Hof Guatemala beëindigt proces

Het Constitutionele Hof van Guatemala heeft vrijdag aangegeven 17 militairen die worden verdacht van het plegen van massamoorden, niet te zullen berechten. Volgens het Hof valt de zaak onder een nationale verzoeningswet uit 1996 en staat het machteloos.

Het hoogste Guatemalteekse Hof schept hiermee een belangrijk precedent. Tot dusver werd aangenomen dat de verzoeningswet, waaronder amnestie werd geregeld voor de plegers van oorlogsmisdaden, niet gold voor massamoorden. In het Midden-Amerikaanse land woedde tussen 1960 en 1996 een burgeroorlog, waarbij naar schatting 240.000 mensen om het leven kwamen.

De 17 militairen, lid van de gevreesde Kaibil-eenheid, worden ervan verdacht in 1982 het dorp Dos Erres te zijn binnengevallen op zoek naar marxistische guerrillastrijders. Daarbij kwamen meer dan 300 dorpelingen om. Volgens een onderzoek van de Verenigde Naties uit 1999 werden de dorpelingen met hamers doodgeslagen voor ze in een put werden gegooid en werden de vrouwen verkracht.

De zaak `Dos Erres' werd in 1994 geopend, en de militairen daarna pas gearresteerd. Het Hof verklaarde echter dat het verplicht was ,,alle acties teniet te doen'' die na het aannemen van de amnestiewet in 1996 zijn genomen. Door de uitspraak zijn alle arrestatiebevelen en de getuigenissen van overlevenden en militair personeel ongeldig. Het Hof deed in december al uitspraak, maar maakte deze pas vrijdag bekend.

Burgerrechtenorganisaties reageerden verontwaardigd. Hoewel in 1999 is vastgesteld dat het leger verantwoordelijk was voor 90 procent van de moorden en verdwijningen tijdens de burgeroorlog, strandden strafzaken regelmatig. In 2000 tekende de toenmalige regering een akkoord met het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten waarin werd beloofd gerechtigheid voor de slachtoffers van de burgeroorlog te zoeken.