Respect, discipline en doorzettingsvermogen

Zes jaar geleden begon de 18-voudige Nederlandse sprintkampioen Sammy Monsels met zeven kinderen uit de Bijlmer te sporten. `Zo leren de kinderen dat je iets moet doen om iets te bereiken.' Inmiddels doet `Continental Sport' ook aan huiswerkbegeleiding en vrijwilligerswerk. `Ik was een rare jongen', zegt een clublid. `Nu wil ik kampioen worden, ik wil in de krant, ik wil laten zien dat ik besta.'

Een januariregen wordt langs de hoge donkere flatgebouwen geblazen. Hoog boven ons passeert af en toe een metrotrein. Het is een sombere avond in de Bijlmer. Bijna niemand waagt een stap te zetten in deze naargeestige omgeving. Slechts een groepje jongens en meisjes is naar buiten gekomen. Gehuld in waterwerende trainingskleding wandelen ze kwetterend naar het atletiekbaantje aan de voet van de Kleiburg en het Kraaiennest. Daar zetten ze het op een lopen, niets en niemand die hen kan tegenhouden.

Een kleine zwarte jongen met een muts tot over zijn oren trekt een brede grijns. ,,Lopen is altijd leuk. Anders stond ik hier niet.'' Met een verlegen glimlach volgt hij zijn maatjes die sprintjes trekken. Dan loopt hij weg voor een langzaam trainingsrondje, door de striemende regen. Een blank meisje snelt voorbij in de stijl van een gazelle. Het geluid van haar stappen draagt onmiskenbaar het ritme van een talent.

Uit de duisternis doemt een man op in dikke regenkleding. Hij draagt een muts én een pet. ,,Wat is dat?'', blaft de zwarte man. ,,Nu al uitrusten? Zo komen we er niet! Kom op, nog één rondje tempo en dan naar binnen, gaan we nog wat oefeningen doen. Kom op, zeg. En jij ook, kleine. Waar was jij zaterdag trouwens?''

De man lacht verontschuldigend. ,,Ik baal, jongen. Van dit weer. Maar ze moeten, dat weten ze. Jammer dat niet iedereen is gekomen. Komend weekeinde zijn de wedstrijden, dan moeten ze trainen.''

Hij heet Sammy Monsels. Nog één keer laat hij een bevel over het kunststoffen atletiekbaantje schallen en nodigt ze vervolgens vaderlijk uit naar binnen te gaan. Hij is `de meester' van deze voornamelijk allochtone jongens en meisjes, en van nog veel meer jongens en meisjes in de Bijlmer en inmiddels ook van autochtone erbuiten. Jongens en meisjes die zonder de meester kansarm of zelfs voor galg en rad waren opgegroeid.

Zes jaar geleden bedacht de 51-jarige ex-atleet en voormalig legersportinstructeur uit Suriname samen met ex-politieagent Harold Wolf het plan jongeren in de Bijlmer te redden van de ondergang. Vang kinderen op, laat ze sporten, was hun idee, geef ze plezier, leer ze discipline en doorzettingsvermogen. `Doe mee – 't is okee', noemde de voormalige sprintkampioen in het begin zijn preventieproject.

Het plan kwam voort uit bezorgdheid van de ouders in de K-buurt. Het dreigde mis te gaan met hun kinderen. En het stadsdeel leek de problematiek niet aan te kunnen. Onder metrostations heerste ellende, in de boxen van de flats, in de spelonken van de galerijen groeide de misdaad. Drugs, prostitutie, criminaliteit, schoolverzuim, verveling, uitzichtloosheid. Tijdens een bijeenkomst met veertig ouders werden ideeën geopperd als een naschoolse cursus `Surinaamse hoofddoeken' en `bloemschikken' of nog gekker: bind de kinderen vast aan een paal als ze wat hebben misdaan. Monsels stelde voor de kinderen sport te bieden. Sport? Ja, Monsels wist er meer van. Hij was zelf sportman geweest, sprintkampioen in Suriname en in Nederland. Zijn plan werd met enige aarzeling aangenomen. Een paar dagen later gaf hij zijn eerste sportles in de K-buurt, zeven kinderen waren van de partij.

