Stoker in de regio

Een oud kruitvat in het Midden-Oosten is weer van een lont voorzien. Libanon is in rep en roer na de moordaanslag op en de turbulente begrafenis van oud-premier Rafiq Hariri. Even leek het weer burgeroorlog, een strijd die het land en de regio vijftien jaar lang beheerste. Theorieën zijn er genoeg over wie verantwoordelijk is voor de moord, maar buurland Syrië is hoe dan ook de gebeten hond. Politieke fricties tussen de pro-Syrische regering van Libanon en een anti-Syrische oppositie hebben de afgelopen maanden geleid tot toenemende onrust in de politieke arena en op straat. Met als voorlopig dieptepunt de dood van Hariri, de miljardair die zijn land in de jaren van de wederopbouw weer wat glans en status gaf. Zijn dood is een teken aan de wand. Het was een tijdlang kalm in Libanon, maar deze uitbarsting van geweld en emoties laat zien hoe oppervlakkig de rust is. Onder een dun laagje vernis kolkt het. In een regio die toch al stijf staat van de spanning, zou een nieuwe brandhaard rampzalig zijn.

Syrië is in zoverre schuldig dat het land zich vanouds verregaand bemoeit met politieke en militaire zaken in Libanon. De aanwezigheid van Syrische troepen roept steeds meer weerstand op. Nog vorig jaar september is deze kwestie in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aangepakt. In VN-resolutie 1559 roept de raad alle nog in Libanon verblijvende buitenlandse troepen op het land te verlaten. Syrië wordt niet met name genoemd, maar het is duidelijk wie de boosdoener is. Tussen september 2004 en februari 2005 is weinig gebeurd. Secretaris-generaal Kofi Annan van de VN wees eergisteren op het belang van uitvoering van resolutie 1559. Hij eiste een ,,duidelijk signaal van troepenterugtrekking''.

Een stok achter de deur heeft Annan niet. Die is in handen van de Amerikanen. De VS hebben Syrië in het verleden meermaals gewaarschuwd: voor inmenging in Libanon, voor steun aan tegen Israël gerichte terreur, voor 's lands opstelling inzake Irak. Syrië werd weliswaar niet genoemd in president Bush' berucht geworden triumviraat van het Kwaad – Irak, Iran en Noord-Korea – maar zou daar gezien de incidenten moeiteloos in kunnen figureren. Ook de VS eisen prompte en totale terugtrekking van Syrische troepen. De Amerikaanse ambassadeur in Syrië moest voor overleg naar Washington.

Damascus reageerde met kenmerkend stoïcisme. Het trof dat Syrië juist met Iran in overleg was over de vorming van een ,,gezamenlijk front'' tegen de diverse bedreigingen. Gisteren werd over en weer hulp beloofd in moeilijke situaties. Tegelijk maakte Rusland bekend met Syrië te onderhandelen over de levering van raketten, dit ondanks Amerikaanse en Israëlische bezwaren. Kortom, het lijkt of er niets veranderd is. In Libanon is het onrustig; Syrië is stoker in de regio; de VS reageren verontwaardigd; Iran bemoeit zich ermee; Israël wacht dreigend af; de Russen leveren de wapens en de VN en de EU zijn bezorgd.

Syrië's probleem – en dat van Iran – is een internationaal probleem. De `internationale gemeenschap' zal dus in actie moeten komen. Eerstkomende gelegenheid: het bezoek van Bush aan NAVO en EU, begin volgende week.