`Mensen leren om weer te luisteren'

De campagne `Nederland niet kapot te krijgen' is het initiatief van een groep reclamejongens die de communicatie in de maatschappij willen verbeteren.

Sinds de moord op Theo van Gogh en de opkomst van Geert Wilders leefde bij Joep Beliën de behoefte aan iets ,,totaal positiefs''. De inzamelingsactie voor de slachtoffers van de tsunami-ramp vond hij dan ook ,,zóiets fantastisch''. Hij zat bijna te janken voor de televisie. En toen Beliën onlangs de paginagrote advertentie `Nederland niet kapot te krijgen' in de krant zag staan dacht hij: ,,Een verdomd goed idee. Dít hebben we nodig.'' Zelf organiseert Beliën, lid van de steunfractie van GroenLinks in Zaltbommel, in overleg met een Marokkaanse vriend en dominee Kappers een busreis naar Amsterdam voor Marokkanen en Nederlanders uit Zaltbommel. Met een bezoek aan de tentoonstelling `400 jaar Nederland-Marokko', een rondvaart door de grachten en een etentje wil hij de onderlinge cohesie bevorderen.

Beliëns idee is een van de vele grass roots-initiatieven die zijn geplaatst op de website van `Nederland niet kapot te krijgen'. De site toont een ratjetoe aan ideeën. Zo vertellen Amsterdamse ouders over hun plan om voor de tweede keer een kinderkamp te organiseren voor allochtone en autochtone kinderen, pleit Alec Boswijk voor meer beleefdheid in het verkeer en gaat Mark Spetter zwerfafval opruimen in Almere.

De campagne `Nederland niet kapot te krijgen', die eind vorig jaar is begonnen, is een initiatief van verschillende mensen uit de advies- en reclamewereld. Het voortouw is genomen door Jan Andreae, trainer en directeur van Bureau Kraan & Andreae, gespecialiseerd in managementadvies.

Andreae's drang om naast zijn werk zelf ,,iets te doen'' is volgens hem niet zakelijk, maar heel persoonlijk gemotiveerd. De moord op Theo van Gogh op 2 november gaf hem het gevoel niet langer lijdzaam toe te kunnen kijken: ,,Er volgden heel emotionele debatten. Ik vond dat mensen slecht naar elkaar luisterden, vooral hun eigen opinies ventileerden en het eigen gelijk bevestigden.'' Een mentaliteitsverandering, dat zou Andreae teweeg willen brengen: ,,We moeten uit een bepaalde wachtstand gaan, waarin we verwachten dat de overheid het voor ons doet. Ik geloof heel erg in contact tussen mensen en wil vanuit particulier initiatief de samenleving veranderen.''

`Nederland niet kapot te krijgen' is onder meer geënt op de publiciteitscampagne `Een beter milieu begint bij jezelf' die het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) in de jaren negentig voerde. Ook hierin werd gehamerd op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Geestelijk vader van `Een beter milieu begint bij jezelf' is communicatiedeskundige Hans Elsendoorn. Bij de huidige campagne is hij – samen met Dorus Teeuwen, eigenaar van marketing- en communicatiebureau TMCC – verantwoordelijk voor de strategie en het communicatieplan.

Alle initiatiefnemers zijn vrienden van elkaar of kennen elkaar via via. De `tekstman' van het gezelschap is Ron Walvisch, oprichter van communicatiebureau Prins Walvisch. Samen met `creatief' Enrico Bartens bedacht hij de slogan. Walvisch doet mee omdat hij Nederland wil laten terugkeren tot wat het volgens hem is, ,,een land waar we lekker kunnen zeuren over de dure euro''. Bartens baarde al eerder opzien met de posteractie `Respecteer, je wordt gerespecteerd' uit maart 2004. Met deze campagne beoogde hij Marokkaanse jongeren zelfrespect bij te brengen en daarmee respect voor anderen.

De campagne `Nederland niet kapot te krijgen' kan op brede steun rekenen – van de Nederlandse Moslimraad, het burgerplatform `De Publieke Zaak' tot het Rode Kruis en Reclassering Nederland. Financiële ondersteuning is onder meer afkomstig van instanties als de NOVIB en de Stichting Democratie en Media. Opzet en uitwerking van de reclamecampagne komen voor rekening van de initiatiefnemers en hun bureaus. Uitgevers toonden zich bereid om meer dan 50 procent korting te geven op advertenties. De STER gaf zelfs 75 procent korting.

Van een `normen en waarden'-campagne willen de initiatiefnemers niets weten. Evenmin willen ze symbolische acties, zoals het rondlopen met armbandjes, promoten. Andreae: ,,Wij willen de Nederlanders aansporen om zèlf dingen te gaan doen.'' De organisatoren mikken op 5.000 acties tot Bevrijdingsdag en schakelen voor de publiciteitscampagne ook bekende Nederlanders in, zoals Dieuwertje Blok, Huub Stapel en Doekle Terpstra. In mei zal de campagne worden geëvalueerd en eventueel voortgezet in een concretere vorm, als een beweging.

Afgezien van vele positieve reacties hebben de initiatiefnemers ook kritiek ontvangen. Er kwamen reacties van personen die zich écht onveilig voelen en in no go areas leven. Maar ook van mensen die vinden dat Nederland veel te lang tolerant is geweest. Andreae: ,,Op zulke geluiden reageren we niet. Omdat met die mensen toch niet te praten valt.''

In Zaltbommel kan Joep Beliën dat alleen maar beamen. Hij vindt dat Nederlanders moeten vechten om de reputatie van tolerante natie overeind te houden: ,,Met de racistische en xenofobe taal van types als Wilders heb ik niets. Dat gajes is overal, maar daar wens ik niet door bepaald te worden.''