Intussen is zijn project uitgegroeid tot de trots van de Bijlmer. Zo'n honderd jongens en meisjes tussen zes en zeventien jaar zijn betrokken bij de Sport Vereniging Continental Sport. Maar ook ouders, ooms en tantes, vrijwilligers, huiswerkbegeleiders, sponsors en donateurs doen mee met Sammy & co, evenals coaches, stagiairs van sportopleidingen als CIOS, sociaal-pedagogische instituten, en de Johan Cruijff Academie (de opleiding marketing en communicatie voor aankomende topsporters).

Het project werd beloond met prijzen voor initiatieven op het terrein van maatschappelijk welzijn en sociale cohesie. Uit handen van prinses Máxima kreeg Sammy Monsels in mei vorig jaar op paleis Noordeinde in Den Haag het Appeltje van Oranje uitgereikt, een beeld ontworpen en gemaakt door koningin Beatrix, alsmede een geldprijs van 15.000 euro. Eerder ontving hij al de Edgar Donckerprijs, wegens zijn inzet voor allochtonen in de Nederlandse maatschappij, waaraan 35.000 euro is verbonden.

Het moet gezegd: het enthousiasme van Sammy Monsels werkt aanstekelijk. Een foto met een stralende Máxima en een glimmende Sammy in het kleine honk van Continental Sport op de onderste verdieping van Kleiburg spreekt boekdelen. ,,Ja, ze is hier geweest, echt waar, geloof je dat niet?'' Monsels straalt als hij de foto's toont van die historische dag, vorig jaar oktober. Om hem heen stralen kinderen trots met hem mee, wanneer ze naar de foto van Máxima kijken omringd door de sportkinderen van de Bijlmer. ,,Was het de mooiste dag van je leven, of niet'', vraagt Sammy de 14-jarige Janice. ,,Ja, meester.''

,,Ze is een tijdje niet geweest, weet je. Zeg eens waarom niet'', vraagt Monsels met een stralende lach. ,,Ze vond de trainer niet leuk meer. Maar nu is ze er weer. Want ze wil er toch bij zijn, ondanks de trainer (ondanks meester Sammy, red). Ze willen hardlopen en plezier maken, dat is beter dan je thuis vervelen en televisie kijken. Misschien wordt ze wel een kampioen.''

Janice kwam hier op schoenen met plateauzolen en wilde toch hardlopen, vertelt Monsels. ,,Wat moet je dan? Loopschoenen geven. Maar waarvan? Geld, sponsors, uit de spaarpot? Ja, zo gaat dat. Ze heeft nu schoenen om op te lopen, ik weet niet wie het betaald heeft, maar ze is hier weer en ze lacht. Kom op, lach!''

En dan is er Edwin, uit Ghana, 16 jaar, boomlang voor zijn leeftijd. Edwin was op de olympische dag van school de beste. Toen heeft zijn meester hem anderhalf jaar geleden naar Sammy gestuurd. ,,Ik was een rare jongen, ik leerde hier beheersing en discipline. Nu wil ik kampioen worden, ik wil in de krant, ik wil laten zien dat ik besta.''

Tegenover hem zit Gilven, 15 jaar, zijn pet schots en scheef op de zwarte krullen, uit Suriname. ,,Mijn persoonlijk record? Dikke film, gek, cool, niks, ik wil niet in de krant, ben jij gek? Wil jij weten, echt? Persoonlijk record 100 meter: 12.37; 200 meter: 24,80.'' Zijn vriend Edwin riposteert: ,,Wie liegt, wordt gestraft.''

