Het beeld

Een van de belangrijkste argumenten om PaPaul vorig seizoen de Zilveren Nipkowschijf toe te kennen was het commentaar dat het programma impliciet leverde op de oppervlakkigheid van televisie. Paul de Leeuw kan een scherp observator zijn van de entertainmentsector, waar hij zelf toe behoort en een haat-liefdeverhouding mee onderhoudt.

Dit tweede seizoen zou PaPaul geen kans meer maken bij de televisiecritici. Sinds hij elke uitzending met publiek opneemt, trapt De Leeuw in de klassieke valkuil voor populistische satirici: er is geen goed onderscheid meer te maken tussen de gepersifleerde en de eigen platheid. De verleiding om te schmieren voor een dolenthousiast publiek, dat elke grap of belediging gierend van de lach begroet, blijkt niet langer te weerstaan. Toch zijn er elke week wel een paar momenten dat de vileine De Leeuw met een briljante inval zijn kwaliteit bewijst.

De VARA besloot op vrijdagavond De Leeuw weer een grote eigen show te geven, om zo de concurrentie met Baantjer (RTL4), Wie is de mol? (Nederland 2) en Praatjesmakers (Nederland 1) aan te kunnen. Het zal een duit kosten, zo'n rechtstreekse show met orkest, publiek, bewegende decorstukken, veel gasten en verkleedpartijen. De eerste uitzending afgelopen vrijdag van PaPaul Live was De Leeuw op z'n slechtst: inburgeringsgrappen met `bekende buitenlandse Nederlanders' die een haring moeten eten of met hulp van het publiek het liedje van De fabeltjeskrant zingen; een komische sketch, Zeg 'ns B, waarin de Surinaamse Gerda Havertong koningin Beatrix speelt, een dikzak als prins Willem-Alexander geile sms'jes stuurt, Sugar Lee Hooper een enorme prinses Amalia is en De Leeuw zelf prinses Christina – kortom, Egoland in imbeciliteit naar de kroon gestoken; en als dieptepunt van de gehandicaptenlol De Leeuw als de doodzieke Johannes Paulus II in de pausmobiel, sabbelend aan zijn microfoon. Het aanwezige publiek kwam niet meer bij, maar de kijkcijfers vielen tegen: met 608.000 hooguit de helft van zowel Ned.1 als Ned.2 en RTL4.

Voor amusante mediakritiek zorgt wel nog De Leeuws Engelse geestverwant Sacha Baron Cohen in de tweede serie Ali G in da USAiii (VPRO). Vermomd als extreme, vuilbekkende personages onthult de komiek hoe zijn gesprekspartners reageren. Behalve gangstarapper Ali G, is Baron de Kazachstaanse verslaggever Borat en de hippe Oostenrijkse rocknicht Bruno. Borat, in een te ruim ouderwets pak, voelt zich als macho-racist het meest thuis in het zuiden van de Verenigde Staten, waar hij in ernst aan een judoleraar vraagt hoe je een jood het beste uitschakelt. Funkyzeit mit Bruno is een herkenbare parodie op fascistoïde boys die iedereen een microfoon voor de neus douwen om wat vage roddelpraat uit te wisselen. De onverstoorbare reacties van veel Amerikanen op de maskerades en dubbelzinnigheden bewijzen de macht van de televisie.

De Nederlandse tegenhanger van Borat en Bruno is niet Paul de Leeuw, maar de provinciaal-naïeve BNN-coryfee Filemon Wesselink in zijn serie I love the Betuwe.