Denken? Nee, bedankt

De eerste indruk is vaak de beste, of het nu gaat om zakendoen, kunst beoordelen of trouwen. Maar waarom? Een eigentijdse hype-onderzoeker schreef er een bestseller over.

In 1983 bood een kunsthandelaar het J.P. Getty Museum een kouros aan, een wit marmeren standbeeld van een naakte jongeling, daterend uit de zesde eeuw voor Christus. Een prachtexemplaar. Té mooi eigenlijk. Experts twijfelden direct aan de echtheid van het beeld. In de eerste seconde dat ze het zagen, dachten – nee, voelden ze meteen: hier is iets mis mee. Maar wat precies, dat konden ze niet onder woorden brengen. Microscopisch onderzoek en röntgentests van het materiaal leken uit te wijzen dat het beeld echt was. Het Getty kocht het, voor miljoenen dollars. Een paar jaar later werd bewezen dat het nep was: een knappe vervalsing gemaakt in Rome, zo rond 1980.

De twijfelende experts hadden gelijk gekregen, en waar hadden ze zich nou helemaal op gebaseerd? Eén glimp die ze van het beeld hadden opgevangen, de allereerste blik die ze erop wierpen en het gevoel dat ze daarbij hadden. Mensen wantrouwen dergelijke oordelen in het algemeen, schrijft Malcolm Gladwell, journalist van het tijdschrift The New Yorker, in Blink (letterlijk: glimp, oogopslag). We vinden het beter om weloverwogen beslissingen te nemen: rustig nadenken voordat je iets besluit, voors en tegens afwegen zodat je kunt beargumenteren waarom je doet wat je doet, waarom je vindt wat je vindt. Maar soms kunnen mensen dat niet, en soms weten we iets gewoon in de eerste seconde al zeker, hebben we daar gelijk in en brengt verder nadenken ons alleen maar in de war. Blink heeft als ondertitel The Power of Thinking Without Thinking, de kracht van nadenken zonder nadenken.

Blink, Gladwells tweede boek, was voor de verschijningsdatum al een bestseller omdat zijn eerste boek zo'n hit was: van The Tipping Point (2002) werden wereldwijd meer dan 800.000 exemplaren verkocht (in Nederland verschenen onder de titel Het omslagpunt.) Grappig, omdat het boek gáát over de manier waarop hypes en trends ontstaan, over wat maakt dat sommige dingen ineens immens succesvol worden.

In Blink herhaalt Gladwell zijn eigen succesformule: hij vertelt anekdotes, zoals die over de kouros; hij praat met betrokkenen, zoals de betrokken kunstexperts – maar hij spreekt ook wetenschappers over de finesses van onbewust oordelen en hij citeert uit onderzoek. Bijvoorbeeld dat van een psycholoog die onderzocht hoe mensen zich een indruk vormen van andere mensen. De psycholoog liet vrienden van studenten een persoonlijkheidsvragenlijst over hen invullen. Die vrienden kwamen in het algemeen tot aardig kloppende oordelen over het karakter van de studenten in kwestie – niet zo gek, mensen kennen hun vrienden. Vervolgens liet de psycholoog de studenten beoordelen door volslagen onbekenden, en wel door die onbekenden een kwartier lang los te laten in hun studentenkamers terwijl ze er zelf niet waren. Kun je iemands karakter aflezen aan zijn gordijnen, zijn ingelijste foto's, zijn al dan niet op alfabet staande boeken en cd's?

Ja, zo bleek. De vreemden gaven betere persoonlijkheidsbeschrijvingen van de studenten dan hun vrienden hadden gedaan. Ze hadden minder afleidende informatie, schrijft Gladwell. Ze zagen slechts een dun plakje van iemands persoonlijkheid en dat was genoeg voor een goede, uitgebreide karakterbeschrijving.

Gladwell grossiert in onderzoek en anekdotes waaruit blijkt dat mensen vaak ver komen met een heel klein beetje informatie. Een psycholoog die aan enkele minuten conversatie genoeg heeft om te voorspellen of een getrouwd stel vijftien jaar later nog steeds getrouwd is. Een brandweerman die net op tijd voelt dat de vloer waar hij met zijn mannen op staat, gaat instorten. Een tenniscoach die wéét wanneer iemand een dubbele fout gaat slaan, maar niet kan uitdrukken hoe hij dat dan ziet.

Het probleem is natuurlijk dat op een glimp gebaseerde indrukken ook vaak niet kloppen – daar heeft Gladwell het eveneens over. Hij heeft het aan den lijve ondervonden: hij had zijn donkere, krullende haar (zijn moeder is Jamaicaanse) lang laten groeien en vervolgens kreeg hij ineens boetes voor te hard rijden, werd hij op het vliegveld vaker uit de rij geplukt voor veiligheidscontroles, en werd hij zelfs een keer aangezien voor een voortvluchtige verkrachter op wie hij, op het wilde haar na, totaal niet leek. Gladwell bedankt in zijn nawoord de agenten die hem toen staande hielden, want die situatie vormde voor hem de aanleiding voor het schrijven van Blink.

