Groene Buikers vieren tien weken feest

Na Rio de Janeiro en Venetië trekt het carnaval in de Argentijnse Gualeguaychú de meeste bezoekers, zeggen de organisatoren. De optocht is zo populair dat er een tien weekeinden durend feest uit voort is gekomen.

Zo'n vijf uur duurt de nachtelijke carnavalsoptocht. En al die tijd host en springt het Argentijnse publiek onvermoeibaar. Niemand stoort zich aan de hitte of de vele duizenden enorme tropische insecten die zich te pletter vliegen tegen de lichtmasten en ritmisch spartelend sterven tussen de feestgangers.

De prachtige praalwagens, trommelaars en dansers die voorbij trekken zijn allemaal even exotisch en verschillend uitgedost. Alleen het einde van de show die de drie wedijverende carnavalsgezelschappen opvoeren, is steevast identiek. Dan komen de meisjeskampioenen `bips trillen', die zwoel dansend de achter een tafeltje zittende en streng, neutraal kijkende juryleden over de streep proberen te trekken.

Negentigduizend inwoners telt de in een uithoek van Argentinië – 240 kilometer ten noorden van Buenos Aires – gelegen stad Gualeguaychú. Toch is er volgens de organisatoren na Rio de Janeiro en Venetië geen stad ter wereld die met carnaval zoveel bezoekers trekt als deze, slechts door een rivier van het buurland Uruguay gescheiden plaats. Dit weekeinde betaalden 30.000 bezoekers entreegeld om in de nacht van zaterdag op zondag de optocht te bekijken.

Het spektakel wordt gehouden op het terrein van het voormalige treinstation aangelegde corsódromo, een vijfhonderd meter lang parcours met aan beide kanten tribunes. De optocht is zo populair dat in deze Argentijnse hoofdstad van het carnaval het feest tussen januari en maart tien weekeinden lang duurt. In Gualeguaychú is het carnaval een revue geworden. Dit jaar wordt waarschijnlijk het recordaantal van 200.000 bezoekers geboekt.

,,Vroeger leefden we van de landbouw. Inmiddels is de stad één groot dienstverlenend centrum voor toerisme'', zegt advocaat, jurylid en plaatselijk geschiedschrijver Gustavo Rivas.

Een opmerkelijke hoofdrol in het carnaval van Gualeguaychú is sinds 1981 weggelegd voor de inwoners van Arabische komaf. In dat jaar besloot de Syrisch-Libanese gemeenschap tot de oprichting van de eigen carnavalsclub Kamarr (maan in het Arabisch). ,,Het idee is dat we door deel te nemen aan het carnaval beter integreren in de Argentijnse samenleving'', vertelt Yanito al-Kosah, president van de Syrisch-Libanese club.

Het streven is volgens hem een groot succes gebleken. Van de ongeveer duizend mensen van Arabische afkomst in Gualeguaychú – de eersten vestigden zich vanaf eind 19de eeuw in Argentinië – zijn er 250 lid van de carnavalsclub. ,,Religieuze verschillen blijken voor het carnaval geen rol te spelen'', zegt Al-Kosah. ,,Veel Libanezen waren al katholiek en de Syriërs hebben zich merendeels van de islam bekeerd tot het katholicisme. Dat is veel praktischer want we leven ten slotte in een katholiek land''.

Carnavalsclub Kamarr heeft in haar bestaan vele prijzen gewonnen. En ook deze nacht blijkt dat de buikdanseressen die namens de vereniging het spektakel afsluiten niet onderdoen voor de latino's. ,,We hebben de beste infrastructuur opgebouwd'', vertelt bestuurslid Julio Nazar. Hij gaat voor in een enorme loods vol feestattributen waar het hele jaar wordt gewerkt aan het carnavalsspektakel.

Achter de loods wordt een school gebouwd. ,,Die betalen we met de opbrengst van het carnaval. Op die manier geven we iets terug aan het land dat onze voorouders opving'', zegt Nazar, wiens grootouders in 1895 overstaken uit Libanon.

Afgezien van een paar plekken in het noorden van het land is Argentinië, zeker vergeleken met bijvoorbeeld buurlanden als Uruguay en Brazilië, geen echt carnavalsland. Een van de eerste decreten van de militairen die in 1976 de macht overnamen in Argentinië betrof het afschaffen van twee vrije carnavalsdagen. De laatste jaren probeert Buenos Aires het carnaval te `heroveren'. Vandaag en morgen hebben ambtenaren in de hoofdstad voor het eerst weer vrij maar echt swingen doet de stad ondanks verschillende optochten nog lang niet.

,,De porteños [inwoners van de hoofdstad, red.] zijn veel te chagrijnig en ongemanierd om carnaval te kunnen vieren'', zegt jurylid Rivas. ,,De gualeguaychuenses zijn echter altijd opgewekt en daarom bestaat het carnaval er al meer dan 100 jaar''. Ook hij – 59 jaar – is carnavalmaf. En zijn hondje trouwens ook. Na enig zoeken in zijn woning komt hij opeens met een klein kroontje met veren op de proppen. Dat blijkt de door zijn huishoudster gemaakte hondentooi te zijn die zijn tekkel Ludovica (12) dit jaar draagt.

Het feest is in zijn stad bovendien een initiatief van particuliere verenigingen en dus minder kwetsbaar voor politieke bemoeienis. ,,Alleen de bisschop maakt af en toe bezwaar tegen de naakte beschilderde danseressen''.

Het gaat er inderdaad ontspannen aan toe in de stad waarvan de bewoners de bijnaam Groene Buikers hebben omdat ze zoveel kruidenthee (maté) drinken. Voor de optocht zitten mensen op tuinstoelen voor de deur van hun huis en in plaats van een kratje bier vermaken ze zich met een thermosfles met warm water en een beker met kruiden en een rietje die ze aan elkaar doorgeven.

Rivas verwacht dat de feestindustrie in zijn stad zich nog verder zal uitbreiden. ,,Je moet af van één beperkt seizoen'', zegt hij. Er is vorige maand een 1,5 miljoen euro kostend casino geopend en er komen nog meer voorzieningen om de toeristen het hele jaar door te kunnen vermaken.

De gevangenis die op gehoorafstand ligt van het carnavalsparcours gaat ook weg. Voor de gedetineerden is het carnaval nu nog een verzetje. Als om drie uur `s nachts het corsódromo leegstroomt, hangen ze joelend tussen de tralies van het gebouw waar zo te zien al heel lang geen ruit meer heel is. Ze wapperen met onleesbare spandoeken. Ook zij zijn half bloot.