Nederland schaatst in bijrol

Nederlandse schaatsers eindigden bij de WK in Moskou op grote achterstand. Een jaar voor de Olympische Spelen zijn zij afgetroefd door Duitse vrouwen en Amerikaanse mannen.

,,Het is stil aan de overkant'', zongen de Nederlandse schaatsfans in de Moskouse ijshal Krylatjskoje. Aan de overkant zaten Russische bobo's en nono's zich te vergapen aan zoiets vreemds als vlakke schema's en oplopende rondetijden. In de loop van de WK allround werd het aan de andere kant van de baan ook steeds stiller. Zo groot was de nederlaag van de Nederlandse mannen én vrouwen, dat het meegereisde huisorkest `Kleintje Pils' werd overstemd door de stadionspeaker. Niemand kwam in de buurt van de wereldkampioenen Shani Davis en Anni Friesinger.

De derde plaats voor de 18-jarige Sven Kramer en de vijfde plaats voor de 18-jarige Ireen Wüst camoufleerden de zware nederlaag van ervaren schaatsrotten als Europees kampioen Jochem Uytdehaage en oud-wereldkampioene Renate Groenewold, die respectievelijk zesde en zevende werden. Hun coach Gerard Kemkers was tussen 1994 en 1998 bondscoach in de Verenigde Staten. Hij was ,,niet echt verrast'' door de suprematie van de Amerikanen.

De trainer van TVM moest wel erkennen dat zijn rijders – inclusief Carl Verheijen die op zijn favoriete lange afstanden werd overklast door de Noorse stayer ⊘ystein Grødum – op het beslissende moment niet in topvorm staken. ,,Niet dat we anders hadden gewonnen, maar we hadden er dichterbij kunnen zitten.''

Kemkers stelde vast dat de Nederlandse allrounders én specialisten op grote achterstand waren gereden. Hij wilde niet van een mentale kwestie spreken. ,,Wij hebben ook killers in huis.'' Hij zocht meer naar technische verschillen. ,,Kijk je naar de vier besten van dit toernooi – Shani Davis, Chad Hedrick, Cindy Klassen en Anni Friesinger – dan zie je een nieuwe tendens. Zij komen allemaal voort uit het sprintwerk. Wij zijn meer opgegroeid met de lange afstanden. Nu is het zaak een perfecte eerste ronde te rijden en het tempo vervolgens zo lang mogelijk vol te houden'', aldus de oud-schaatser.

Kemkers had in Moskou parallellen ontdekt tussen shorttracker Davis, rolschaatser Hedrick en langebaanschaatser Grødum. ,,Voor de leek rijden ze misschien heel verschillend en ze verdienen zeker geen schoonheidsprijs, maar ze hebben alledrie een enorm efficiënte gewichtsverplaatsing. En ze zijn motorisch begaafd. Dat heeft Jochem wat minder.''

Volgens oud-bondscoach Ab Krook, in Moskou aanwezig als topsportcoördinator van de schaatsbond KNSB, is de dubbele nederlaag mede te verklaren door de ,,eeuwige concurrentiestrijd in Nederland''.

[vervolg NEDERLAAG: pagina 15]

NEDERLAAG

'Roer moet niet om'

[vervolg van pagina 1]

Ab Krook beloofde voor volgend jaar een minder rigide selectiebeleid, lees: minder skate-offs. Krook: ,,Maar de schaatsers en de trainers moeten zelf ook keuzes leren maken en sommige wereldbekerwedstrijden laten schieten. De rijders moeten minder concurrent van zichzelf worden. Amerikanen werken individualistischer. Wij zijn gewend aan een beschermde omgeving.''

De Nederlandse ondervraagden waren niet van plan ,,het roer drastisch om te gooien'' zoals TVM-coach Gerard Kemkers het verwoordde. Dus niet in de zomermaanden gaan rolschaatsen, wat veel Amerikanen doen. De Nederlandse rijders zweren bij fietsen ter voorbereiding op het winterseizoen. Volgens hun landgenoot Bart Schouten, coach in Amerikaanse schaatsdienst, zouden zij ,,met skeeleren hun flexibliteit'' kunnen vergroten.

De uittredende wereldkampioen Hedrick kon zich bij de Amerikaanse selectiewedstrijden, bij gebrek aan zware tegenstanders, een diskwalificatie permitteren om in Moskou zijn titel te mogen verdedigen. Toch zou hij ,,graag willen ruilen'' met de Nederlanders, die klagen over de onderlinge concurrentiestrijd. Hedrick: ,,Ik heb de hele winter last van jetlags. Wat dacht je daar van?''

De afstand met de beste schaatser van dit weekend was groot. Uytdehaage had na ,,vier matige ritten'' ongeveer twee punten achterstand op troonopvolger Shani Davis en diens rivaal Chad Hedrick. Groenewold had na ,,een vlak toernooi'' bijna vier punten achterstand op haar opvolgster Anni Friesinger die de Canadese nummer twee Cindy Klassen ook met bijna twee punten verschil versloeg.

De winnaars hebben altijd gelijk, de verliezers zoeken naar de oorzaak van hun falen. Zowel Uytdehaage als Groenewold kon zich niet meer verschuilen achter een verstoorde voorbereiding. Ze hadden deze winter genoeg tijd gehad voor een inhaalrace. Uytdehaage: ,,Ik zou net als Davis en Hedrick ook wel gevarieerder willen rijden, maar ik ben bang dat het ten koste van mijn techniek gaat. Fysiologisch hebben we een grote achterstand opgelopen. Maar moet je een jaar voor de Spelen alles overhoop gaan gooien? Dat lijkt me ook niet verstandig''

FRIESINGER: pagina 16

UITSLAGEN: pagina 17