Gilven doet raar, hij draait met zijn pet, dan weer met zijn handen. ,,Het is hier goed, jongen. Ik zat eerst op voetbal. Maar daar leerde ik niks. Dikke film, man. De meester is oké.'' Sammy hoort en ziet alles, ook vanuit een belendende kamer: ,,Pas op, Surinaamse maffia. Hij is gek, maar hij is oké. Hé Gilven, wat doe jij hier? Ga naar huis of naar buiten, als je je hier verveelt.''

Wonderlijke jongens en meisjes dwalen door de catacomben van Kleiburg. Aan een van de computers zit Joey `Sample', een lange, zwarte jongen van een jaar of vijftien met gevlochten haren strak over zijn hoofd gekamd. Hij heeft zojuist bij de Mediashop een tekenpen voor de computer mogen kopen. Joey geeft een demonstratie van zijn kunsten. Hij ontwerpt posters en flyers voor Continental Sport. Monsels fluistert: ,,Hij is hier op een dag binnen komen lopen. Hij zwierf op straat, weet ik wat hij deed. En hij begon te tekenen, hier, moet je kijken. Sample noemen ze hem, omdat hij ook muziek kan samplen. Muziek maken en tekenen, zomaar, een genie.''

Terwijl Joey aan de computer zijn kunsten vertoont, zit in een hoek een kleine, zwarte jongen. Het is de jongen van buiten op de atletiekbaan, nog steeds met de muts ver over zijn oren getrokken. Zijn gezicht staat in een vriendelijke grijns. Het is duidelijk: hij vermaakt zich. Hij blijkt Akwasi Frimpong, een 17-jarige jongen uit Ghana, nog zonder verblijfsvergunning, maar het grootste talent van de club. Hij is Nederlands jeugdkampioen op de sprint, volgde het vmbo aan het Augustinuscollege in de Bijlmer, was daar actief in de redactie van de schoolkrant, de sportcommissie en de leerlingenraad. Sinds kort is hij student aan de Johan Cruijff Academie. 's Nachts ligt hij te piekeren dat ze hem terug willen sturen naar Ghana, dan zou hij alles verliezen waarvoor hij hier zo hard heeft gewerkt. Hij heeft het Wilhelmus horen klinken toen hij hier kampioen werd, hij heeft het proberen mee te zingen.

Akwasi is door Sammy bevorderd tot de teamleider van de pre-olympische jeugdselectie van Continental Sport, want eens zal de Bijlmer worden vertegenwoordigd op de Olympische Spelen in Peking 2008? Akwasi kan niet voluit trainen. Hij is geblesseerd geraakt aan zijn enkel, toen hij opsprong bij het juichen na een overwinning. Akwasi maakt een onzekere tijd door. In april dient zijn zaak voor een verblijfsvergunning. Wachten, hopen, bidden en toekijken hoe zijn vriendjes wel sprinten.

Monsels heeft wel eens om subsidie gevraagd, toen hij zes jaar geleden met zijn project begon. Maar al gauw bleek dat hij aan voorwaarden moest voldoen die hem niet zinden. Hij zou dan zijn activiteiten moeten verplaatsen naar de Bijlmer-sporthal, ver van Kraaiennest, Kleiburg en de andere flatgebouwen en de wijken waar de kinderen woonden. ,,Jullie zorgen voor overlast, werd gezegd door de mensen hier. Ze dachten: die kinderen gaan rotzooi trappen. Allemaal angst'', weet Monsels. ,,Ze wisten niet wat ik wilde: kinderen laten spelen, hardlopen, ze begeleiden, de kinderen iets anders bieden, waar ze wat van konden leren. Ik ben zeer streng, maar ik toon ook respect. Ik wilde hier aan sport doen, tussen de flats, tussen de mensen, vlakbij waar hun ouders woonden. Dan maar geen subsidie, dan moeten we het zelf maar doen, geld sparen en inzamelen. Ik heb me in het begin wezenloos betaald aan dit project. Maar het moest.''

