De stilte na de tsunami

Nog maar zes weken geleden veroorzaakte een immense vloedgolf in Zuidoost-Azië een van de grootste gedocumenteerde rampen van de moderne tijd. Intussen draait de cynische molen van de internationale economische politiek, na even te hebben stilgestaan, weer gewoon door. Afgelopen weekeinde vond in Londen een bijeenkomst plaats van de ministers van Financiën en centralebankpresidenten van de zeven grootste industrielanden, met China als waarnemer. Wie had gedacht dat de ramp in Azië een impuls zou geven aan de verlichting van de financiële noden van de allerarmste landen, kwam bedrogen uit. Gordon Brown, de Britse minister van Financiën en voorzitter van de G7, had vorige maand de tsunami aangegrepen om schuldverlichting en -kwijtschelding boven aan de agenda van de G7 te krijgen. Dat is dit weekeinde in elk geval volgens Browns lezing gelukt. Het resultaat is op zijn best mager. De oude posities van de verschillende deelnemers aan de G7 zijn nu de tsunami uit de nieuwskoppen verdwenen is nauwelijks anders dan voorheen.

Schuldkwijtschelding aan de allerarmste landen is een lastig politiek onderwerp. Allereerst is er het principe zelf: waar belandt het geld dat door de regeringen van arme landen wordt uitgespaard als de schuld is kwijtgescholden? Is kwijtschelding in feite geen straf voor landen die wél keurig hun schulden hebben afgelost? En lopen de landen waarvan schuld is kwijtgescholden een stigma op bij een later beroep op de internationale kapitaalmarkt?

In Duitsland en in mindere mate Japan overheersen deze kanttekeningen. En zelfs als de G7 toch dit pad zou willen bewandelen, dan zijn er grote verschillen van mening over de financiering. De Verenigde Staten staan afschrijving voor van schulden van de armste landen bij de Wereldbank. Dat stuit op verzet bij veel anderen, die vrezen dat de capaciteit van de Wereldbank om nieuwe kredieten te verlenen daardoor wordt aangetast. Dan is er het plan om het Internationaal Monetair Fonds (IMF) te laten onderzoeken of dat een herwaardering of verkoop van zijn goudreserves kan inzetten om kwijtschelding te financieren. Het IMF is dit weekeinde aan het werk gezet om dat te onderzoeken, maar de Amerikaanse delegatie liet al meteen weten dat zo'n voorstel onmogelijk door het Congres valt te loodsen.

Het opvoeren van de nationale ontwikkelingshulp zelf – Brown streeft naar een verdubbeling van het wereldwijde budget tot 100 miljard dollar – stuitte eveneens op onenigheid. Een Frans voorstel om ter financiering een belasting op financiële transacties en luchtvaart in te voeren is voor de meeste anderen volstrekt onacceptabel. Hetgeen het ook veilig maakt om het voorstel gevaarloos te doen. Maar het poseren met welwillendheid staat natuurlijk goed voor het thuisfront. Dat geldt zelfs voor de zelfbenoemde profeet van de armoedebestrijding Brown, die speciaal Nelson Mandela in Londen nog liet opdraven. Nadat hij bot ving, zei Brown gisteren de eerstvolgende tien jaar jaarlijks ruim 150 miljoen euro vrij te maken voor een eigen Brits schuldverlichtingsplan. Los van de vraag of dat nieuw geld is, komt het bedrag overeen met nog geen tiende promille van het Britse bruto binnenlands product. Je moet maar durven.