Supermario op de Antillen

Mario Evertsz was niet alleen directeur van het Antilliaanse vliegbedrijf DCA, hij leidde allerlei overheidsbedrijven op Curaçao. Deel twee van een tweeluik over het bankroet van DCA.

Supermario was de bijnaam van Mario Evertsz op de Nederlandse Antillen. Meermaals werd hij uitgeroepen tot `man van het jaar van Curaçao'. Bedrijvendokter Evertsz (60) runde een kwart eeuw het halve eiland in opdracht van de overheid, totdat eind vorig jaar overheidsvliegbedrijf DCA onder zijn leiding failliet ging.

Sindsdien wordt Evertsz publiekelijk bekritiseerd. Nader beschouwd blijkt het DCA-debacle niet op zich te staan. Tussen 1979 en 2004 leidde Mario Evertsz allerlei NV's en organisaties namens de overheid. Ze hebben met elkaar gemeen dat de bedrijfsvoering ondoorzichtig was.

De in Oranjestad (Aruba) geboren Mario Evertsz kreeg tussen 1971 en 1975 een technische opleiding in Nederland. Als manager trad hij in dienst bij de Overzeese Gas- en Electriciteits Maatschappij (OGEM). Dat Nederlandse bedrijf had een vergunning voor de productie en distributie van elektriciteit op de Antillen. Toen OGEM in 1977 van die taak af wilde, kocht de Antilliaanse overheid de faciliteiten van het bedrijf. De taken gingen naar nutsbedrijven, waaronder Kodela. In 1979 kreeg Evertsz de leiding over Kodela.

Toen de Curaçaose Dokmaatschappij in 1982 in problemen kwam, werd Evertsz gevraagd ook daar de leiding op zich te nemen. Intussen was hij al actief bij het overheidstelefoonbedrijf. In 1990 werd hij voorzitter van de Energiecommissie, een invloedrijk adviesorgaan van de overheid, en was hij betrokken bij miljoeneninvesteringen in de energiesector. En toen in 2000 het overheidsvliegbedrijf ALM in problemen zat, werd Supermario ook daar de nieuwe topman. Hij richtte een nieuwe maatschappij (DCA) op, met achterlating van de schulden bij ALM. Nu zijn zowel ALM als DCA failliet.

Wat Evertsz deed bij de bedrijven waar hij de leiding kreeg? Veelal werden onderdelen geprivatiseerd. Het werk werd meer

dan eens uitbesteed aan bedrijven van zakenrelaties en van hemzelf, zo blijkt uit onderzoek van deze krant. Van openbare aanbestedingen was in zulke gevallen geen sprake.

Zo richtte Mario Evertsz in 1990 een managementbedrijf op, Effective Management Group (EMG). Als directeur van Kodela sloot hij een overeenkomst met EMG. Voortaan zou EMG het management doen. EMG nam Evertsz en de andere managers van Kodela in dienst en detacheerde ze weer bij Kodela. Het nutsbedrijf was hierdoor flink duurder uit. EMG kreeg een fee voor elke gedetacheerde manager. Opgeteld ging het in de loop der jaren om miljoenen. Bij elke overheids-NV waar Evertsz directeur werd, schoof hij zijn eigen EMG ertussen. Evertsz ziet er tot nu toe geen kwaad in: ,,Ik zou niet weten waarom dat vreemd is, als iedereen ermee akkoord gaat.''

Zo vindt hij het ook niet gek dat hij namens de dokmaatschappij (CDM) in 1990 in Nederland Curdin Trading oprichtte. Het werd het inkoopbureau voor alle overheids-NV's onder zijn leiding. Gereedschappen, onderdelen en producten moesten via Curdin besteld worden, ook al was het elders goedkoper, vertelt een CDM-medewerker die anoniem wil blijven. Hij noemt het voorbeeld van lampen die CDM bij de Philips-vestiging op Curaçao kon kopen voor de helft van het bedrag dat Curdin in Nederland vroeg. Toch moest bij Curdin gekocht worden. Uit de jaarverslagen van Curdin blijkt dat EMG ook dáár het management deed. Daarvoor ontving EMG jaarlijks 1 procent van de gefactureerde omzet van Curdin. Hoe hoger de omzet, hoe hoger de fee voor EMG.

De bedrijven waar Evertsz de leiding had, hebben met elkaar gemeen dat hun bedrijfsvoering ondoorzichtig was. Jaarverslagen en cijfers ontbraken veelal, besluitvorming was niet transparant. Een voorbeeld zijn de zaken die Evertsz met CDM in Cuba deed. CDM had eind jaren tachtig schepen van de Cubaanse staat gerepareerd, maar er was voor 7 miljoen dollar achterstand in betalingen. Die 7 miljoen stopte Evertsz, naar eigen zeggen, in 1992 in een joint venture met de Cubanen. `Cuba' en CDM werden ieder voor de helft eigenaar van CDM met scheepsreparatiewerven in Willemstad én Havana.