Toen Monsels zijn eerste sportdag begon er was nog geen atletiekbaan meldden zich zeven kinderen, de volgende dag was het aantal verdubbeld. Binnen een paar weken waren er bijna zeventig kinderen, met twee leiders. Hij liet ze hardlopen, over wandelpaden, op grasveldjes en fietspaden. ,,Want geen mens in de Bijlmer fietst, omdat niemand dat meer durft.'' Contributie hoefden de eerste leden niet te betalen. ,,Dat konden ze gewoon niet. Ik was de reddende engel. Ik ben met de pet rond gegaan.''

Het werd precies zoals Monsels het zich had voorgesteld. Net zoals in Suriname waar hij tot zijn achttiende opgroeide. ,,Je ging niet naar de districtscommissaris als je een veld wilde om op te spelen of te voetballen. Je zocht zelf een stukje land, vlakbij de huizen. Dat ontboste je dan met z'n allen, maaide het hoge gras weg en iedereen was blij. Er waren zo geen slangen meer bij de huizen en de kinderen hadden vrij spel. De ouders zagen het gebeuren, kwamen kijken, er werden feestjes gehouden rondom het veldje, er werd gekookt, je kon er spulletjes kopen. Iedereen kwam er naar toe. Zo doen ze dat ook in Afrika. Zo konden Surinamers, Afrikanen, Dominicanen en anderen zich hier ook thuis voelen, vlak bij de huizen, bij elkaar, niet in een wijk of op een veld ver van hun huis.''

Monsels dacht verder en hij herinnerde zich hoe sport hem in zijn jeugd had gevormd. Sport geeft niet alleen plezier en afleiding, het is ook leerzaam, je kunt er zelfs de beste in worden, als je maar oefent, doorzet en ernaar leeft. De kinderen die bij hem kwamen, vertelde hij over zichzelf en zijn eigen leerproces. Hoe hij kampioen was geworden, en daarvoor had getraind. ,,De Bijlmer telt het hoogste percentage spijbelaars. Sommige ouders komen niet eens naar de tienminutengesprekjes op school, ze spreken de taal niet, ze zijn anders, wat hun kinderen doen weten ze nauwelijks. Als de kinderen bij mij kwamen sporten, vertelde ik van alles, over sport en school. Dat vertelden ze door, ook aan hun ouders. In het begin van ons project telden de lagere scholen hier 33 procent zittenblijvers. Nu is het percentage bijna nul.''

Respect, discipline en doorzettingsvermogen. De 16-jarige Edwin uit Ghana somt vlot de drie pijlers op, als een mantra. ,,Alles wat ik hier leer kan ik ook op school gebruiken.'' Sammy vult hem aan: ,,Ik zeg tegen de kinderen: waarom gaat het op de sportclub wel goed en niet op school? Geen respect, geen discipline, geen doorzettingsvermogen. Je moet er wat voor doen, wil je wat bereiken, tijd erin steken, zo moet dat ook op school. Deze kinderen, in zo'n achterstandswijk, hebben een drive, ze willen presteren, wat laten zien, ze willen hier weg, sport is daar een goede manier voor, overal. Edwin kan zondag kampioen worden in Groningen, maar hij is ook goed op school geworden – doorzetten en discipline tonen, streng voor jezelf zijn. En zo bedoel ik het ook met andere kinderen. We hebben dankzij onze club veel contact met de scholen opgebouwd. Dat werkt in het voordeel van de kinderen. Betrokkenheid werkt stimulerend.''

