Betere onderwijzers

Het komt te vaak voor dat onderwijzers die taalles moeten geven, zelf niet kunnen spellen. Ouders die van de basisschool van hun kind een brief vol taalfouten krijgen, maken zich daarna nog weinig illusies over de kwaliteit van het taalonderwijs. Sommige leerlingen zijn hun leraren zelfs de baas in taalgebruik en spelling. De oorzaak is tweeledig: de pedagogische academie is in niveau gedaald en trekt minder getalenteerde leerlingen aan dan vroeger. De constatering van de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) dat bijna de helft van de Nederlandse opleidingen voor onderwijzer van het basisonderwijs niet voldoet, verbaast dan ook niet. Deze organisatie neemt de kwaliteitsbewaking van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen over van de onderwijsinspecties in beide gebieden. Wel 18 van de 39 pedagogische academies voldoen niet aan de nieuwe, strengere normen, vindt de NVAO. Voor 2008 moeten die academies hun opleiding hebben verbeterd.

De pedagogische academie (`pabo') is slachtoffer geworden van de vele vernieuwingsgolven die zich in het onderwijs hebben voorgedaan. Ook de mode van het `leren leren', waarbij de docent alleen begeleider is van een kind dat geheel uit zichzelf kennis vergaart, heeft er ingang gevonden. De nadruk ligt meer op allerlei grote en kleine vaardigheden dan op kennis van taal, rekenen en andere basisvakken. De pabo-studenten leren hoe ze kinderen hun tijd op aangename wijze kunnen laten doorbrengen op de basisschool, maar minder hoe ze hun belangrijke vakken moeten bijbrengen. Slechte onderwijzers zijn vooral schadelijk voor kinderen uit kansarme milieus die van huis weinig culturele bagage meekrijgen.

Concentratie op het bijbrengen van belangrijke basisvakken op de pabo is des te belangrijker omdat het niveau van de leerlingen daar is gedaald. Zij moeten op de pabo kunnen aanvullen wat zij missen aan kennis van taal en rekenen. De onderwijzer heeft minder status dan vroeger. De tijd dat het onderwijzersvak de eerste stap op de maatschappelijke ladder was voor begaafde arbeidersjongens is voorbij. Er zijn alternatieve loopbaanmogelijkheden. In vrijwel alle rijke landen zakt de status van leraren en onderwijzers. In Nederland dreigt binnenkort zelfs weer een tekort.

Het onderwijsvak moet zeker aantrekkelijker worden gemaakt. De titel `onderwijzer' zou ook trots moeten maken. Op de basisschoolleeftijd worden belangrijke maatschappelijke keuzen gemaakt voor de toekomst. De overheid kan professioneel meer ruimte geven aan de leerkracht die het echte werk doet. De kwaliteit van de vooropleiding is dan van groot belang. Door vergelijking met Vlaamse equivalenten kunnen Nederlandse pabo's alleen maar vooruitgaan. Niet voor niets sturen ouders hun kinderen steeds vaker naar scholen over de grens en winnen Vlamingen meestal de spellingswedstrijden.