Team zonder sterren wint Super Bowl

Opnieuw won New England Patriots de Super Bowl, de finale van het American football. Paul McCartney zong in de pauze en trok z'n jasje uit. Daar bleef het bij – tot opluchting van velen.

Boston maakt zich op voor een groots onthaal, morgen, van New England Patriots, het American footballteam uit de stad dat gisteren voor de tweede keer op rij en de derde keer in vier jaar tijd de Super Bowl won. In Jacksonville, Florida, versloegen de Patriots de Philadelphia Eagles met 24-21.

Een dag na de eindstrijd staat de sportieve prestatie van de Patriots in de Amerikaanse media centraal. Hoe anders was dat vorig jaar, toen een pauze-act van de zangers Justin Timberlake en Janet Jackson tot grote verontwaardiging in de VS leidde omdat een fractie van een seconde een borst van Jackson in beeld kwam. De affaire, die bekend werd als Nipplegate, kostte televisienetwerk CBS een boete van `mediawaakhond' FCC van 550.000 dollar en verdrong de prestatie van de Patriots dagenlang grotendeels naar de achtergrond.

Vandaag is er vooral aandacht voor de derde zege in vier jaar tijd, een evenaring van de prestatie van de Dallas Cowboys. En voor het gegeven dat de ploeg van trainer Bill Belichick weliswaar al vier jaar lang uitermate succesvol is, maar toch niet als een echt sterrenteam kan worden omschreven.

De Patriots wijken wat dat betreft af van de traditionele American footballteams, waarin vedetten doorgaans de toon zetten. Bij New England staat het individu juist niet centraal, maar de prestatie van het gehele team. Het heeft tot een voor de National Football League (NFL), de hoogste professionele American football-afdeling in de VS, ongebruikelijke spelstijl geleid, waarin verdedigen tot kunst is verheven en waarin geen echte specialisten rondlopen; iedere speler holt tussen aanval en defensie en kan punten maken.

De Patriots stelden hun zege in Super Bowl XXXIX veilig in het vierde en laatste kwart. Op driekwart van de wedstrijd gingen de teams nog gelijk op: 14-14. Deion Branch van New England werd uitgeroepen tot meest waardevolle speler. Hij ving elf keer de bal en noteerde daarmee 133 yards.

De statistieken van de quarterbacks gaven het verschil tussen beide ploegen goed aan. Donovan McNabb van de Philadelphia Eagles overbrugde in dertig van zijn 51 passes een afstand van 357 yards, Tom Brady van de New England Patriots zette daar veel minder spectaculaire aanvalscijfers tegenover: in 23 van 33 passes een afstand van 236 yards. Toch overklaste Brady zijn opponent, omdat hij geen enkele interceptie kreeg en McNabb drie.

De wedstrijd kreeg een ongemeend spannend vierde kwart. New England Patriots liep via een touchdown van runningback Corey Dillon en een velddoelpunt binnen vijf minuten uit naar 24-14. Philadelphia Eagles probeerde wat het kon, slaagde erin nog een touchdown te maken, maar de al geroemde defensie van de Patriots hield stand.

De rechtstreekse televisie-uitzending van de Super Bowl, altijd bekeken door miljoenen Amerikanen, kende gisteren geen incidenten. Voorafgaand aan de wedstrijd deden de oud-presidenten George H.W. Bush en Bill Clinton in spotjes oproepen om geld te doneren voor de slachtoffers van de tsunami van 26 december; zwemkampioenen Michael Phelps en Ian Thorpe prezen de stad New York aan als kandidaat voor de Olympische Zomerspelen van 2012.

De pauze-act van de American-footballwedstrijd werd verzorgd door Paul McCartney. Geen nipplegate dit jaar: de Britse oud-Beatle zong en beperkte zich tot het uittrekken van zijn gestreepte jasje.