Feestgewoel van `zaate hermeniekes'

De geschiedenis van het straatcarnaval op cd en in boek bewijst dat carnaval niet slechts een verkleed- en drinkfeest is, maar unieke muzikale tradities kent.

Er bestaan te veel vooroordelen over carnaval, vindt etnomusicoloog en programmamaker Bart Vonk. Zelfs stugge noorderlingen zullen opkijken van De boonte störm, een cd vol historische opnamen van het Maastrichtse straatcarnaval.

In het bijbehorende boekwerk gaat samensteller Vonk in op de geschiedenis van dat straatcarnaval in. ,,Mensen van boven de rivieren denken vaak dat carnaval één grote zuippartij en vrouwenjagerij is'', zegt Vonk. ,,Dat is deels waar, maar het is veel meer dan dat.'' Hij roemt de sociale `ventielfunctie' van het feest, dat wortelt in oeroude tijden en vervolgens door de katholieke kerk werd overgenomen. Hoewel er in het Zwitserse Basel zelfs een protestantse variant bestaat, werd het feest in het tijdperk van reformatie en contrareformatie bijna uitgeroeid om pas in de negentiende eeuw zijn comeback te maken. Vonk verdiepte zich vooral in het Maastrichtse straatcarnaval, omdat dat zo'n rijke historie heeft en zo'n uitbundig karakter. ,,Daar speelt het zich echt buiten af, veel carnavalisten staan drie dagen non-stop op straat. Muziek heeft een heel belangrijke functie.''

Met een microfoon verstopt in een helm, als onderdeel van zijn carnavalskostuum, stortte Vonk zich in het feestgewoel. De 'soundscapes' van die straatgeluiden zorgen voor sfeervolle onderbrekingen op de cd. Ze behelzen bijvoorbeeld de 'zaate hermeniekes', de schots en scheef maar des te aanstekelijker klinkende blaasorkesten waarvan Maastricht er zo'n zestig telt. We horen ook het bezwerende getrommel van ongeschoolde percussionisten die zich doorgaans verzamelen op het Amorsplein. ,,Ze kunnen er weinig van, maar dat maakt niet uit. Ze trommelen de hele nacht door. Die herrie is tranceverwekkend. En dat past natuurlijk bij carnaval.''

Die trommelgroepen hebben de afgelopen jaren gezelschap gekregen van percussiegezelschappen die Braziliaanse samba-ritmes voortbrengen. ,,Dat klinkt wat stijver dan bij het carnaval in Brazilië, maar dt geeft niet. Het is een nieuw genre geworden, dat voorbouwt op de traditie.'' Daarom hoor je op De boonte störm ook flarden house, overwaaiend uit naburige cafés, en op straat jammende rockbands. ,,Het is een springlevende, zich ontwikkelende traditie. Daarmee hebben we echt iets in huis.''

Carnaval wordt door de buitenwereld het meest geassocieerd met het carnavalslied. De tijd dat zulke hits ook buiten het zuiden veel aandacht kregen, met betreurenswaardige voorbeelden als Worstjes op mijn borstjes, is voorbij. Het betere carnavalslied, gewogen op speciale concoursen, is doorgaans gewoon in Limburgs dialect, als dat nog niet eens zo lang het geval. Tot de Tweede Wereldoorlog was de voertaal in Maastrichtse carnavalsliedjes meestal Nederlands, een erfenis van het garnizoen dat daar gevestigd was. De soldaten, vaak afkomstig uit andere delen van het land, mengden zich gretig in het carnavalsgedruis. Daarom zijn er nog altijd marsritmes en andere sporen van marsmuziek terug te vinden. Sommige stokoude soldatenliedjes worden ook tijdens het huidige carnaval weer uit volle borst meegezongen.

Het carnavalsrepertoire is sterk lokaal bepaald. Er komen steeds nieuwe liedjes bij, die worden gewikt en gewogen op `vastelaovend'-concoursen. Daarbij zijn liedjes die commentaar geven op de buitenwereld sinds ruim twintig jaar uit zicht verdwenen. Vonk: ,,In de reglementen van zulke concoursen staat dat het carnaval zelf het onderwerp moet zijn. Ik vind dat jammer, want zulke liedjes kunnen een mooi tijdsbeeld geven. Noonk Harie vaan Klevarie (1965) bijvoorbeeld, over beatlehaar, of Miene maan is weg vaan tillevisie (1953), dat nog steeds gezongen wordt. Het carnavalsrepertoire is nu een stuk tuttiger geworden.''

De boonte störm (Fréa Records, distr. Music and Words). Radio 1: 8/2, tussen 2 en 4 uur. Inl.: www.stokstaartje.nl/maastrichts-carnaval