Deze joint venture, waarvoor de politiek toestemming gaf, moest ertoe leiden dat de openstaande Cubaanse schuld zou worden afgelost. Eind 2001 kwam er een einde aan de samenwerking en is CDM weer volledig eigendom van de Curaçaose overheid. De schuld van de Cubanen blijkt echter niet afgelost. Eind 2004 stond nog 5 miljoen dollar open. Een financieel succes was de joint venture evenmin. CDM maakt nog jaarlijks 5 miljoen euro verlies, ondanks de miljoenensteun van de Curaçaose overheid in de jaren tachtig en negentig.

Waar is dat geld gebleven?

De helft van de aandelen van CDM was tijdens het Cubaanse avontuur in handen van een postbusfirma in Liechtenstein, Natly Holdings Establishment. Evertsz: ,,De Cubaanse overheid zag het als een probleem als de staat zelf meedeed in de joint venture. Daarom hadden ze die firma. Overigens geloof ik niet dat er een geldstroom was van CDM naar Liechtenstein.''

Wouter van Steijn, die Evertsz in 2003 opvolgde als directeur van CDM, deed op verzoek van deze krant onderzoek. Hij ontdekte in de jaarcijfers dat de Liechtensteinse postbusfirma jaarlijks 2 miljoen dollar in rekening bracht bij de joint venture als huur voor de Cubaanse werf. In totaal gaat het om 20 miljoen dollar, tussen 1992 en 2002. Van Steijn: ,,Hoe dat is afgerekend weet ik niet. Ik heb geen toegang tot de administratie van de Cubaanse werf.''

Dokmaatschappij CDM maakte al die jaren verlies en de Cubaanse schuld is niet afgelost, terwijl Natly in Liechtenstein wel 20 miljoen dollar in rekening bracht. Van wie is die brievenbusfirma eigenlijk? De Kamer van Koophandel in Liechtenstein geeft geen informatie. ,,Dat zullen de Cubanen wel zijn'', oppert Van Steijn.

Naast zijn overheidstaken was Evertsz zelf met een waaier aan firma's actief, onder meer in de exploitatie van onroerend goed op de Antillen; met brievenbusfirma's ontdook hij het Amerikaans handelsembargo tegen Cuba en dan was hij nog actief als bestuurder van trustondernemingen.

De Nederlandse milieusocioloog H. Nieuwenhuis (Landbouwuniversiteit Wageningen) constateerde in 1995 bij het doorlichten van het energiebeleid op Curaçao dat het management slecht was en dat Evertsz en zijn managementbedrijf wel ,,uitzonderlijk veel macht'' hadden. ,,Omdat zoveel uiterst belangrijke posities met soms conflicterende belangen worden bekleed door slechts één en dezelfde persoon, is er sprake van een zeer gevaarlijke situatie in de Curaçaose energiesector.''

Hoe kan het dat iemand als Evertsz twintig jaar aan zoveel touwtjes trok en dat hij alle ruimte kreeg van de politiek? Tegen onderzoeker Nieuwenhuis zeiden informanten dat dat kwam door het spekken van de partijkassen: EMG behield haar positie doordat politieke partijen betaald werden. Een gebruik dat wijdverbreid is op Curaçao. Evertsz had uitstekende contacten in veel politieke partijen, de FOL van Anthony Godett incluis.

Bovendien groeide de macht van Evertsz naar mate de eilandbestuurders, die commissaris waren bij `zijn' overheids-NV's, niet in staat waren hem te controleren. De commissarissen van het energiebedrijf hadden op een uitzondering na nauwelijks verstand van energie- en financiële zaken, illustreert Nieuwenhuis. Nog geen kwart kon een accountantsbalans lezen. De commissarissen waren ook niet hevig geïnteresseerd in de bedrijfsvoering. Het ging hun vooral om de positie met de bijbehorende privileges.

,,Mario Evertsz' drijfveer was niet het geld'', relativeert Leo Rolfast, zakenman en ,,beste vriend'' van Evertsz. ,,Mario komt uit een arm gezin. Als jongetje van acht moest hij op straat loten verkopen. In zijn directiekamer stond een foto van een dronkaard. Dat was zijn vader. Dat was meteen zijn drijfveer: hij wilde iemand worden.''

Het eerste deel van dit tweeluik is afgelopen zaterdag gepubliceerd, en na te lezen op www.nrc.nl.