgen Bey, is vervaardigd van één materiaal: polyester. De enkele laag polyester is binnen- en buitenkant tegelijk. De keuken, het scherm waarop films kunnen worden geprojecteerd, de zitbankjes, het balkonnetje, de kastjes – alles is van hetzelfde wit-beige spul. Hier en daar zijn, als een soort ornamenten, de touwen zichtbaar die zijn meegegoten in het polyester. Ook zijn de sporen zichtbaar van randjes en versieringen van de kastjes die Bey als mallen heeft gebruikt.

Vorige week werd de blob geopend met een symposium over blobarchitectuur. De komende jaren zal de reuzencaravan, die kan worden gekoppeld aan bestaande gebouwen, over de campus van de Technische Universiteit zwerven. Het gevaarte zal worden gebruikt als expositieruimte voor de resultaten van experimentele samenwerkingen tussen kunstenaars, technici en wetenschappers. De precieze aard van de samenwerkingen wordt bepaald door het Van Abbemuseum, de Stichting Kunst in de Openbare Ruimte (SKOR) en de Technische Universiteit Eindhoven.

De polyester blob is een idee van Arno Pronk (37), universitair docent productontwikkeling aan de faculteit bouwkunde van de Technische Universiteit. Samen SKOR organiseerde de Technische Universiteit in 2003 een besloten prijsvraag voor het ontwerp van een blob, die ten slotte werd gewonnen door Jurgen Bey. De ontwerpers moesten gebruik maken van een door Pronk ontwikkelde `blowing structure bouwmethode'.

``Simpel gezegd komt deze methode erop neer dat je met opblaasbare lichamen en elastische stoffen een mal maakt'', legt Pronk uit in de kantine van het bouwkunde-gebouw van de Technische Universiteit in Eindhoven. ``Eerst begin je met het maken van een model, met behulp van bijvoorbeeld ballonnen die je in een panty stopt. De elastische stof, de panty dus, vormt vanzelf het minimale oppervlak dat nodig is om de ballonnen te omhullen. Heb je een vorm gevonden die je bevalt, dan verstijf je die met lijm. Vervolgens scan je het model, en vergroot dat met behulp van de computer tot een ontwerp voor een bouwwerk op ware schaal. De volgende stap was dat we een grote mal van tentdoek maakten. Hierna moesten we eerst nog een analyse van de eigenlijke huid maken en bepalen hoe dik die op verschillende plekken moest worden. Zo moest de bodem natuurlijk dikker zijn dan de wanden. Dan wordt de polyester huid op de tentconstructie aangebracht en als die is verstijfd, wordt de tent ten slotte verwijderd.''

bh-fabricage

Helemaal nieuw is Pronks methode niet. Architecten als Frei Otto, die bekend werd door het welvende dak van het Olympisch Stadion in München uit 1972, experimenteerden er met tentstructuren als mallen. Voor de ontwikkeling van zijn methode heeft Pronk ook goed gekeken naar de scheepsbouw, vliegtuigindustrie en bh-fabricage, waar het maken van tweezijdig gekromde figuren al heel lang gewoon is.

Nieuw is wel dat deze methode nu is gebruikt voor de bouw van een blob. De opkomst van binary large objects in de architectuur van de laatste tien jaar houdt verband met het toegenomen gebruiksgemak van de computer. Sinds een jaar of tien is het geen al te grote klus meer om met behulp van computerprogramma's complexe gebouwen te ontwerpen, die op elk punt een andere doorsnede hebben. Maar het bouwen van blobs heeft geen gelijke tred gehouden met het ontwerpen. Ondanks de komst van bijvoorbeeld computergestuurde plaatsnijmachines is het bouwen van tweezijdig gekromde bouwwerken meestal een moeizaam gebeuren.

panorama

Het mosselvormige paviljoen van Noord-Holland op de Floriade in 2002, dat computerarchitect Kas Oosterhuis ontwierp, bestond bijvoorbeeld uit vele, stuk voor stuk tweezijdig gebogen platen die op een zware constructie van dikke metalen balken waren gemonteerd. De binnenruimte van dit paviljoen had helemaal niets blobbigs maar was een rond panorama zoals dat al in de 19de eeuw in tal van steden werd gebouwd. ``Bij het paviljoen van Noord-Holland was de blob alleen een omhulling'', zegt Pronk die bezig is met een proefschrift over dit onderwerp. ``En die was nog eens heel zwaar geconstrueerd ook. De bouw ontwikkelt zich heel langzaam en is nog helemaal ingesteld op het maken van orthogonale draagconstructies die worden bekleed met geprefabriceerde platen. Met deze traditionele techniek kun je natuurlijk wel blobs maken. Maar dat is wel heel omslachtig en levert veel gepuzzel op. Elk onderdeel van de draagconstructie moet heel precies op maat worden gemaakt en elke plaat moet heel zorgvuldig tweezijdig worden gebogen.''

Pronks `blowing structure'-methode past veel beter bij de blob-ontwerpen dan traditionele bouwwijzes: het maakt echt vloeiende vormen mogelijk. Nadeel is wel dat het bouwen met polyester, net zo min als traditioneel gebouwde blobs, goedkoop zijn. ``Polyester is nu eenmaal een duur materiaal'', legt Pronk uit. ``Daarom gaan we de komende tijd ook, samen met het bouwbedrijf BAM, experimenteren met spuitbeton als huid. Beton is een gebruikelijk materiaal in de bouw. Ik hoop dat dit leidt tot een doorbraak in de blobarchitectuur.''

ongemakken

Maar ook al wordt het bouwen met spuitbeton goedkoper dan met polyester, dan nog voorziet Pronk niet dat blobs een heel gewoon bouwtype wordt. ``Ik denk dat blobs toch vooral beperkt zal blijven tot prestigieuze gebouwen'', zegt hij. ``Ik zie organische vormen niet zo gauw verschijnen in de massawoningbouw. Misschien wel in de eigenbouw. Ik zie wel mogelijkheden voor bewoners die zelf een blobhuis willen maken. Maar blobs blijven natuurlijk een merkwaardig soort architectuur die niet voor iedereen is. Het is iets voor mensen met een boot, die gewend zijn aan de ongemakken van bukken en kruipen maar dat voor lief nemen omdat ze er iets moois voor terug krijgen.''