Het nieuws van 18 februari 2005

Meulenhoff

Het valt te prijzen dat het Cultureel Supplement van 11 februari tracht de oorzaken van het verval van uitgeverij J.M. Meulenhoff uit de doeken te doen. Het artikel `Uitgever gezocht', geschreven door Ward Wijndelts, belicht enkele factoren die tot de desastreuze gang van zaken hebben geleid, maar laat helaas ook wat vragen onbeantwoord. De eigenlijke oorzaak van de plotselinge neergang blijft in nevelen gehuld. Een van Wijndelts' zegslieden, Mai Spijkers, suggereert dat de neergang helemaal niet zo plotseling zou zijn geweest: de problemen zouden `al begin jaren negentig' zijn ontstaan. Een bewering die verbazing wekt als men zich de vele prachtige boeken herinnert die door Meulenhoff in die tijd werden uitgegeven. Des te vreemder is het dat Wijndelts geen aandacht besteedt aan het destijds opzienbarende ontslag van Laurens van Krevelen, die in de jaren negentig en in de twee decennia daarvoor als geen ander zijn stempel heeft gedrukt op J.M. Meulenhoff. Zoals bekend combineerde Van Krevelen vele jaren de functie van directeur van J.M. Meulenhoff met het lidmaatschap van de directie van Meulenhoff & Co, de toenmalige holding waarvan J.M. Meulenhoff deel uitmaakte. Aanleiding voor Van Krevelen om in het najaar van 2000 ontslag te nemen, was, zoals NRC Handelsblad indertijd berichtte, de onverwachte maatregel van het PCM-bestuur om de onder Meulenhoff & Co vallende uitgeverijen rechtstreeks onder het beheer van PCM te brengen, waardoor zij hun zelfstandigheid verloren en onder bestuur werden gebracht van Spijkers. Zou deze maatregel niet de oorzaak kunnen zijn geweest van de moeilijkheden en de uittocht van talrijke auteurs bij Meulenhoff?

Amsterdamprijs

In tegenstelling tot wat het bericht met de kop `De grote prijs van Amsterdam' (Cultureel Supplement, 11 februari) heeft de jury van de Amsterdamprijs voor de kunsten niet besloten om de drie prijzen voor het jaar 2004 niet uit te reiken. Het is namelijk niet aan de jury dit te beslissen. Zo staat dit ook in de brief van de jury aan het bestuur van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. De jury heeft het bestuur geadviseerd de prijzen dit jaar niet uit te reiken, dan wel uit te stellen tot volgend jaar, omdat door de uiterst pijnlijke ingreep van de gemeente in het budget van het Fonds dit jaar de prijs te veel aan autoriteit verliest om nog waar te maken dat zij het Amsterdamse kunstleven stimuleert. Mocht het bestuur van het Fonds dit advies niet willen opvolgen dan zal de jury de namen noemen van de prijswinnaars die zij voor ogen had, voorzien van een korte toelichting, maar haar bijdrage aan de uitreiking daartoe beperken. Met de doelstelling van de prijzen voor ogen vindt de jury het vanzelfsprekend en consistent dat aan de uitreiking een spectaculair karakter wordt gegeven. Dat kost dus ook geld. Het is nogal platvloers hierin het verlangen van de minister van Staat te zien om nog eens het spelletje van de macht te kunnen spelen. Zoals het hoort is de brief geschreven door de voorzitter namens alle leden van de jury, die unaniem het gevoelen deelden zoals dat uit het midden van de jury naar voren is gekomen. De jury grijpt niet in, legt niets neer, adviseert alleen en voert haar taak uit als het advies niet wordt opgevolgd.

Cornelis Gijsbrechts

Dat Hollandse schilders in de zeventiende eeuw zich specialiseerden in genres wisten we wel. Je had landschappen, interieurs, portretten, stillevens. Sommige schilders werkten in meer dan één genre, maar de meesten beperkten zich tot dat ene type voorstelling waarin ze zich hadden bekwaamd. Trompe-l'oeil-schilderijen behoren ook tot het genre van het stilleven. Op deze schilderijen zijn voorwerpen bedrieglijk natuurgetrouw nageschilderd, met de bedoeling dat de beschouwer heel even denkt dat hij tegenover het werkelijke voorwerp staat. Cornelis Gijsbrechts, waarvan nu een expositie in het Mauritshuis te zien is was beroemd om zijn trompe-l'oeil-schilderijen. Hij verhief het genre tot een complex spel van bedrog en werkelijkheid. Over Gijsbrechts is niet veel bekend. Vermoedelijk is hij de Vlaamse `Cornelis Norbert Gysebrechts schilder' die in 1659-'60 als meester in het gildeboek van het Antwerpse Sint-Lucasgilde stond ingeschreven. Zeker is dat Gijsbrechts van 1668 tot 1672 voor het Deense hof werkte, eerst voor koning Frederik III, die in 1670 overleed, en daarna voor diens zoon, Christiaan V. Met grote precisie schilderde Gijsbrechts de voorwerpen na uit de rariteitenverzamelingen van Frederik III en Christiaan V. Ze bevinden zich nog steeds in musea in Kopenhagen. Gijsbrechts heeft een oeuvre nagelaten van ongeveer zeventig schilderijen, waarvan een veertigtal zijn gesigneerd. Eenentwintig werken, afkomstig uit de collectie van het Statens Museum in Kopenhagen, zijn nu voor het eerst in Nederland te zien.