Zo ontstonden ook huiswerkprojecten in samenwerking met scholen in de Bijlmer. Er kwamen studiecoaches: vaders, vrijwilligers en vier onderwijzers. Leerlingen van de Johan Cruijff Academie werden ingezet voor de begeleiding en coaching van vrijwilligers. Ouders van kinderen worden nu begeleid, men leidt elkaar op. Zo blijft iedereen betrokken. In een belendend kamertje staan ter illustratie acht computers opgesteld. In een organogram van Continental Sport aan de muur wordt naast de tak Sport melding gemaakt van de tak Studiebegeleiding, kadervorming en stagebegeleiding, de tak Leefbaarheid, ontzorging en vrijwilligers en de tak PR en fondsvorming. De organisatie is groot met zijn vele vrijwilligers. De vereniging bloeit, honderd kinderen zijn nu lid, ruim tweehonderd staan op de wachtlijst.

Maar dat geld? Gelukkig werden prijzen behaald, zoals het Appeltje van Oranje en de Edgar Donckerprijs, met een bijbehorende som geld. Maar verder: toch contributie invoeren uiteindelijk (210 euro per jaar ouders die niet kunnen betalen zijn verplicht minimaal vijf keer per jaar vrijwilligerswerk te doen) en verder sparen, donateurs werven, sponsors zoeken, campagnes opzetten en hopen op bijdragen van kennissen, vrienden, ouders, ooms, soms ook in natura uitgekeerd. Eerst werd de wedstrijdkleding genaaid door moeders, de nieuwste kleding komt uit Thailand, geregeld door een vader van een loopmeisje. Een opmerkelijke actie is het spaarpotje dat door de kinderen bij familie en vrienden wordt geplaatst. Ieder kind werft tien mensen, vraagt een foto van de club te plaatsen met daarbij een spaarpotje. Dertig euro per jaar per persoon is het streven. Duizend spaarders. Dat tikt aan.

,,Verder doen wij het heel Surinaams, bijvoorbeeld door het organiseren van feesten, festivals met de Maranathakerk, wedstrijdjes, toernooien. Er wordt gekookt door de moeders en andere vrouwen, er wordt muziek gemaakt. Stalletjes met spulletjes. Dat brengt geld op. Ook onder Marokkanen en Turken is dat een beproefde methode. Wij doen het zelf. Daar zijn we trots op.''

Het honk onder de flat Kleiburg (300 euro huur per maand) wordt allengs te klein. Continental Sport is op zoek naar een echt, groter clubhuis, met een fitnessruimte. Kopen, wel in de wijk natuurlijk. Deze week kreeg Monsels van het stadsdeel Zuid-Oost hiervoor 300.000 euro toegezegd.

Onder de kinderen blijken zich grote talenten te bevinden. Ze moeten de wereld in, Monsels wil kampioenen van zijn talenten maken. Ze moeten harder worden, op hun donder krijgen, want daar leren ze van. Hij lacht, die onstuitbare Surinamer, en kijkt naar zijn kinderen, de een wat verlegen, de ander wat uitbundiger, kwekkend en rappend, met zijn pet op zijn krullen. Hij lacht als hij zijn zoon achter de computer ziet zitten. ,,Reggae, zeventien jaar, in de Nederlandse juniorenselectie van de sprinters. Hij wordt sneller dan zijn vader.''

Vier jaar geleden kreeg de club een echte atletiekbaan voor de deur. Met dank aan het vernieuwingsproject van de K-buurt. Er werden wat ideeën gevraagd aan de mensen in de wijk. ,,Komen ze bij mij aan de deur. Bent u de trimmer? Ja, ik ben de trimmer. Ik word zo kwaad. Ze willen een trimbaan, man, man, ze willen een trimbaan. Niet te geloven. Dus ik zeg: ok, jullie willen een trimbaan. Ik ook, maar wel tussen de drie flats, kunnen de ouders de kinderen zien, en van kunststof, dan heeft de baan geen onderhoud nodig. Nou, die baan is er gekomen met Europese steun, tussen de flats, tussen Kraaiennest, Kleiburg en Ganzenhoef. Een tweehonderdmeterbaan met een sprintbaan. We noemen de baan nog steeds de trimbaan. En ik ben nog steeds de trimmer.''

