Gat en gat

We weten het natuurlijk wel, dat buitenlanders het Nederlands soms raar vinden klinken. Vooral de harde g's kunnen veel commentaar uitlokken. Het is bekend, maar ik blijf het vermakelijk vinden om te lezen. Vooral in oudere literatuur, uit de tijd dat de wereld nog groot was en je niet via internet of de wereldomroep overal Nederlands kon horen. Een mooi vroeg commentaar op het Nederlands is te vinden in A history of New York, from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty. De Amerikaan Washington Irving publiceerde dit boek in 1809 onder het pseudoniem Diedrich Knickerbocker.

Zoals bekend is New York door Nederlanders gesticht onder de naam Nieuw-Amsterdam. Peter Minuit kocht Manhattan in 1626 van de indianen voor snuisterijen ter waarde van zestig gulden. Binnen enkele decennia woonden er ruim duizend inwoners, maar in 1664 veroverden de Engelsen Nieuw-Amsterdam en doopten het om in New York. Volgens sommigen was het indertijd onder de Britten nog niet gangbaar om New aan een verse plaatsnaam toe te voegen; ze zouden dit van de Nieuw-Amsterdammers hebben afgekeken.

In A history of New York steekt Washington Irving de draak met de Nederlandse kolonisten. Hij zet ze neer als norse, pijplurkende mannen in wijde kniebroeken. En inderdaad, naar het pseudoniem Diedrich Knickerbocker worden dergelijke broeken sindsdien knickerbockers genoemd, maar die kwestie heb ik hier al eens uiteengezet.

Volgens Irving konden de eerste kolonisten en de Noord-Amerikaanse indianen het goed met elkaar vinden. Taal speelde daarbij een belangrijke rol. ,,De naburige indianen wenden spoedig aan de lompe klank van het Nederlands,'' schrijft hij, ,,en allengs begonnen zij en de nieuwkomers met elkaar op te trekken. De indianen voerden graag langdurig het woord, en de Nederlanders bewaarden graag langdurig het stilzwijgen; in dat opzicht pasten zij dus volkomen bij elkaar. De chiefs plachten lange verhalen af te steken [...] terwijl de anderen zeer aandachtig luisterden, hun pijp rookten en bromden `ja, meneer' [and grunt yah, myn-her], waarover de arme wilden buitengemeen verrukt waren.''

Maar het ging er niet altijd zo gemoedelijk aan toe. Volgens Irving konden de Nederlanders vreselijk tekeergaan. Zo schrijft hij: ,,Enkelen gingen zover dat zij hun tegenstanders de huid volscholden met die kleine, gekruide woordjes die in het Nederlands zo sterk rieken.'' En over een schipper genaamd Govert Lockerman schrijft Irving: ,,Hij liet zijn gevoelens nooit de vrije loop voordat hij de streek had bereikt waar de Hudson door het hoogland stroomt, waar hij hele salvo's Nederlandse vloeken afvuurde, die naar men zegt tot op de dag van vandaag naklinken in de echo's van de Dunderberg, en een bijzonder flair geven aan het onweer in die buurt.''

Irving gebruikt een paar Nederlandse woorden en uitdrukkingen. Peter Stuyvesant zou volgens hem eens tegen zijn troepen hebben gezegd ,,to fight like duyvels''. We lezen over breiende jongedames die niks anders zeggen dan ,,yah Mynheer or yah ya Vrouw''; over een vloekende Nederlander die spyt [in weerwil van] den duyvel ergens gaat zwemmen, en over een Hollander die ,,By wapen recht'' iets onderneemt.

Maar het mooist vind ik dat in de inleiding staat dat het manuscript punt en punt, gat en gat uit nagelaten aantekeningen en kladjes is samengesteld, vermoedelijk in de betekenis `stukje bij beetje'. Misschien had daar moeten staan punt voor punt, gat voor gat, maar ook dát is bij mijn weten geen gangbare Nederlandse uitdrukking. Nooit geweest ook. Maar het klinkt wel lekker, zeker met die g's, die je flink kunt laten grommen.

Kent u nog andere voorbeelden van buitenlandse romans van voor 1950 met daarin Nederlandse woorden of zinnen? Reacties naar sanders@nrc.nl