Brüggen bouwt een feestje met Bach

Het Bach-passieseizoen in het Amsterdamse Concertgebouw werd dit weekeinde voorafgegaan door twee Bachconcerten, geleid door Frans Brüggen en Ton Koopman. Het leek een rechtstreeks Bach-duel, want de programma's van hun concerten overlapten elkaar gedeeltelijk. Op beide concerten klonken de sinfonia's uit de cantates Non sa che sia dolore en Am Abend aber desselbigen Sabbats, terwijl in de vocale muziek telkens flarden Matthäus Passion waren te horen.

Tussen de opvattingen van Brüggen en Koopman bestaan nauwelijks principiële verschillen. Beide `authentieke' dirigenten werken ook met orkesten met `modern' instrumentarium. Maar toch was er veel onderscheid. Zo stond Brüggen voor het Radio Kamerorkest in een redelijk grote bezetting en Cappella Amsterdam met achtentwintig koorleden. Koopman leidde het Amsterdam Baroque Orchestra in kleinere bezetting met vier zangers als koor.

Brüggen, altijd al weinig bewegelijk, oogt steeds strammer, wat in de sinfonia's hoorbaar effect leek te hebben. Bij de altijd enthousiaste Ton Koopman klonken ze dankzij meer accenten en dynamisch reliëf met meer retoriek. Zeer streng bij Brüggen was de uitvoering van het Ricercare a 6 uit Musikalisches Opfer, in een bewerking voor kamerorkest van Wim ten Have. Maar Brüggen was ook opgewekt. Hij herhaalde met puur plezier het stuk onmiddellijk en het leek toen iets muzikantesker.

Koopman opereerde in de serie `Carte Blanche' van tenor Ian Bostridge en bariton Thomas Quasthoff, die elk twee solocantates zongen. Bostridge excelleerde in beeldende zang, met larmoyante uithaaltjes in Ich armer Mensch, ich Sündenknecht. In Ich habe genug, door Bostridge aan het begin gezongen en door Quasthoff aan het slot, was het Schlummert ein slaapverwekkend. De imponerende Quasthoff wist daarin ondanks zijn forsere geluid toch nog te fluisteren.

Zo lijkt het alsof Koopman met zijn symmetrische dubbelconcert op punten won. Maar Brüggen werkte toe naar een hoogtepunt en bracht een grotere variëteit aan muzikale vormen (ook nog het Concert voor orgel en orkest BWV 1059b met Pieter-Jan Belder) en een indrukwekkend gerealiseerde complete catalogus aan expressie en sfeer.

Het Magnificat BWV 243 liep met vijf uitstekende solisten, onder wie Johannette Zomer en Christianne Stotijn, uit op een feestje van Bach voor God.

Concert: 1. Radio Kamer Orkest, Cappella Amsterdam o.l.v. F. Brüggen. Gehoord: 5/2 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 8/2, 20 uur. 2. Amsterdam Baroque Orchestra o.l.v. Ton Koopman. Gehoord: 6/2 Concertgebouw, Amsterdam.