Een onvervalst Amsterdams muziekgebouw

Aan de Amsterdamse IJ-oever opent volgende week het nieuwe Bimhuis van de Deense architecten Nielsen Nielsen & Nielsen. Het nieuwe jazzpodium maakt onderdeel uit van het Muziekgebouw aan het IJ.

Drie Denen met de zeer Deense namen Nielsen Nielsen & Nielsen hebben het Muziekgebouw in Amsterdam ontworpen. Maar toch is het een onvervalst Amsterdams gebouw. Niet zozeer door de verschijningsvorm de stijl van het nieuwe gebouw met zijn glaswanden en strakke vlakken laat zich misschien nog het beste omschrijven als `internationaal modern' als wel om zijn geschiedenis. Net als het Amsterdamse Muziektheater heeft het Muziekgebouw een lange wordingsgeschiedenis, waarbij verschillende locaties in Amsterdam werden overwogen. In de afgelopen vijfentwintig jaar werden voor de nieuwe zaal voor hedendaagse muziek maar liefst twaalf plaatsen aangewezen, waarvoor niet zelden ontwerpen voor een nieuw muziekgebouw werden gemaakt. Maar telkens ging het om steeds weer andere redenen niet door. Ten slotte werd gekozen voor de plek waar het Muziekgebouw nu zijn voltooiing nadert: aan het IJ, ten oosten van het Centraal Station.

Er is nog een overeenkomst tussen het Muziektheater, dat midden jaren tachtig werd geopend, en het Muziekgebouw. Het Muziektheater kon na tientallen jaren uiteindelijk worden gerealiseerd door het samen te voegen met het nieuwe Amsterdamse stadhuis, dat overigens ook een langdurige wordingsgeschiedenis heeft gekend. En op eenzelfde manier heeft nu ook het Muziekgebouw twee problemen opgelost. Het biedt niet alleen eindelijk twee goede zalen voor eigentijdse muziek, maar ook aan het Bimhuis, het Amsterdamse centrum voor jazz en geïmproviseerde muziek.

Tot voor kort zat het Bimhuis in een voormalige meubeltoonzaal aan de Oudeschans in het centrum van Amsterdam. Maar daar kon het wegens verscherpte milieu-eisen en klagende buren niet blijven. Wat er met de oude zaal zal gebeuren, is nog onbekend.

Het nieuwe Bimhuis, dat plaats biedt aan vierhonderd man publiek, is nu het eerste deel van het Muziekgebouw dat wordt opgeleverd. Het opent op 19 februari voor het publiek. Om de zelfstandigheid van het Bimhuis in het Muziekgebouw te beklemtonen, is de nieuwe zaal voor jazz en geïmproviseerde muziek ondergebracht in de grote zwarte doos die uit het gebouw steekt. De zaal krijgt ook een eigen toegang, die bereikbaar is over een loopbrug over water dat nog uitgegraven moet worden.

Voor het interieur van de nieuwe zaal nam het Bimhuis de architect Christian Bouma in de arm. Hij kreeg de opdracht om het nieuwe Bimhuis zoveel mogelijk te laten lijken op het oude Bimhuis.

Vooral het informele karakter van het oude Bimhuis en de geleidelijke overgang van het café naar de zaal wilde de leiding van het Bimhuis niet verliezen. Daarom heeft het nieuwe Bimhuis ongeveer dezelfde maten gekregen als het oude Bimhuis. Verder heeft Bouma de scheiding tussen het rechthoekige café, waar de bezoekers het Bimhuis binnen komen, en de zaal over de hele lengte laten maken van zogenoemde taatsdeuren Als deze van vloer tot plafond reikende deuren allemaal openstaan, vormen café en zaal één grote ruimte. Wie de zaal betreedt, komt eerst op een bovenste ring, waar tafels met stoelen staan. Hieronder bevindt zich een getrapte ring met stoelen van rood leer. In het midden staat een laag podium dat de musici kunnen betreden via een trap vanuit de onder de zaal gelegen kleedruimtes.

Door de gelijkenis met het oude Bimhuis sluit ook het nieuwe Bimhuis aan op de traditie van muziekgebouwen in Amsterdam. Zoals de oude, 18de-eeuwse muziekzaal van het Odeon aan de Singel het model was voor het 19de-eeuwse Concertgebouw aan de toenmalige rand van de stad, zo heeft het oude Bimhuis aan de Oude Schans model gestaan voor het nieuwe aan het IJ. Maar op één punt wijkt het nieuwe Bimhuis radicaal af van het oude. In de nieuwe zaal staan de musici met hun rug naar een grote glazen wand, die de kleinste zijde van de zwarte Bimdoos helemaal in beslag neemt. Weliswaar zullen de gordijnen om akoestische redenen vaak gesloten zijn, maar als ze open zijn, biedt de glaswand de bezoekers een schitterend panorama van het centrum van Amsterdam.

Niet alleen in het nieuwe Bimhuis hebben de drie Nielsens de ligging van het Muziekgebouw benut. Het spectaculairste onderdeel van het Muziekgebouw wordt ongetwijfeld de foyer, een royale, werkelijk adembenemende ruimte die de gehele hoogte van het gebouw omvat en de bezoeker nog eens goed laat beseffen hoe groot dit gebouw voor jazz en eigentijdse muziek is. Ook de foyer wordt over de gehele lengte en hoogte begrensd door een glazen wand, waardoor de bezoekers over het weidse IJ kunnen kijken. Door de immense hoogte en de glazen wand krijgt de foyer, waar een publiek toegankelijk café-restaurant komt, het karakter van een openbaar binnenplein, een vanzelfsprekende voortzetting van het terras aan het IJ.

In de foyer kunnen bezoekers ook onmiddellijk zien hoe het gebouw in elkaar zit: de kleine zaal en de grote zaal (750 plaatsen) voor eigentijdse muziek maken deel uit van een groot betonnen volume, waaraan bordessen en trappen zijn gehangen.

Ook de Bimhuisdoos is hier zichtbaar, evenals het kantoorblok dat aan de andere zijde van het Muziekgebouw ligt. De drie volumes kantoor, muziekzalen en Bimhuis worden bijeengehouden door het dikke, rechte dak met de kolossale luifel, die ongetwijfeld het beeldmerk van het imposante Muziekgebouw gaat worden.

Op zaterdag 19/2 en zondag 20/2 wordt het nieuwe Bimhuis geopend met concerten onder anderen Howard Levy en Anthony Molinaro. Inl. www.bimhuis.nl