Kind op eenzaam oorlogspad

Wurgend hoe oorlog het is in Turtles Can Fly. De akkers zijn rijp van de mijnen, in de velden staan kapotte tanks als vee in kluitjes bij elkaar, de dorpen zijn met prikkeldraad omzoomd. Dit is niet de oorlog van gevechten en ontploffingen, van razendsnelle kansen, gevaren en beslissingen. Dit is de oorlog als stand van zaken, als voor- en achtergrond van het dagelijks leven, de oorlog als molensteen.

En toch zijn de bewoners van Koerdistan op de grens van Turkije en Irak benieuwd wanneer dé oorlog begint, de oorlog van Mister Bush – ,,hij houdt de wereld in zijn hand'' – tegen Saddam Hussein, die de mensen in deze streek verbiedt tv te kijken, bang dat ze nieuws vernemen dat hij niet controleert. Nieuws is een levensbehoefte in dit niemandsland. Een van de eerste scènes toont een heuvel waarop tientallen kinderen ieder een antenne staan te richten in de hoop tv-beeld te ontvangen. De kabels lopen als vliegertouwen naar de huizen van het dorp.

Zo leren we Soran kennen, bijgenaamd `Satelliet' omdat hij al in vele dorpen schotelantennes heeft geïnstalleerd. Satelliet zou bij ons in de tweede of derde klas van de middelbare school zitten. Daar is hij de onbetwiste leider van de dorpskinderen, die op zijn aanwijzingen mijnen verzamelen, die hij op zijn beurt voor hen aan de Verenigde Naties verkoopt.

Voor de volwassen dorpelingen is Satelliet al even onmisbaar. Hij spreekt Engels, althans dat denken ze. Hij kan een tv aan de praat krijgen. Hij zorgt dat de boeren weer op hun akkers kunnen door mijnen te ruimen. Hij moet op de markt wapens kopen om het dorp te beschermen.

Satelliet is de man die zijn kansen grijpt in de oorlog. Die Engels leert omdat straks de Amerikanen zullen komen, en die dag zal voor hem ,,de dag van de Amerikaanse paspoorten'' zijn, zijn toegangsbewijs voor een beter bestaan.

De vanzelfsprekende volwassenheid van deze kinderen wordt door Ghobadi (bekend van Een tijd van verdronken paarden) helder in beeld gebracht. Echte volwassenen zijn er haast niet. Passieve mannen zijn het, die zitten te wachten tot de tv het doet en het hoofd beschaamd afwenden als er een meisje in bikini in beeld komt.

De orde die de oorlog in dat gebied heeft gevestigd, de orde van Satelliet en zijn kinderleger, wordt in de film doorkruist door de oorlog die meekomt met Agrin, haar broer Hengov en het kleine mannetje dat ze beurtelings op hun rug dragen.

Ook kinderen die te vroeg volwassen zijn geworden, maar om een andere reden. Over deze twee is een andere oorlog heengeraasd, de oorlog die mensen vernietigt. Hengov heeft er zijn armen door verloren en in Agrin heeft hij een tijdbom geplaatst die harder gaat tikken naarmate de film vordert.

Ghobadi slaagt erin deze twee verhaallijnen geloofwaardig te volgen. Het pragmatische opportunisme waaruit de wereld van Satelliet bestaat, kruist als vanzelfsprekend met de magische wereld van Agrin. Van Satelliet brengt Ghobadi steeds de handelingen in beeld, met een hartveroverende bravoure uitgevoerd door Soran Ebrahim. Agrin en Hengov zijn zwijgend, ze peinzen en lopen, lopen en peinzen. Ze ontwijken de wereld van Satelliet voorzover ze dat lukt en als ze er even in verzeild raken, lopen ze er zo snel mogelijk weer uit. Hun pad is eenzaam en leeg, dat van Satelliet wordt omzoomd door kinderen, grote mensen en spullen.

Als ten slotte de Amerikanen komen (,,wij zullen het paradijs voor jullie bouwen'', schrijven ze in een strooibiljet), is het `USA! USA!' in Satelliet verstomd en wendt hij zich van de bevrijders af in een uiterst pessimistisch slotbeeld van een indrukwekkende film. Vanaf nu bewandelt ook hij het eenzame en lege pad dat hem nooit Koerdistan zal uitvoeren.

Turtles Can Fly. Regie: Bahman Ghobadi. Met: Avaz Latif, Soran Ebrahim, Hiresh Feysal Rahman, Saddam Hossein Feysal. In: 6 bioscopen.

    • Bas Blokker