CPB waarschuwt voor eigen cijfers

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft bij zijn ramingen in de periode 1998-2001 de consumptiegroei ,,aanzienlijk onderschat'' en in de daaropvolgende periode de consumptiegroei ,,juist fors overschat''. Daardoor is ook de economische groei – dat wil zeggen de groei van het bruto binnenlands product – fout geraamd.

Dat staat in een onlangs verschenen studie van het CPB.

De zogeheten kortetermijnramingen van het CPB spelen een belangrijke rol bij onder andere de voorbereiding van het financieel-economisch beleid van het kabinet en bij CAO-onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers.

In woord en geschrift waarschuwt het CPB overigens telkens weer dat zijn ramingen onvermijdelijk met grote onzekerheidsmarges zijn omgeven. Een van de manieren waarop het CPB de gebruikers van zijn prognoses hierover tracht te informeren is door regelmatig de ramingen te vergelijken met de realisaties.

In de periode 1998-2001 is de groei van het bbp elk jaar met 1 procent te laag en vervolgens ,,aanzienlijk'' te hoog geraamd. Afgezien van de lastig te verbeteren ramingen van de buitenlandvariabelen zoals de wereldhandel vormt voor wat betreft trefzekerheid de consumptieraming het grootste ,,zorgenkind'', zegt het CPB.

De gemiddelde voorspelfouten van de geraamde ontwikkelingen in de veel langere periode 1971-2003 zijn kleiner dan 1 procentpunt en in veel gevallen minder dan 0,5 procentpunt.

Het is in de laatste zes jaar opmerkelijk, zegt het CPB, dat de trefzekerheid van de loon- en prijsramingen juist is toegenomen. Het grote aantal onvoorziene gebeurtenissen in de laatste jaren, zoals terroristische aanslagen, geopolitieke spanningen, boekhoudschandalen en het doorprikken van de internetzeepbel, is blijkbaar meer van invloed geweest op de reële economie dan op de prijsontwikkelingen.