Afschaffen flitsscheiding is beperkend

Deze krant van 20 januari berichtte over het wetsvoorstel tot afschaffing van de flitsscheiding. Stel: Mensen die gehuwd zijn willen echtscheiden. Daartoe willen zij een goede regeling, waaronder een omgangsregeling over de kinderen, met elkaar opstellen. Als argument voor het wetsvoorstel wordt gegeven dat een kind, geboren uit een geregistreerd partnerschap, niet automatisch een juridische band met de vader heeft. Een gevolg is dat de rechter dan geen voorlopige voorziening over de omgangsregeling van vader kan treffen.

Bij flitsscheiding kiest een echtpaar in goede harmonie voor echtscheiding. Daartoe wordt het huwelijk omgezet in een geregistreerd partnerschap. De echtscheiding is dan de beëindiging van dit partnerschap bij overeenkomst.

De praktijk is dat bij echtscheiding bijna nooit kinderen in de korte overgangsfase van het geregistreerd partnerschap voor echtscheiding geboren worden. Om het enkele geval te regelen ligt het meer voor de hand op dit punt de wet (art. I:199 BW) aan te passen dan de flitsscheiding af te schaffen.

Bij echtscheiding in harmonie zijn voorlopige voorzieningen bovendien niet nodig: ouders kunnen zelf een goede omgangsregeling afspreken.

Resteert het argument dat het buitenland deze flitsscheiding niet erkent. Dat kan bij verdrag zoals in het belastingrecht opgelost worden.

Het wetsvoorstel is derhalve een onnodige beperking van de keuzevrijheid voor scheidende stellen.