Ook al zijn eerste indrukken bedrieglijk, toch baseren mensen vaak hun gedrag erop. In 1999 schoten vier agenten in de Bronx een onschuldige zwarte jongen dood omdat ze dachten dat hij een wapen uit zijn zak haalde – het was zijn portefeuille. Wanneer moeten we nu wel op onze instincten vertrouwen en wanneer niet? In het buitenland is Blink slechter ontvangen dan The Tipping Point, omdat Gladwell deze vraag niet duidelijk beantwoordt: hij zou onvoldoende lijn aanbrengen in de verzameling wetenschap en anekdotes die hij biedt. Die kritiek is niet helemaal terecht, om te beginnen omdat dat bij The Tipping Point óók al het geval was.

In The Tipping Point schreef Gladwell dat iets een rage wordt als aan drie voorwaarden is voldaan. Ten eerste begint een rage altijd bij een klein aantal mensen met heel specifieke kenmerken: het zijn types met een uitgebreid sociaal netwerk, of nerdy informatiejunks, of van die handigerds die nog een paraplu aan een walvis zouden kunnen verkopen – en liefst een combinatie van die drie. Ten tweede moet datgene wat een rage gaat worden iets hebben waardoor het blijft hangen bij mensen, het moet sticky zijn. Ten slotte moet de context meewerken.

Gladwell gaf daarbij vooral voorbeelden. Hij zei niets algemeens over de vraag wát een boek of een merk schoenen of een liedje precies `sticky' maakt. Waaróm blijft het Smurfenlied, de Vogeltjesdans of Schnappi das Kleine Krokodil in je hoofd hangen, en andere liedjes, die ik nu even vergeten ben, niet? Zijn `context'-begrip was zo mogelijk nog vager: de omstandigheden moeten meezitten, bij potentiële rages, anders gebeurt er nog niks. Zo kun je post hoc natuurlijk alles verklaren.

Het succes van The Tipping Point zelf bijvoorbeeld. Gladwell is duidelijk een informatiejunk: hij is een rasjournalist die het leuk vindt om dingen uit te zoeken. Hij weet ook de goede wetenschappers te vinden, toppers in hun vakgebied, die aansprekend, interessant onderzoek doen. En hij weet zijn en hun bevindingen goed te verkopen. Gladwell schrijft prettig: hij richt zich vaak direct tot de lezer, gebruikt cliffhangers, beschrijft niet alleen wetenschappelijk onderzoek maar ook de wetenschappers zelf. Gladwell kan een verhaal vertellen. En dat verhaal is ook `sticky': vrijwel iedereen wil wel weten waarom iets een rage wordt. Vooral in deze tijd, over context gesproken, waarin iedereen beroemd wil worden. Maar kunnen we na het lezen van The Tipping Point voorspellen wat een rage wordt en wat niet? Nee. We kunnen alleen achteraf een poging tot duiding doen.

Wetenschappelijk gezien bood The Tipping Point dus een theorie van niets. Heerlijk om te lezen, en je steekt zeker wat op uit die brij van prachtige experimenten en verhalen, maar niet de alomvattende verklaring van hypes die het boek beloofde. Met Blink is iets vergelijkbaars aan de hand. Alle anekdotes en voorbeelden lezen even prettig, maar hij bouwt geen helder betoog op en aan het eind weet je nog steeds niet precies wanneer een mens wel en niet op zijn instincten moet afgaan. Het is natuurlijk fijn dat Gladwell zich niet tot het schrijven van een simplistisch how to-boek heeft laten verleiden, maar dit is wel het andere uiterste.

Maar Blink is wel een beter boek dan The Tipping Point. De elementen van een theorie zijn in Blink namelijk wel aanwezig – je moet ze alleen zelf een beetje bij elkaar sprokkelen. Dan blijkt dat mensen alleen veilig op hun instinct kunnen vertrouwen als het om beslissingen gaat in situaties waarin ze zeer veel ervaring hebben: de brandweerman in het instortende huis, de huwelijkspsycholoog, de tenniscoach met zijn dubbele fouten – leken zouden hun oordelen nooit evenaren. Het gaat erom dat je zo deskundig bent in iets dat je die vaardigheid volledig hebt geautomatiseerd. Ervaren autorijders kunnen soms thuis op de bank niet meer vertellen of het gaspedaal links of rechts zit van het rempedaal. Zelfs het leren van een vaardigheid kan volledig onbewust gebeuren. Als je maar vaak genoeg in bepaalde omstandigheden verkeert, dan gaan de kenmerken daarvan regelrecht je onbewuste informatieverwerkende, patroonherkennende systeem in. En dan weet je wat je moet doen – zelfs al weet je niet waarom.

Wil je dus in een bepaalde situatie veilig op je instincten kunnen vertrouwen, dan moet je díe specifieke situatie keer op keer oefenen en oefenen en oefenen. Politieagenten die hun hart sneller voelen slaan dan 175 keer per minuut: schieten of niet? Kunstkenners die over een te mooi ogend standbeeld van tien miljoen dollar moeten beslissen: kopen of niet? Oefening baart expertise. In zijn volgende boek heeft Gladwell vast nog een duidelijker lijn in zijn verhaal. Of dan zijn we zo aan zijn stijl gewend, dat we de boodschap er gemakkelijker uithalen.

Malcolm Gladwell: Blink. The power of thinking without thinking. Allen Lane / Penguin Books, 277 blz. €14,50 De Nederlandse vertaling `Zeker weten. De kracht van onbewust denken' verschijnt in juni bij Contact.