Bij slecht weer willen Monsels en zijn jongens en meisjes wel eens uitwijken naar de bovenste verdieping van de parkeergarage van Kempering. Zoals vroeger, toen de `trimbaan' er nog niet was. Er is daar alle ruimte. Door de ingeslagen ruiten, gestolen radio's en verdwenen autobanden waren de bezoekers uit de parkeergarage verjaagd. Het stinkt er naar uitlaatgassen, pis en uitwerpselen. Maar er kan overdekt getraind worden. Sprinten op de opritten. Met bouwmateriaal en stenen als vervangende middelen om te oefenen op werponderdelen, en in stukken gezaagde pvc-pijpen als estafettestokjes. Nu de `trimbaan' er is, trekt Monsels mondjesmaat naar de garage. ,,Veel op beton lopen is slecht voor de spieren.''

De club bestaat al lang niet meer uit louter allochtone kinderen. Jongens en meisjes van buiten de Bijlmer melden zich met regelmaat bij de ambitieuze atletiekvereniging die zich in 1999 aansloot bij de Nederlandse atletiekunie. Want ja, het enthousiasme van projectcoördinator Sammy Monsels en de zijnen werkt aanstekelijk. Maar er zit meer achter. Monsels, sinds kort beroepshalve werkzaam bij een reïntegratiebureau, zegt: ,,Het mag niet alleen ons zwarte ding zijn. Vanaf het begin wilden we dat de allochtonen de autochtonen leerden kennen. Dus kennis maken en onder de andere kinderen leden werven. Integreren. Samen doen, samen leren.''

Continental Sport werft ook talent, op de scholen en bij wedstrijden op de `trimbaan' voor de scholen, de zogenoemde Countdown Games. Nog een paar jaar en de Bijlmer kan een atletiekploeg naar de Olympische Spelen sturen. Peking 2008, let maar op. Akwasi, Melvin, Gilven, Janice, Marjorie, Reggae. ,,De jongens en meisjes van de Bijlmer komen eraan. De Bijlmer heeft iets om trots op te zijn.''

Dit weekeinde doen 34 jongens en meisjes mee aan de Open Noord-Nederlandse kampioenschappen in Groningen. De reis is door de kinderen en vrijwilligers zelf georganiseerd, onderkomen en vervoer zijn zelf geregeld. Nu nog de prestaties. ,,Ze zijn zenuwachtig'', weet Monsels. ,,Ze zijn stil.''

De regen slaat tegen de ramen. Binnen in het kleine honk schreeuwt de meester de jongens en meisjes toe. ,,Liggen, opdrukken, one, two, three, four. Wat ben jij aan het doen, jongen?'' Melvin staat op en begint aan een streetdance. Hij lacht en alle kinderen lachen. Het is een vrolijke bende in de kelder van Kleiburg. Monsels buldert van het lachen. ,,Dit is mijn paradijs.''

Sammy Monsels – 51 – was Surinaams jeugdkampioen op de 100 meter hardlopen. In 1971 vertrok hij als 18-jarige met andere Surinaamse atleten naar Nederland om zich in het leger `als een soort staatsamateur' te bekwamen. Vervolgens werd Monsels op verschillende onderdelen achttien maal kampioen van Nederland. Hij nam deel aan de Olympische Spelen in München (1972) en Montreal (1976). Zijn persoonlijke records zijn op de 100 meter 10.32 en op de 200 meter 21.00. Voor de Nederlandse atletiekunie KNAU en de Nederlandse Sportfederatie (tegenwoordig NOC*NSF) was Monsels coördinator van het project Kleurrijk Atletiek voor migrantenjongeren. Hij was districtstrainer van Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel. Monsels ontpopte zich zeven jaar geleden ook als campagneleider voor Hannah Belliot, die voor de PvdA voorzitter werd van het Amsterdamse stadsdeel Zuid-Oost. Hij werkt bij een reïntegratiebureau in Amsterdam.

    • Guus van Holland