Hartstochtelijk pianist

De legendarische pianist Lazar Berman, die in zaterdagnacht overleed in zijn woonplaats Florence, behoorde tot de grootste Liszt-interpreten van de twintigste eeuw. ,,Het verschrikkelijkste dat me kan overkomen, is dat het leven me tot een machine zal maken'', zei hij ooit. Inderdaad bezat hij de unieke gave met weergaloze virtuositeit wisselende emoties te verklanken, waarbij zijn toucher ook in de moeilijkste passages teder en melancholiek bleef zingen.

In Bermans spel vloeide het improvisatorische samen met de klassieke wetten van helderheid, harmonie en proportie. De pianist werd in 1930 in Leningrad geboren, waar hij onder strenge leiding van zijn moeder, pianiste Anna Makhover, nog voor zijn tweede jaar met pianostuderen begon. Anderhalf jaar later werd hij leerling van Samary Savsjinsky aan het Conservatorium van Leningrad. In 1939 verhuisde Berman naar Moskou. Daar vond hij in Alexander Goldenweiser, bij wie hij achttien jaar studeerde, zijn ideale leraar.

In de jaren vijftig was Berman in de voormalige Sovjet-Unie geliefder bij het publiek dan bij de critici. Maar nadat hij in de jaren zeventig doorbrak in Italië en een succesvolle tournee door Amerika maakte, werd Berman internationaal uitgeroepen tot een van de beste levende pianisten.

Wereldberoemd werd zijn uit die tijd stammende opname van Tsjaikovski's Eerste pianoconcert, met de Berliner Philharmoniker o.l.v. Herbert von Karajan op Deutsche Grammophon, waarvoor hij ook spraakmakende Liszt-opnames maakte.

Eind jaren zeventig viel Berman in ongenade bij het toenmalige Gos-Concert, waardoor hij een aantal jaren uit zicht verdween. Maar in 1991 trad Berman weer op in Amsterdam in de Serie Meesterpianisten, waarin hij ook in 1994 en 2000 recitals gaf.

De laatste jaren beperkte Berman zich tot optredens met zijn zoon, de violist Pavel Berman. Daarnaast doceerde hij aan de beroemde Accademia Pianistica Incontri Col Maestro in Imola.

Berman werd 74 jaar.