Ongeschreven roman

Iedereen weet wel dat er in andere landen mensen leven die met heel andere omstandigheden te maken hebben dan je zelf hebt. Je weet het. Je zou wel raar zijn om dat tegen te spreken of te ontkennen. Soms ga je zelfs naar zo'n ander land toe, of je stort geld om die andere omstandigheden te verlichten. Maar wat stelt dat weten voor? Nog moeilijker is het met het begrip `gelijktijdigheid'. Er zijn momenten dat men in staat zou zijn om het bestaan daarvan te ontkennen en te zeggen: er zijn alleen maar gebeurtenissen op verschillende plaatsen. Het woord `tegelijkertijd' geeft een valse indruk van een verband, terwijl er geen verband is. En niet alleen is er geen verband, het is zelfs nauwelijks voorstélbaar dat er andere plaatsen zijn, waar, ook dat nog, tegelijkertijd andere dingen gebeuren. Terwijl je kleumend door de regen loopt te zeulen zit je broer in Zuid-Afrika te puffen van te hitte. Zeggen ze. Dat kun je wel opschrijven en wel uitspreken, maar gelóven, nee.

Er zijn dingen die geloof nodig hebben om te bestaan. Toeval of juist voorzienigheid. Samenhang. Liefde misschien ook wel. Maar andere plaatsen zijn niet afhankelijk van ons geloof, evenmin als de tijdrekening. Dus is het echt waar dat terwijl ik dit schrijf op een schip dat op weg is naar de Noordkaap, thuis in Nederland het leven gewoon doorgaat, dat de regen er valt of juist niet, dat de merel te vroeg zingt, de buurvrouw de hond uitlaat, de radio veel stupide reclame laat horen, enz. En dat, tegelijkertijd, in Irak een dertienjarige jongen bij vergissing wordt doodgeschoten, een oudere man in Israël ruzie heeft met zijn dochter over een deuk in de auto, in Somalië een jonge vrouw gillend wegrent voor een soldaat, in Zimbabwe iemand zwijgend sterft, terwijl een vrouw in Japan droomt van een man die ze leuk vindt maar niet vertrouwt.

Het klinkt als een roman.

Op de Noorse kust waar de ms. Trollfjord langs vaart, één van de schepen van de zogeheten `Hurtigruten', de sneldienst die Zuid- en Noord-Noorwegen met elkaar verbindt, staan af en toe een paar huisjes. Daarna is er weer tijden niets anders te zien dan onbewoonde eilandjes, hoog oprijzende rotsen met wit bepoederde kruinen, grijzige lucht met zilveren strepen, een paar meeuwen. En dan weer wat van die huizen, van hout, zoals verwacht, in de kleuren die je kent van foto's: roodbruin, geel, wittig, soms opmerkelijk groen. Losstaande huizen met wat kleine schuurtjes erbij zijn boerderijen. In dit deel van Noorwegen zijn het grote boerderijen: met wel zestig koeien en wel honderdvijftig schapen. De boeren zijn ook vissers, anders houden ze het hoofd niet boven water. Zo wel. Dit lege land is geweldig rijk.

Maar hoe leven ze? Hoe leeft men in zo'n houten huis, waar wel een weg naartoe gaat en over die weg rijdt ook wel eens een auto, maar eigenlijk rijdt er niets, hoor je er niets dan vaag het geluid van de zee, is er niets te zien. De `wereld' lijkt er oneindig ver weg.

Dat is natuurlijk maar schijn. Hier hebben ze vast ook op de televisie gezien hoe de vliegtuigen zich in het World Trade Centre boorden, hoe Irakezen een man het hoofd afhakten, hoe gevangenen in Guantanomo Bay vernederd werden, hoe de tsunami onbegrijpelijk verre kusten verwoestte. En misschien gilde er in een van die kleine, zo spaarzaam levende witte huisjes wel een moeder: ,,Mijn God, daar is Ole met vakantie'', misschien is Snorre uit Trondheim nooit meer thuisgekomen. Want andere plaatsen bestaan en gelijktijdigheid ook.

Hoeveel vreemder zou dit alles nog zijn als er geen romans bestonden.

Terwijl we langs deze vreemde, stille wereld varen lees ik af en toe (als het even mogelijk is om niet in stomme verwondering naar die zilvergrijze wereld buiten te kijken) in een roman van Iris Murdoch. Merkwaardige en minder merkwaardige Engelsen die even buiten Londen wonen, een gebied waar ik niet vertrouwder mee ben dan met de Noorse werkelijkheid hier voor ogen, mensen die hun gedachten denken en hun conversaties voeren, allemaal met intelligente brille beschreven en het vreemdste is: soms begrijp je die niet-bestaande mensen. Soms ook niet, maar dan leer je iets over de onbegrijpelijkheid van mensen, of je verwondert je over hoe verschillend mensen kunnen zijn, papieren mensen, zeker, maar daarom weten we gelukkig wat ze zoal denken. Je leest over een vrouw dat ze misschien beter zes kinderen gehad zou kunnen hebben dan die ene zoon die ze heeft, want nu lijdt ze aan ,,a sheer excess of undistributed love'', een overschot aan liefde die ze niet kwijt kan, zoals sommige vrouwen meer melk hebben dan hun baby kan drinken. Een treffende beschrijving, en je kijkt op, pakt de verrekijker, haalt een roodbruin Noors huis zo dichtbij dat je kunt zien dat daarbinnen een lichtje brandt, en vraagt je af: woont daar ook zo'n vrouw, met een overschot aan liefde, objectloze liefde die haar een last is in plaats van een vreugde, omdat ze niet geschonken kan worden?

Als in zo'n huis zo'n vrouw leefde, hoeveel begrijpelijker was haar leven dan meteen! Waarom zou ze over de wereld moeten nadenken, auto's langs moeten horen razen, de radio aan moeten hebben en snel naar de stad moeten sjezen om kant-en-klaarpizza's te halen – ze heeft toch gewoon een leven, eentje dat deels althans beschreven zou kunnen worden met die ene zin. Zoals er andere zinnen zijn die weer andere delen van haar leven kunnen beschrijven, en er de volheid van laten zien, de mogelijke volheid van ieder leven of het zich nu afspeelt aan deze doodstille kust of in een bovenwoning in de Amsterdamse Pijp. Waar zich misschien wel veel minder afspeelt. Op ditzelfde, al dan niet toevallige ogenblik.

En tegelijkertijd lijkt dit alles geen ogenblik maar eeuwigheid. Eeuwig wonen die mensen daar in die houten huizen, en hebben ze last van te veel of te weinig liefde, eeuwig varen wij langs, alles onbegrijpelijk onverbonden en toch gelijktijdig, toch opgenomen in iets. Een roman. Ongeschreven.