Vrijheid niet hetzelfde als vrijblijvendheid

De grondrechten zoals vastgelegd in de Grondwet staan niet ter discussie. Toch begint er vanavond een debat over in de Tweede Kamer. Minister De Graaf stelde een nota op over de toekomst van de grondrechten.

Hoe anders mag je zijn in Nederland? Dat is één van de vragen die minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) stelt in zijn nota over de toekomst van de grondrechten. Het gaat dan met name om hoe om te gaan met de drie grondrechten die de grootste kans maken te botsen: de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van meningsuiting en het discriminatieverbod. Ze worden ook wel de `roze driehoek' van grondrechten genoemd.

Het botsen van de drie werd bijvoorbeeld in mei 2001 duidelijk toen imam El Moumni homoseksualiteit een besmettelijke ziekte noemde en schadelijk voor de Nederlandse samenleving. Het hof sprak de imam vrij van belediging en discriminatie van homoseksuelen. Dit tot twijfel van de VVD. ,,Er wordt wel erg makkelijk gegrepen naar godsdienstvrijheid'', zegt de VVD'er Luchtenveld.

Met de steeds grotere diversiteit van de samenleving neemt de twijfel toe over hoe die samenleving met zijn grondrechten om moet gaan en of er een hiërarchie in moet komen, zo bedacht de Kamer. Helemaal toen het nationale debat over integratie losbarstte na de Al-Qaeda aanvallen op Amerika op 11 september 2001. Kort daarna vroeg de Tweede Kamer om de nota Grondrechten in een pluriforme samenleving. De Tweede Kamer bespreekt het vanavond.

,,Eigenlijk is het opmerkelijk dat de Kamer om zo'n nota heeft gevraagd'', zegt PvdA'er De Vries. ,,Kennelijk is de kennis en omgang met grondrechten geen gemeengoed onder Kamerleden. Hoe zit het dan met de rest van het land?'' Daarom pleit De Vries ervoor de ,,goede nota'' van De Graaf als lesmateriaal in te brengen voor bijvoorbeeld het vak maatschappijleer op middelbare scholen. ,,Dit als onderdeel van een weloverwogen plan waarom ik het kabinet wil vragen. Want er moet aandacht komen voor de betekenis van de grondrechten in het dagelijks gedrag.''

De Vries krijgt hiervoor steun van het CDA dat er met De Graaf van uit gaat dat elke grondwet een codificatie is van waarden en normen. ,,We moeten de waarden en dus de grondrechten overdragen'', zegt CDA'er Çörüz, ,,thuis en op school.'' En in de moskee. ,,We willen de islam niet tot het privédomein reduceren, maar verbinden met de rechtsstaat'', stelt Çörüz. ,,Dat maakt bijvoorbeeld mogelijk dat een imam-opleiding aandacht geeft aan de Nederlandse grondrechten. En dat maakt van de imam een soort gids of vertaler.''

Sommige leden van de samenleving verwarren volgens het CDA vrijheid met vrijblijvendheid. ,,Dat is niet hetzelfde. Misbruik van een grondrecht als de vrijheid van meningsuiting moeten we wel degelijk bestraffen, bijvoorbeeld al die rotzooi die via internet de samenleving wordt ingegooid.'' Daarom zal Çörüz voorstellen artikel 28 van het Wetboek van Strafrecht uit te breiden. ,,Daarin staan nu al inperkingen van grondrechten indien er misbruik van wordt gemaakt. Een straatverbod is bijvoorbeeld een beperking van de vrijheid van beweging. Met artikel 28 kan het actief en passief kiesrecht ook tijdelijk of permanent worden onthouden en wij willen die lijst van in te perken grondrechten langer maken.''

Wat het CDA wil voorkomen is dat de rechter er steeds aan te pas moet komen om te bepalen of en welke grondrechten in het geding zijn. ,,Daarom moet er een commissie komen, vergelijkbaar met de commissie gelijke behandeling, die specifiek uitspreekt over de grondrechten, zeker als die botsen.''

ChristenUnie-leider Rouvoet wil ook zo'n commissie. Een die zich uitspreekt over de verhouding tussen waarden en normen en burgerplichten. Want het ontbreekt volgens Rouvoet in Nederland aan een politieke vertaling van het debat over waarden en normen in concrete plichten. Die zouden wel eens de keerzijde kunnen vormen van de in de Grondwet genoemde grondrechten.

Zo kan in de beleving van Rouvoet de vrijheid van meningsuiting botsen met de maatschappelijke plicht om anderen niet te beledigen en kan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer strijdig zijn met de plicht niemand hinderlijk lastig te vallen.

discriminatieverbod pagina 9